2.5: Bevruchting en embryonale ontwikkeling

Welkom klas 3
Ben jij klaar 
voor deze les?


timer
2:00
1 / 34
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Welkom klas 3
Ben jij klaar 
voor deze les?


timer
2:00

Slide 1 - Slide

T2: Voortplanting
BS 5: Bevruchting en embryonale ontwilleling


Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?

Voortplanting:
  • Bespreken HW
  • uitleg + aantekeningen
  • practicum cellen

Slide 3 - Slide

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
Paragraaf 4.1 Nieuw leven

Deze les:
- Bevruchting en embryonale ontwikkeling
- Ontwikkeling en anatomie geslachtsorganen

Slide 4 - Slide

Doel van deze les...
Je leert ...
- Hoe de foetus zich ontwikkelt in de baarmoeder.
- Hoe de ongeboren baby "eet".
- Hoe tweelingen ontstaan (HH)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Bevruchting

Slide 7 - Slide

Bevruchting
De eicel komt door de 
eisprong (ovulatie) uit de eierstok
in de eileider.
De eicel wordt omgeven door
follikelcellen (voeding)
Zaadcellen komen in de eileider via de vagina en de baarmoeder

Slide 8 - Slide

Aantekening maken:
Even herhalen: Bevruchting
Beschrijf de bevruchting in 5 stappen (opdr. 1)

Slide 9 - Slide

Bevruchting in 5 stappen
1. Een zaadcel dringt tussen de follikelcellen door richting de eicel.
2. De zaadcel boort een gaatje in de wand van de eicel.
3. De membranen (de kernen) van zaadcel en eicel versmelten.
4. De kern van de zaadcel komt in de eicel en versmelt daar met de kern van de eicel.
5.  Andere zaadcellen kunnen niet meer in de eicel komen.

Slide 10 - Slide

Bevruchting
Zaadcellen dringen zich door 
de follikelcellen heen.
Zaadcellen maken contact met 
eicel.
De kop van één zaadcel dringt de eicel binnen.
De kern van de zaadcel smelt samen met de kern van de eicel.

Slide 11 - Slide

Bevruchting
Na 30 uur gaat de zygote 
voor het eerst delen
Klievingsdelingen: geen plasmagroei 
(waarom niet?)
Door trilhaarcellen gaat de bevruchte eicel richting de baarmoeder 

Slide 12 - Slide

Bevruchting
De celmembranen . 
Ondoordringbare laag ontstaat 
om bevruchte eicel 
->bevruchtingsmembraan
Kern van zaadcel dringt het cytoplasma van de eicel binnen en de kernen versmelten.
Bevruchte eicel = zygote.

Slide 13 - Slide

7 dagen...
De innesteling vindt plaats in de baarmoederwand.
Vanaf dit moment zeggen we dat de vrouw zwanger is.

Slide 14 - Slide

9 dagen
 
De placenta wordt gevormd.

Slide 15 - Slide

Hormonen - HCG
Vanaf de innesteling geven de cellen v het hormoon HCG af.
Dit hormoon voorkomt dat er
een menstruatie start.
Dit hormoon is in de urine van 
zwangere vrouwen aan te tonen
en wordt aangetoond in 
zwangerschapstests.

Slide 16 - Slide

16 dagen
 De navelstreng.is gevormd.

Slide 17 - Slide

31 dagen

De placenta om het hele embryo heen en is gevuld met vruchtwater. Dit beschermt het embryo tegen schokken.
.

Slide 18 - Slide

Placenta
Gescheiden bloedsomlopen. Uitwisseling van stoffen: zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen, koolstofdioxide.

Slide 19 - Slide

Placenta
Twee navelstrengslagaders (van embryo -> placenta
Eén navelstrengader (van placenta -> embryo)

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Waar vindt de bevruchting meestal plaats?
A
In het ovarium
B
In de eileider
C
In de baarmoeder
D
In de vagina

Slide 22 - Quiz

Waar bevinden zich tijdens de zwangerschap bloedvaten van zowel de moeder als het ongeboren kind?

A
Alleen in de placenta
B
Alleen in de navelstreng
C
Zowel in de placenta als in de navelstreng
D
Alleen in de wand van de baarmoeder

Slide 23 - Quiz

Embryo -> foetus 
Na 8 weken zijn alle organen aangelegd en heet het embryo een foetus.


Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

1. Navelstreng 
2. vruchtvlies met vruchtwater
4. Dooierzak = eerste voedingsvoorraad
6. Placenta.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Link

Aanleg gelachtsorganen
Jongens hebben chromosomen X en Y, meisjes hebben XX.
Bij aanwezigheid van een Y chromosoom is een SRY gen actief. Dit zorgt voor de ontwikkeling van testes (zaadballen)  rond de 6e week.

Slide 28 - Slide

Inwendig
Gang van Müller en gang van Wolff allebei aanwezig.

XY: Gangen van Wolff worden zaadleiders. 
XX: Gangen van Müller worden eileiders.

Slide 29 - Slide

Uitwendig
Genitale knop: eikel of clitoris.
Randen genitale groeve: balzak of buitenste schaamlippen.
genitale plooien: penis of binnenste schaamlippen.


Slide 30 - Slide

Interseksueel
Er zijn verschillende genetische afwijkingen die er toe leiden dat iemand lichamelijk niet zuiver mannelijke óf vrouwelijke kenmerken heeft.
AOS: XY maar testes werken niet. Uitwendig een vrouw maar baarmoeder, eierstokken ontbreken.
Hermafroditisme: beide externe geslachtskenmerken zijn aanwezig.


Slide 31 - Slide

Anatomie geslachtsorganen
- Bestudeer bron 5 en bron 6 en lees "Mannelijke - en Vrouwelijk geslachtsorganen" op blz. 123

- Maak het stencil anatomie geslachtsorganen op Classroom


Slide 32 - Slide

Doel en begrippen 4.1
Je leert hoe de embryonale ontwikkeling verloopt en hoe de vrouwelijke en mannelijke geslachtsorganen worden gevormd

ovulatie, zona pellucida, bevruchtingsmembraan, zygote, klievingsdelingen, embryo, trilharen, innesteling, blastula, trofoblast, kiemschijf, HCG, vlokken, placenta, dooierblaasje, amnionholte, vruchtvliezen, amnion, chorion, navelstreng, foetus, X-chromosoom, Y-chromosoom, SRY-gen, testes, zaadleider, eikel, balzak, eileiders, clitoris, schaamlippen

Slide 33 - Slide

Huiswerk
In de online methode/ boek. Kies een leerweg (default B).
- Maak 4.1: 3, 6 t/m 10, 15, 16, 19 t/m 23, 25
- Vul het stencil geslachtsorganen in op Classroom

Slide 34 - Slide