CG1 - Unidad 7 - clase 3 - 2 de Noviembre, 2026 - Hevo
CG1 - Unidad 7 - clase 3 - 2 de Noviembre, 2026 - Hevo
Eerste les voor een seniorengroep: houd de opening warm, rustig en overzichtelijk. Noem kort dat het om een praktische introductie gaat, zodat cursisten weten wat ze kunnen verwachten.
This item has no instructions
Comunicación
1- ¿ Conoces 5 verbos que terminen con AR?
2- ¿De que tiempo habla el video de los deberes?
3- ¿En que trabajas o has trabajado?
4- ¿ Cuál es la diferencia entre SER y ESTAR?
5- Vertaal: ¿Qué has hecho estas vacaciones de verano?
This item has no instructions
Les 3 – El pretérito perfecto - Unidad 7
Open rustig en visueel. Verwijs mondeling naar reizen, ervaringen en praktische situaties op reis. Grote letters en weinig tekst passen goed bij de doelgroep senioren.
Lesdoel
Ik kan het pretérito perfecto herkennen en vormen, en ermee praten over reiservaringen, voorbereiding op een reis, muy/mucho en eenvoudige klachten onderweg.
De gebruiker noemde meerdere leerdoelen; volgens de instructie is dit samengebracht tot één leerlingvriendelijk 'Ik kan...'-doel dat de hele les dekt.
¿Qué ha hecho usted?
Kijk naar de afbeeldingen en denk aan uw eigen reiservaringen.
Vragen in het Spaans:
¿Ha viajado este año?
¿Ha estado alguna vez en España?
¿Ha dormido alguna vez en un hotel de cinco estrellas?
¿Ha hablado español durante un viaje?
Laat cursisten eerst kort zelf nadenken en daarna met een buur bespreken, maar zet die werkvorm niet expliciet op de slide. Houd de focus op begrijpen van de vragen en herkenning van de vorm 'ha + participio'.
This item has no instructions
Vorm en sleutelwoorden
hoy, esta mañana, esta semana, este mes, este año, ya, todavía no, alguna vez, nunca, últimamente, hasta ahora
Wanneer gebruik je dit vaak?
Spreek de rij met haber hardop voor en laat cursisten luisteren naar het ritme. Wijs ook op tijdswoorden die vaak samen met het pretérito perfecto voorkomen.
Pretérito perfecto
Het pretérito perfecto gebruik je voor ervaringen en dingen die al gebeurd zijn, maar nog niet afgesloten.
Vorm: haber + participio
Voorbeelden:
he viajado
has comido
ha vivido
hemos visitado
Koppel dit aan de openingsvragen: '¿Ha viajado?', '¿Ha hablado español?'. Benadruk dat haber en participio samen één werkwoordsvorm vormen.
Woordenlijst
ya - al
alguna vez - ooit, een keer
nunca - nooit
muy - heel, voor een bijvoeglijk naamwoord
mucho - veel of erg, afhankelijk van de zin
reservar - reserveren
molestias - ongemak of overlast
This item has no instructions
Participios: de paren
visitar → visitado
comer → comido
hacer → hecho
decir → dicho
poner → puesto
ver → visto
escribir → escrito
volver → vuelto
Belangrijke combinaties:
Benadruk dat niet alle participia regelmatig zijn. Laat vooral de onregelmatige vormen duidelijk uitspreken: hecho, dicho, puesto, visto, escrito, vuelto.
Let op de onregelmatige vorm
Deze vormen moet u herkennen:
hacer → hecho
escribir → escrito
volver → vuelto
Regelmatige voorbeelden blijven:
comer → comido
visitar → visitado
De oorspronkelijke les bevatte een controlequiz. Omdat deze versie alleen contentslides bevat, staat hier de kern van de juiste koppelingen zonder interactieve vraagvorm.
Zoek het pretérito perfecto - Maak Leesopdracht 9a-b
Kijk in de tekst of kaart op pagina 67.
Let op:
vormen van haber
voltooide deelwoorden
combinaties van haber + participio
Zo herkent u minstens drie vormen van het pretérito perfecto.
