EXAMENTRAINING 6V 25-26

2025- 2026

tv1 2025

1 / 40
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 40 slides, with text slides.

Items in this lesson

2025- 2026

tv1 2025

Onthoud bij het examen


  • Slim lezen betekent gericht lezen.

  • Begin altijd bij de vraag, niet bij de tekst.

  • Scan de tekst op opvallende woorden en signalen.

  • Details helpen je om het antwoord te checken.

Carta al Director

argumentatieve tekst
→ de schrijver geeft een persoonlijke mening over een actueel onderwerp
→ vaak reactie op een artikel of maatschappelijke discussie


Vaste opbouw (altijd dezelfde structuur)

  1. Inleiding / aanleiding

    • verwijzing naar een artikel of actualiteit

  2. Standpunt van de schrijver

    • persoonlijke mening of ervaring

  3. Argumenten

    • redenen, voorbeelden

    • herkenbaar aan signaalwoorden

  4. Conclusie
    belangrijkste deel van de tekst


Examenregel:
Hoe lager in de tekst, hoe belangrijker de informatie.

Leesstrategie Carta al director

Hoe pak je de vragen aan?

Lees eerst de vraag / vragen

Gaat de vraag over:

  • de grote lijn

  • de toon

  • de conclusie


dan is het vaak voldoende om te lezen:

  • de eerste alinea

  • de laatste alinea


Let in de tekst extra op:

  • de toon van de schrijver
    (kritisch, genuanceerd, positief, bezorgd…)

  • verbindingswoorden / linking words
    (pero, sin embargo, por eso, en cambio…)

  • taal van mening en argumentatie
    (creo que, es evidente, en mi opinión…)

5

minute

00

second

Slide titel

Slide tekst

6

minute

00

second

TEKST 9 25





Je hoeft niet elk woord te kennen. Je moet herkennen of de schrijver iets aanvalt, verdedigt of uitlegt.

Bij toon-vragen

  1. Is de schrijver positief, negatief of neutraal?

  2. Gebruikt de schrijver spot, overdrijving, kritiek, emotie?

  3. Kies dan pas het antwoord.

Bij titel-vragen

  1. Zoek woorden die vaak terugkomen: consumista/

    • low cost / cambio climático

    • productos baratos

    • plástico

    • CO2

  1. Vraag jezelf:
    Wat wil de schrijver dat jij onthoudt?

  2. Kies de titel die de hele tekst samenvat, niet één detail.

STAPPENPLAN MEERKEUZE VRAGEN

Scan de tekst

  • Kijk naar:

    • titel

    • (vetgedrukte) inleiding

    • bron

    • plaatjes / tussenkopjes

  • Nog niet alles lezen!


2. Kijk naar de vraag

  • Lees de vraag goed

  • Bepaal:
    Waar moet ik op letten?
    (mening, detail, oorzaak, conclusie, toon…)

Lees gericht

  • Lees de tekst alinea voor alinea

  • Alleen wat relevant is voor de vraag

In regels 1-6 zie je:

  • “temas tan ‘profundos’”
    → aanhalingstekens + overdreven
    → ze bedoelt dit niet letterlijk positief

  • “¿Qué mejor manera…?”
    → dat is geen echte vraag
    → ze zegt het op een spottende manier

Dus wat voelt de toon?

Niet blij, niet onverschillig, niet voorzichtig.
Ze bespot haar vrienden en dat koopgedrag.

Antwoord 40:

D sarcástico

Als de schrijver woorden expres overdreven gebruikt of iets zegt dat eigenlijk spottend bedoeld is, dan is de toon vaak sarcastisch.

Antwoord 41:

C Lo que tú te ahorras lo paga el planeta


Waarom de andere titels fout zijn

  • A Lo que tú deberías saber del cambio climático
    te algemeen; de tekst gaat niet in het algemeen over klimaat, maar over low cost mode

  • B Lo que tú llevas debería ser más económico
    tegenovergestelde van de boodschap; de schrijfster wil niet dat het nóg goedkoper wordt

  • D Lo que tú te compras low cost no durará mucho
    dat is niet de kern; de tekst zegt niets echt over kwaliteit of levensduur

STAPPENPLAN MEERKEUZE VRAGEN

Let op sleutelzinnen

  • Eerste en laatste zin van de alinea
    → hier staat vaak de belangrijkste informatie


5. Let op verbindingswoorden

  • maar / hoewel / omdat / daarom / dus /
    echter / toch

  • Ze geven:

    • tegenstelling

    • oorzaak

    • gevolg

    • reden

Vaak cruciaal voor het juiste antwoord

Wegstrepen

  • Streep onzin-antwoorden meteen weg

  • Vraag jezelf:

    • Komt dit echt zo in de tekst voor?

