Onthoud bij het examen
Slim lezen betekent gericht lezen.
Begin altijd bij de vraag, niet bij de tekst.
Scan de tekst op opvallende woorden en signalen.
Details helpen je om het antwoord te checken.
Carta al Director
→ argumentatieve tekst
→ de schrijver geeft een persoonlijke mening over een actueel onderwerp
→ vaak reactie op een artikel of maatschappelijke discussie
Vaste opbouw (altijd dezelfde structuur)
Inleiding / aanleiding
verwijzing naar een artikel of actualiteit
Standpunt van de schrijver
persoonlijke mening of ervaring
Argumenten
redenen, voorbeelden
herkenbaar aan signaalwoorden
Conclusie
belangrijkste deel van de tekst
Examenregel:
Hoe lager in de tekst, hoe belangrijker de informatie.
Leesstrategie Carta al director
Hoe pak je de vragen aan?
Lees eerst de vraag / vragen
Gaat de vraag over:
de grote lijn
de toon
de conclusie
dan is het vaak voldoende om te lezen:
de eerste alinea
de laatste alinea
Let in de tekst extra op:
de toon van de schrijver
(kritisch, genuanceerd, positief, bezorgd…)
verbindingswoorden / linking words
(pero, sin embargo, por eso, en cambio…)
taal van mening en argumentatie
(creo que, es evidente, en mi opinión…)
minute
second
Slide titel
Slide tekst
minute
second
TEKST 9 25
Je hoeft niet elk woord te kennen. Je moet herkennen of de schrijver iets aanvalt, verdedigt of uitlegt.
Bij toon-vragen
Is de schrijver positief, negatief of neutraal?
Gebruikt de schrijver spot, overdrijving, kritiek, emotie?
Kies dan pas het antwoord.
Bij titel-vragen
Zoek woorden die vaak terugkomen: consumista/
low cost / cambio climático
productos baratos
plástico
CO2
Vraag jezelf:
Wat wil de schrijver dat jij onthoudt?
Kies de titel die de hele tekst samenvat, niet één detail.
STAPPENPLAN MEERKEUZE VRAGEN
Scan de tekst
Kijk naar:
titel
(vetgedrukte) inleiding
bron
plaatjes / tussenkopjes
Nog niet alles lezen!
2. Kijk naar de vraag
Lees de vraag goed
Bepaal:
Waar moet ik op letten?
(mening, detail, oorzaak, conclusie, toon…)
Lees gericht
Lees de tekst alinea voor alinea
Alleen wat relevant is voor de vraag
In regels 1-6 zie je:
“temas tan ‘profundos’”
→ aanhalingstekens + overdreven
→ ze bedoelt dit niet letterlijk positief
“¿Qué mejor manera…?”
→ dat is geen echte vraag
→ ze zegt het op een spottende manier
Dus wat voelt de toon?
Niet blij, niet onverschillig, niet voorzichtig.
Ze bespot haar vrienden en dat koopgedrag.
Antwoord 40:
D sarcástico
Als de schrijver woorden expres overdreven gebruikt of iets zegt dat eigenlijk spottend bedoeld is, dan is de toon vaak sarcastisch.
Antwoord 41:
C Lo que tú te ahorras lo paga el planeta
Waarom de andere titels fout zijn
A Lo que tú deberías saber del cambio climático
te algemeen; de tekst gaat niet in het algemeen over klimaat, maar over low cost mode
B Lo que tú llevas debería ser más económico
tegenovergestelde van de boodschap; de schrijfster wil niet dat het nóg goedkoper wordt
D Lo que tú te compras low cost no durará mucho
dat is niet de kern; de tekst zegt niets echt over kwaliteit of levensduur
STAPPENPLAN MEERKEUZE VRAGEN
Let op sleutelzinnen
Eerste en laatste zin van de alinea
→ hier staat vaak de belangrijkste informatie
5. Let op verbindingswoorden
maar / hoewel / omdat / daarom / dus /
echter / toch
Ze geven:
tegenstelling
oorzaak
gevolg
reden
Vaak cruciaal voor het juiste antwoord
Wegstrepen
Streep onzin-antwoorden meteen weg
Vraag jezelf:
Komt dit echt zo in de tekst voor?
Past dit bij de grote lijn?
Kies het antwoord dat het best past bij de tekst, niet bij wat jij denkt.
minute
second
OPEN VRAGEN
Deze vragen zijn in het Nederlands gesteld en moet in het Nederlands beantwoord worden.
Geen specifiek stappenplan voor te geven, behalve:
• Goed markeren waar de vraag op slaat.
• Goed markeren in de tekst waar het antwoord gevonden kan worden
Voor alle open vragen geldt: besteed tijd aan het lezen van de vraag.
Ga niet gelijk de tekst in.
minute
second
STAPPENPLAN BEWERING /STELLING
Let op!
altijd / nooit / alles / meestal
🇪🇸 siempre, nunca, todo, cada vez más
Deze woorden maken een bewering vaak fout
1. Begin slim
Kijk eerst naar de vraag
Lees alle beweringen
Niet eerst de hele tekst lezen
2. Zoek gericht
Zoek alleen het stukje tekst dat bij de bewering hoort
Gebruik alleen informatie uit de tekst
minute
second
minute
second
¡ A PRACTICAR!
minute
second
GATTENTEKSTEN
Kijk eerst wat voor woord het gat vraagt
(ww / bijv. nw / znw / soms signaalwoord)
Bepaal de grote lijn (GL)
(titel – plaatje – inleiding)
Is de alinea positief of negatief?
→ gat meestal zelfde toon
Is er een tegenstelling?
(groot ↔ klein → antwoord is één van die twee)
Let op instinkers
(meer woorden kloppen, maar maar één past in de context)
Twijfel? Kies wat het best past bij de GL
Gok pas als laatste
STAPPENPLAN GATTENTEKST
3.Wat voor woord zoek je?
ww / bijv. nw / znw
soms een signaalwoord
1. Bepaal de grote lijn (GL)
Kijk naar titel, plaatje en inleiding
Waar gaat de tekst globaal over?
2. Lees rond het gat
Lees:
de zin vóór het gat
het gat
minstens 1 hele zin erna
Hoe passen de zinnen logisch bij elkaar?
STAPPENPLAN GATTENTEKST
7. Twijfel?
Kies wat het best past bij de grote lijn
Gok pas als laatste
4. Positief of negatief?
Is de alinea positief?
→ gat meestal ook positief (en andersom)
5. Zit er een tegenstelling?
Zoek paren zoals:
groot ↔ klein
veel ↔ weinig
Antwoord is vaak één van die twee
6. Let op instinkers
Meerdere woorden kunnen inhoudelijk kloppen
Maar maar één past in de context
minute
second
minute
second
¡ A PRACTICAR!
PARA DESPUÉS DEL SE-C
minute
second
¡ A PRACTICAR!
TEKSTEN VOOR HET KIEZEN VAN TITELS
Zorg dat je alle titels begrijpt die in de vraag staan.
Het belangrijkste idee van een paragraaf staat vaak aan het begin
(maar lees altijd de hele paragraaf).
Woorden die belangrijk zijn voor het antwoord, worden vaak herhaald.
Het belangrijkste woord uit de titel komt meestal terug in de tekst,
of als synoniem.
CE-regel om te onthouden
Kies de titel die het best de hele paragraaf samenvat,
niet een titel die alleen één detail noemt.
minute
second
¡ A PRACTICAR!
minute
second
¡ A PRACTICAR!