Les 4 Het ademhalingsstelsel

1 / 58
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 58 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, JdW-map/ aantekeningen schrift/ etui
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            Afspraken in de les
  • Als je iets wil zeggen, steek je je hand op en wacht je op je beurt.
  • Je bent optijd in de les. Niet later dan 5 minuten.
  • Telefoons, koptelefoon, oortjes, eten en drinken blijven de hele les in de tas
  • Je zorgt ervoor dat je de benodigde spullen meeneemt (Boek, klapper, pen)
  • Je zit op de plek die door de docent aangewezen wordt.
  • Rust en focus in de klas.
  • We zorgen er met zijn alle voor dat er een fijne sfeer in de klas is.
  • We zijn lief voor elkaar!
  • Geen telefoons!
timer
3:00

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Thema 1 Verbranding en ademhaling

1.2 Het ademhalingsstelsel
1.3 Ademhalen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 Kader 2
  • Thema: Planten en dieren, Organen en cellen, Ordening
  • Benodigde lesmaterialen: Werkboek, aantekeningen schrift/ map/ per/ potlood
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Kennis maken en afspraken BS 1.1
BS 1.2



BS 1.3
BS 1.4
BS 2.1 en 2.2
BS 2.3
BS 2.4
BS 2.5
Demonstratie kaars met glas eroverheen.
Herhaling
Toets

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 Mavo 2
  • Thema: Planten en dieren, Organen en cellen, Ordening
  • Benodigde lesmaterialen: Werkboek, aantekeningen schrift/ map/ per/ potlood
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Kennis maken en afspraken BS 1.1
BS 1.1 en 1.2



BS 1.3
BS 2.3
BS 2.4
SO
BS 3.1
BS 3.2 en 3.3
BS 3.4
Herhaling
Toets

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk check
gK2B

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk check
gK2A

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions


Wat is er nodig voor de verbranding in organismen?
A
glucose en zuurstof
B
koolstofdioxide en water
C
zuurstof en koolstofdioxide
D
glucose en water

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Wat ontstaat er bij de verbranding in organismen?
A
glucose en zuurstof
B
koolstofdioxide en water
C
zuurstof en koolstofdioxide
D
glucose en water

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


Wat is een indicator om koolstofdioxide aan te tonen?
A
Bronwater
B
Gekookt water
C
Thee
D
Kalkwater

Slide 14 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Met welk orgaan adem je zuurstof in?

Slide 15 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Het ademhalingsstelsel
neusholte
mondholte
keelholte
strottenhoofd
luchtpijp
bronchiën
long
luchtpijptakje
middenrif
longblaasjes
Uit welke organen bestaat het ademhalingsstelsel?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Waar komt de ingeademde zuurstof uiteindelijk terecht?

Slide 17 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            In de les van vandaag gaan wij...

     leren over de bouw en functies van het       
     ademhalingsstelsel.

Slide 18 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
           Leerdoelen
1.2.3 Je kunt in een afbeelding van het ademhalingsstelsel de delen benoemen. (T1)

1.2.4 Je kunt de kenmerken en functies van de delen van het ademhalingsstelsel noemen.
(R)


Slide 19 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
           Leerdoelen
1.3.5 Je kunt de werking van de longblaasjes beschrijven. (T1)

1.3.6 Je kunt de verschillen noemen tussen ingeademde lucht en uitgeademde lucht.
(T1)

Slide 20 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Het ademhalingsstelsel
Bladzijde 15

Slide 21 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Ligging van de longen
In de borstholte.

Onder de longen ligt het middenrif.


Middenrif:
Een spier tussen de borstholte en buikholte.


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

De neusholte
De neusholte:
- is bedekt met
    neusslijmvlies

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Neusholte

Neusslijmvlies:
- trilhaarcellen
- slijm producerende cellen
- bloedvaatje onderkant
Neusslijmvlies

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Wat gebeurt er in de neusholte met de ingeademde lucht?

Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 26 - Link

This item has no instructions

Wat gebeurt er in de neusholte met de ingeademde lucht?

- Neusharen houden grote
   stofdeeltjes
tegen.
- Kleine stofdeeltjes en
   ziekteverwekkers plakken aan het
   neusslijmvlies ---> trilharen
   verplaatsen dit slijm naar de
   keelholte.

De binnenstromende lucht wordt in de neus...
- Gekeurd door het reukzintuig.
- Gezuiverd.
- Vochtig gemaakt en verwarmd.

Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 28 - Link

This item has no instructions


Noem drie redenen waarom ademen door de neus gezonder is dan door de mond.

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 31 - Link

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Luchtpijp open

Strotklep= open
Huig= open

Slide 33 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Luchtpijp = dicht

Stroklep= dicht
Huig = dicht

Slide 34 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Bijvoorbeeld als je tijdens het eten gaat praten of in de lach schiet.

Strotklep en huig: open

Voedselbrokken komen in de neusholte en luchtpijp terecht---> hoesten

Slide 35 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Luchtpijp
Schematische doorsnede van de luchtpijp en de slokdarm.
- holle buis
- sluit aan op de onderkant van het 
   strottehoofd

 

Slide 36 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Hoe ziet de wand eruit?
Luchtpijp en bronchiën: kraakbeenringen

Luchtpijptakjes: spieren

Luchtpijp, bronchien, luchtpijptakjes en longblaasjes: slijmvlies.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Longblaasjes
Oppervlak: 70-100 vierkante meter
Omgeven door: longhaarvaten

Longblaasjes en longhaarvaten
- Hele dunne wand.
- Laten zuurstof en koolstofdioxide
  door.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Feiten

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Luchtwegproblemen

Snurken is een hinderlijk geluid voor mensen die in dezelfde kamer slapen als de snurker. Bij snurken zijn bepaalde delen van het ademhalingsstelsel slapper of dikker geworden. De lucht moet dan door een nauwe opening in het ademhalingsstelsel (zie afbeelding 10.2). Delen in de nauwe opening gaan trillen. Daardoor hoor je een snurkend geluid. Hetzelfde gebeurt als een ballon leegloopt door een nauwe opening en een piepend geluid te horen is.
Bij slaapapneu is tijdens de slaap de luchtweg meerdere keren per uur helemaal afgesloten (zie afbeelding 10.3). De hersenen waarschuwen dan, waardoor die persoon telkens wakker wordt. Daardoor komt iemand vrijwel niet in een diepe slaap, met ernstige vermoeidheid tot gevolg. De problemen bij snurken en slaapapneu ontstaan vooral bij het slapen op de rug.
Feiten

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Neem je laptop voor je en maak de volgende opdrachten.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Sleep de namen naar de juiste plaats 
Longblaasje
Luchtpijp
Keelholte
Bronchiën 
Neusholte

Slide 43 - Drag question

This item has no instructions

Je kunt beter ademhalen door je neus omdat
A
de lucht dan wordt verwarmd
B
je gewaarschuwd wordt voor gevaarlijke stoffen
C
de lucht vochtig gemaakt wordt
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Enkele organen in het ademhalingsstelsel zijn:
1. longblaasje
2. bronchiën
3. neusholte
4. strottenhoofd
5. luchtpijp
6. keelholte
Langs welke weg stroomt ingeademde lucht achtereenvolgens?
A
346521
B
536521
C
364521
D
563512

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Welk gas wordt in de longblaasjes opgenomen in het bloed?
A
koolstofdioxide
B
zuurstof

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions


Wat ontstaat bij de verbranding in het menselijk lichaam?
A
koolstofdioxide en zuurstof
B
glucose en water
C
water en koolstofdioxide
D
zuurstof en glucose

Slide 47 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen

1.2.3 Je kunt in een afbeelding van het ademhalingsstelsel de delen benoemen. (T1)
1.2.4 Je kunt de kenmerken en functies van de delen van het ademhalingsstelsel noemen.
(R)

Slide 48 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Noteer vier organen van het ademhalingsstelsel

Slide 49 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
       Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 50 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Aan de slag
Nu maken:

Bladzijde 19 Opdracht 2 en 3
Bladzijde 20 Opdracht 4

Pittig plus
Bladzijde 21 opdracht 5


Slide 51 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 52 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 53 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. 1.2.3 Je kunt in een afbeelding van het ademhalingsstelsel de delen benoemen. (T1)
1.2.4 Je kunt de kenmerken en functies van de delen van het ademhalingsstelsel noemen.
(R)

Slide 54 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. 1.3.5 Je kunt de werking van de longblaasjes beschrijven. (T1)

1.3.6 Je kunt de verschillen noemen tussen ingeademde lucht en uitgeademde lucht.
(T1)

Slide 55 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
1. kalkwater
2. indicator
3. longen
4. luchtpijp
5. neusholte
6. mondholte
7. bronchiën
8. luchtpijptakjes
9 middenrif

Slide 56 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 57 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 58 - Slide

This item has no instructions