Les 11 - Koning en Parlement (deel II - combi)

Geschiedenis van de Democratische Rechtsstaat in Nederland
hoofdstuk 3 - Koning en Parlement (II)
1 / 24
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Geschiedenis van de Democratische Rechtsstaat in Nederland
hoofdstuk 3 - Koning en Parlement (II)

Slide 1 - Slide

Stel dat we Willem Alexander de macht geven van zijn voorvader koning Willem I. Noem een positief en een negatief gevolg.

Slide 2 - Mind map

Huiswerk
Leren 34-37
Maak 1 en 5

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les moet je:
  • De veranderingen die in de grondwet werden ingevoerd in (1840 en) 1848 kunnen noemen en uitleggen en daarnaast de oorzaak voor de plotselinge wijziging kunnen benoemen.
  • Wat is er nu nog over van de wijzigingen van de grondwet van 1848 als je kijkt naar de bestuurlijk situatie in Nederland?

Slide 4 - Slide

Geschiedenis van de Democratische Rechtsstaat in Nederland
hoofdstuk 3 - Koning en Parlement (II)

Slide 5 - Slide

  • Na 1830 meer kritiek op beleid Willem I, want:
  • 1830: Belgen in opstand
  • 1831 Tiendaagse Veldtocht > Willem I wil België heroveren.
  • 1839 einde strijd -- > schatkist leeg door mobilisatie




Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Vraag: waarom denk je dat de Belgen in opstand kwamen?

Slide 9 - Open question

Wat weet je nog over het karakter van Willem I? Geef een karaktereigenschap om hem te typeren.

Slide 10 - Mind map

1840 Grondwetswijziging


2 aanpassingen :
  • Ministers kunnen bij overtreden wet worden vervolgd
  • Contraseign door minister

Willem I treedt af


Slide 11 - Slide

Kwam met de grondwetswijziging van 1840 de rechtsstaat in ons land dichterbij?
A
Ja!
B
Nee!
C
Ik weet het niet zeker

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Revolutiejaar 1848

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Liberale wijzigingen in de grondwet

Voorheen:
  • Koning kon parlement ontbinden
  • Koning benoemde de ministers
  • Koning nam de besluiten



Slide 16 - Slide

Nu:
  • Koning is onschendbaar (maar wel lid regering)
  • Ministeriële verantwoordelijkheid
  • EK gekozen door Provinciale Staten
  • TK krijgt recht van Amendement, interpellatie en enquête
  • TK + PS gekozen door burgers: censuskiesrecht

Slide 17 - Slide

Is ons land in 1848 een parlementaire democratie geworden?
A
Zeker
B
Nee
C
Wat is een parlementaire democratie?
D
Ik twijfel

Slide 18 - Quiz

Grondrechten
Vrijheid van :
  • Drukpers
  • Meningsuiting
  • Onderwijs
  • Godsdienst
  • Etc.
Dit zijn Klassieke Grondrechten itt Sociale Grondrechten.
Nederland is hiermee een klassieke rechtsstaat

Slide 19 - Slide

Wat betekent 'vrijheid van onderwijs'?

Slide 20 - Mind map

Heeft jouw schoolcarrière als basis een klassiek of sociaal grondrecht en waarom?

Slide 21 - Mind map

  • Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering. 
  • (artikel 23 lid 1 Grondwet)
  • Het geven van onderwijs is vrij (...). 
  • (artikel 23 lid 2 Grondwet)


Slide 22 - Slide

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les moet je:
  • De veranderingen die in de grondwet werden ingevoerd in 1848 kunnen noemen en uitleggen en daarnaast de oorzaak voor de plotselinge wijziging kunnen benoemen.
  • Wat is er nu nog over van de wijzigingen van de grondwet van 1848 als je kijkt naar de bestuurlijk situatie in Nederland?

Slide 23 - Slide

Huiswerk
Leren H3
Maak 6, 7, 9, 12

Slide 24 - Slide