    • Past dit bij de grote lijn?


Kies het antwoord dat het best past bij de tekst, niet bij wat jij denkt.

6

minute

00

second

OPEN VRAGEN

Deze vragen zijn in het Nederlands gesteld en moet in het Nederlands beantwoord worden.

Geen specifiek stappenplan voor te geven, behalve:

• Goed markeren waar de vraag op slaat.

• Goed markeren in de tekst waar het antwoord gevonden kan worden

Voor alle open vragen geldt: besteed tijd aan het lezen van de vraag.

Ga niet gelijk de tekst in.

3

minute

00

second

STAPPENPLAN BEWERING /STELLING

Let op!

  • altijd / nooit / alles / meestal

  • 🇪🇸 siempre, nunca, todo, cada vez más


Deze woorden maken een bewering vaak fout

1. Begin slim

  • Kijk eerst naar de vraag

  • Lees alle beweringen

  • Niet eerst de hele tekst lezen



2. Zoek gericht

  • Zoek alleen het stukje tekst dat bij de bewering hoort

  • Gebruik alleen informatie uit de tekst

3

minute

00

second

22

minute

00

second

¡ A PRACTICAR!

3

minute

00

second

GATTENTEKSTEN


  1. Kijk eerst wat voor woord het gat vraagt
    (ww / bijv. nw / znw / soms signaalwoord)

  2. Bepaal de grote lijn (GL)
    (titel – plaatje – inleiding)

  3. Is de alinea positief of negatief?
    → gat meestal zelfde toon

  4. Is er een tegenstelling?
    (groot ↔ klein → antwoord is één van die twee)

  5. Let op instinkers
    (meer woorden kloppen, maar maar één past in de context)

  6. Twijfel? Kies wat het best past bij de GL
    Gok pas als laatste

STAPPENPLAN GATTENTEKST


3.Wat voor woord zoek je?


  • ww / bijv. nw / znw

  • soms een signaalwoord

1. Bepaal de grote lijn (GL)

  • Kijk naar titel, plaatje en inleiding

  • Waar gaat de tekst globaal over?


2. Lees rond het gat

  • Lees:

    • de zin vóór het gat

    • het gat

    • minstens 1 hele zin erna

  • Hoe passen de zinnen logisch bij elkaar?



STAPPENPLAN GATTENTEKST

7. Twijfel?


  • Kies wat het best past bij de grote lijn

  • Gok pas als laatste

4. Positief of negatief?

  • Is de alinea positief?
    → gat meestal ook positief (en andersom)


5. Zit er een tegenstelling?

  • Zoek paren zoals:

    • groot ↔ klein

    • veel ↔ weinig

    • Antwoord is vaak één van die twee


6. Let op instinkers

  • Meerdere woorden kunnen inhoudelijk kloppen

  • Maar maar één past in de context

3

minute

00

second

20

minute

00

second

¡ A PRACTICAR!

PARA DESPUÉS DEL SE-C

20

minute

00

second

¡ A PRACTICAR!

TEKSTEN VOOR HET KIEZEN VAN TITELS

  1. Zorg dat je alle titels begrijpt die in de vraag staan.

  2. Het belangrijkste idee van een paragraaf staat vaak aan het begin
    (maar lees altijd de hele paragraaf).

  3. Woorden die belangrijk zijn voor het antwoord, worden vaak herhaald.

  4. Het belangrijkste woord uit de titel komt meestal terug in de tekst,
    of als synoniem.

CE-regel om te onthouden

Kies de titel die het best de hele paragraaf samenvat,
niet een titel die alleen één detail noemt.


23

minute

00

second

¡ A PRACTICAR!

20

minute

00

second

¡ A PRACTICAR!