EXPERIENCIAS DE VIAJES --> CUBA
pag. 67
Noem mondeling de handelingen uit het boek: onderstrepen van haber en omcirkelen van participia. De slide vat die leesfocus samen zonder de opdrachtvorm uit te schrijven.
Gebruik de tekst op pagina 67 om te zien:
wat Lucía al heeft gedaan
wat zij nog niet heeft gedaan
Belangrijke taalvormen:
ha + participio
todavía no + ha + participio
Interview over reiservaringen
Vragen over ervaringen:
¿Ha estado alguna vez en un hotel de cinco estrellas?
¿Ha comido platos típicos de México?
¿Ha hablado alguna vez español durante un viaje?
¿Ha estado en España o Latinoamérica?
Maak oefeningen 10a-b
In het boek staan meer vragen; door ruimte op de slide splitsen we ze over twee slides. Laat cursisten telkens korte, haalbare antwoorden geven.
Opdracht 12 Reisvoorbereiding
Wat kunt u al gedaan hebben voor een reis?
buscar una guía
hacer la maleta
llamar al hotel
alquilar un coche
comprar los billetes
preparar los documentos
Pag. 68
Noem mondeling ook ir al banco en comprar un bañador uit het boek als extra voorbeelden. Kies op de slide de meest kernachtige lijst voor leesbaarheid.
Ya en todavía no
Met het pretérito perfecto zijn deze woorden heel handig:
ya = al
todavía no = nog niet
Voorbeelden:
Sí, ya los he comprado.
No, todavía no la he hecho.
Opdracht 13a-b-c-d
Grizel habla de sus vacaciones
Pág. 68
Leg uit dat het voornaamwoord vaak vóór haber staat: los he comprado, la he hecho. Houd dit kort en functioneel.
HEEL
VEEL
Pág. 68
This item has no instructions
Muy of mucho
De basisregels:
muy + bijvoeglijk naamwoord
- un viaje muy interesante
mucho/a/os/as + zelfstandig naamwoord
- muchos turistas
werkwoord + mucho
- me gusta mucho
pag. 68
Senioren hebben vaak baat bij vaste patronen. Laat per patroon één voorbeeld duidelijk horen en zien.
Voorbeelden met muy y mucho
Juiste zinnen:
El viaje ha sido muy interesante.
Me ha gustado mucho.
En Cuba hay muchos turistas.
La Habana es una ciudad muy bonita.
Este año hemos viajado mucho.
Pag. 69 # 51
Pag. 69 # 52
Pag. 69 # 53
Pag. 69 # 54
Pág. 69
De originele les vroeg om een quiz. Hier staan alleen de correcte modelzinnen als compacte inhoudsslide. Laat mondeling kort benoemen waarom elk antwoord klopt.
This item has no instructions
Korte antwoorden
Voorbeelden van korte antwoorden:
Sí, he…
No, todavía no.
Sí, una vez.
Nunca he…
Nunca he estado allí.
Doorvragen:
¿Dónde? ¿Cuándo? ¿Con quién? ¿Le ha gustado?
Model de uitspraak van he, ha en hablado rustig voor. Laat eventueel enkele cursisten heel kort reageren met een plaatsnaam of activiteit.
Reclamar durante un viaje
Handige zinnen:
Perdone, por favor.
Tengo un problema.
No he pedido esto.
He reservado una habitación con bañera.
Lo siento. Ha sido un error.
Perdone las molestias.
No pasa nada. Está bien.
Spreek de zinnen eerst langzaam voor. Wijs op het verschil tussen een klacht melden en beleefd reageren.
Zo vertelt u over iemand anders
Voorbeeld in de derde persoon:
María ha estado en España. Ha visitado Sevilla y le ha gustado mucho.
Let op:
ha estado
ha visitado
le ha gustado mucho
Dit bereidt de nabespreking van het interview voor: van ik-vorm naar hij/zij-vorm. Benadruk rustig de omschakeling naar 'ha'.