TaalCompleet 3.3
Learning objective
TaalCompleet 3.3
Learning objective
het rapport
Betekenis: een papier/boekje met de resultaten van je toetsen. (cijfers/beoordelingen)
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Meervoud: de rapporten
Voorbeeldzin: Ik krijg morgen mijn rapport van school.
het vak
Betekenis: het onderwerp van een les, zoals Nederlands, geschiedenis, rekenen of sport.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Meervoud: de vakken
Voorbeeldzin: Engels is mijn favoriete vak
de middelbare school
Betekenis: de school voor jongeren van ongeveer 12 tot 18 jaar.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Meervoud: de middelbare scholen
Voorbeeldzin: Mijn broer zit op de middelbare school.
1= niets
2= de cijfers
3= bang
4 =het lokaal
A
B
C
D
A = 2
B = 1
C = 3
D = 4
de periode
Betekenis: een vast stukje tijd. Bijvoorbeeld: een week, een maand of een kwartaal.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Meervoud: de periodes
Voorbeeldzin: Dit was een drukke periode voor mij.
de geschiedenis
Betekenis: alles wat vroeger is gebeurd waarover je op school leert.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Voorbeeldzin: Wij leren over de geschiedenis van Nederland.
ik maak me zorgen over…
Betekenis: Bang zijn om iets of iemand. Niet zeker weten of het goed gaat.
Woordsoort: uitdrukking / werkwoord
Vervoeging: wij maken – ik maakte – ik heb ... gemaakt
Voorbeeldzin: Ik maak me zorgen over mijn toekomst.
vriendelijk
Betekenis: aardig en prettig tegen andere mensen.
Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord (vriendelijke)
Voorbeeldzin: De docent is heel vriendelijk.
slecht
Betekenis: niet goed.
Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord
Voorbeeldzin: Het weer is vandaag slecht.
volgens
Betekenis: zoals iemand zegt of denkt.
Woordsoort: voorzetsel
Voorbeeldzin: Volgens de docent is de toets makkelijk.
de situatie
Betekenis: hoe iets op een bepaald moment is.
Woordsoort: zelfstandig naamwoord
Meervoud: de situaties
Voorbeeldzin: De situatie op school is nu beter.
bespreken
Betekenis: praten over iets.
Woordsoort: werkwoord
Voorbeeldzin: Wij bespreken het probleem in de les.