Paragraaf 3.2 Temperatuurverschillen op aarde

3.2 Temperatuurverschillen op aarde
1 / 21
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

3.2 Temperatuurverschillen op aarde

Slide 1 - Slide

Korte terugblik op de vorige les
Miniquiz over de atmosfeer

Slide 2 - Slide

Zonnestralen gaan door de atmosfeer en verwarmen het aardoppervlak
Weerkaatsing van zonnestralen door atmosfeer
De aarde geeft warmte af aan de atmosfeer
De verwarmde grond verwarmt de atmosfeer

Slide 3 - Drag question

Door de zon wordt eerst verwarmd ....
A
de ruimte
B
de atmosfeer
C
het aardoppervlak
D
jouw huid

Slide 4 - Quiz

De temperatuur op aarde is niet te heet of te koud. Dit danken wij aan de atmosfeer.
Kies de juiste antwoorden.
A
Zonder de atmosfeer zou de temperatuur 's nachts sterk dalen.
B
Gebergten zijn dichter bij de zon en daardoor is de atmosfeer warmer.
C
De atmosfeer wordt indirect verwarmd door de zon.
D
Hoe hoger in de atmosfeer hoe lager de temperatuur

Slide 5 - Quiz

Hoe hoger, hoe kouder 
per 1000 meter wordt het 6°C kouder

Slide 6 - Slide

In het dal van een berg, op 0 meter hoogte, is het 5 °C . Hoeveel graden is het op 2000 m hoogte?
A
15 °C
B
-7 °C
C
- 9 °C
D
0 °C

Slide 7 - Quiz

Leerdoelen voor vandaag:
  • Je weet dat de aarde dankzij de atmosfeer een leefbaar klimaat heeft
  • Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte op de temperatuur hebben

Slide 8 - Slide

De aarde draait om haar eigen as, hier doet zij 24 uur over

Slide 9 - Slide

De aarde draait ook om de zon, hier doet zij 365 en een kwart dagen over (een heel jaar)

Slide 10 - Slide

De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. De zon is midden op de dag het krachtigst. Midden op de dag staat de zon op het hoogste punt aan de hemel. 

Slide 11 - Slide

Door de stand van de zon vallen de zonnestralen 's ochtends schuiner op het aardoppervlak. De warmte moet verdeeld worden over een groter oppervlak in vergelijking tot later op de dag als de zon hoger aan de hemel staat. Dan vallen de zonnestralen rechter op het aardoppervlak en verwarmen een kleiner oppervlak.
9u
12u
Daarnaast moeten de zonnestralen 's ochtends een langer weg afleggen naar het aardoppervlak door de atmosfeer dan midden op de dag. Als de stralen een langere weg af moeten leggen, verliezen ze veel energie.

Slide 12 - Slide

Als het nacht is op aarde, straalt de aarde de warmte van overdag uit naar het heelal, waardoor het aardoppervlak afkoelt. Maar als het 's nachts bewolkt is, is de afkoeling minder sterk. De wolken houden de straling vanaf de aarde dan voor een deel tegen.

Slide 13 - Slide

Hoe komt het dat we dag en nacht hebben?
A
Door de draaiing van de aarde om de zon
B
Door de draaiing van de zon om de aarde
C
Door de wolken
D
Omdat de aarde om zijn eigen as draait

Slide 14 - Quiz

Temperatuurverschillen van evenaar tot pool
We hebben nu gezien hoe het komt dat de temperatuur veranderd gedurende de dag (en nacht). Maar de temperatuur verschilt ook per locatie op de aarde!

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

De stand van de zon verschilt met de breedteligging

Slide 17 - Slide

90° hoek
35° hoek

Slide 18 - Slide

Op lage breedte (dicht bij de evenaar)
Op hoge breedte (dicht bij de polen)

Slide 19 - Slide

Welke uitspraak is juist?
A
Hoe hoger hoe kouder
B
Hoe hoger de breedtegraad, hoe warmer het is.
C
Hoe verder van de evenaar, hoe warmer het is.
D
Hoe lager de breedtegraad, hoe kouder het is.

Slide 20 - Quiz

Aan de slag!
Het huiswerk is opdracht 1 t/m 7 van paragraaf 3.2
Heb je een vraag? Stuur dan even een berichtje in de chat

Slide 21 - Slide