TaalCompleet 3.3

TaalCompleet 3.3

Learning objective

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalISK

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

TaalCompleet 3.3

Learning objective

het rapport


  • Betekenis: een papier/boekje met de resultaten van je toetsen. (cijfers/beoordelingen)


  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord


  • Meervoud: de rapporten


  • Voorbeeldzin: Ik krijg morgen mijn rapport van school.

het vak


  • Betekenis: het onderwerp van een les, zoals Nederlands, geschiedenis, rekenen of sport.


  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord


  • Meervoud: de vakken


  • Voorbeeldzin: Engels is mijn favoriete vak

de middelbare school


  • Betekenis: de school voor jongeren van ongeveer 12 tot 18 jaar.


  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord


  • Meervoud: de middelbare scholen

  • Voorbeeldzin: Mijn broer zit op de middelbare school.


1= niets


2= de cijfers


3= bang


4 =het lokaal

A

B

C

D

A = 2

B = 1

C = 3

D = 4

de periode


  • Betekenis: een vast stukje tijd. Bijvoorbeeld: een week, een maand of een kwartaal.

  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord

  • Meervoud: de periodes

  • Voorbeeldzin: Dit was een drukke periode voor mij.

de geschiedenis

  • Betekenis: alles wat vroeger is gebeurd waarover je op school leert.

  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord

  • Voorbeeldzin: Wij leren over de geschiedenis van Nederland.

ik maak me zorgen over…


  • Betekenis: Bang zijn om iets of iemand. Niet zeker weten of het goed gaat.

  • Woordsoort: uitdrukking / werkwoord

  • Vervoeging: wij maken – ik maakte – ik heb ... gemaakt

  • Voorbeeldzin: Ik maak me zorgen over mijn toekomst.

vriendelijk


  • Betekenis: aardig en prettig tegen andere mensen.

  • Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord (vriendelijke)

  • Voorbeeldzin: De docent is heel vriendelijk.


slecht


  • Betekenis: niet goed.

  • Woordsoort: bijvoeglijk naamwoord

  • Voorbeeldzin: Het weer is vandaag slecht.

volgens


  • Betekenis: zoals iemand zegt of denkt.

  • Woordsoort: voorzetsel

  • Voorbeeldzin: Volgens de docent is de toets makkelijk.

de situatie


  • Betekenis: hoe iets op een bepaald moment is.

  • Woordsoort: zelfstandig naamwoord

  • Meervoud: de situaties

  • Voorbeeldzin: De situatie op school is nu beter.

bespreken

  • Betekenis: praten over iets.

  • Woordsoort: werkwoord

  • Voorbeeldzin: Wij bespreken het probleem in de les.