les 11 - 1V12- maandag 18 mei 2026

Les 11 - 1V2 - maandag 18 mei 2026
1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Les 11 - 1V2 - maandag 18 mei 2026

Slide 1 - Slide

¿Qué hacemos hoy? (Wat doen we vandaag?)

  • Herhaling bron D + HW nakijken + quizje (40m)
  • Korte break (5m)
  • Plenda & huiswerk maken (25m)

Slide 2 - Slide

ergens zijn /
zich bevinden

Slide 3 - Slide

ESTAR is een 2e werkwoord voor 'zijn':
ERGENS ZIJN - ZICH BEVINDEN
  • waar iemand zich bevindt.     Estoy en clase 
  • vraagzin: ¿Dónde estás?       
  • ligging van plaatsen. Los Andes están en América del Sur

  • gevoelens/emoties. Sofía está feliz (=gelukkig)  
  • ¿Cómo estás? --> Hoe gaat het met je?

Waar ben je?
Hoe het gaat met iemand

Slide 4 - Slide

Oefening 13c + 14a WB blz. 40
  • Kies bij 13c de juiste ww-vorm van 'estar' in iedere zin!
  • Bij 14a schrijf je de juiste vorm van 'estar' op
timer
8:00

Slide 5 - Slide

Antwoorden 13c
  1. El cine está al lado de la panadería.
  2. Señores, ¿ustedes están en Betanzos? 
  3. Merche & Mateo están en casa.
  4. Yo estoy enamorado.
  5. Mi instituto está en La Coruña.
  6. Mi amiga y yo estamos en el cine.

Slide 6 - Slide

Antwoorden 14a
  1. ¿Dónde están los tomates?
  2. Mi casa está cerca del instituto.
  3. Susana y Álvaro están en el supermercado.
  4. Señor Martínez, ¿cómo está?
  5. Merche y yo, estamos en el centro.
  6. Vosotros, ¿estáis en casa?  

Slide 7 - Slide

Zinnen vertalen naar het NL
  1. ¿Dónde están los tomates?
  2. Mi casa está cerca del instituto.
  3. Susana y Álvaro están en el supermercado.
  4. Señor Martínez, ¿cómo está?
  5. Merche y yo estamos en el centro.
  6. Vosotros, ¿estáis en casa?  
timer
8:00

Slide 8 - Slide

Zinnen vertalen naar het NL
  1. Waar zijn de tomaten?
  2. Mijn huis is/bevindt zich vlakbij de middelbare school.
  3. Susana en Álvaro zijn in de supermarkt.
  4. Meneer Martínez, ¿hoe gaat het met u?
  5. Merche en ik zijn in het centrum.
  6. Zijn jullie thuis/in huis?

Slide 9 - Slide

Lesson Up quizje
Ga naar:
lessonup.app
+ voer de code in

Slide 10 - Slide

(Yo) ................... en el instituto (=op school)
A
está
B
estamos
C
estoy
D
estás

Slide 11 - Quiz

Mi madre y yo .................. en el supermercado.
A
estás
B
estamos
C
estaís
D
están

Slide 12 - Quiz

Hoe zeg je in het Spaans:
Waar ben je?
A
¿Dónde está?
B
¿Cómo está?
C
¿Cómo estás?
D
¿Dónde estás?

Slide 13 - Quiz

Schrijf de zes vormen van het werkwoord 'estar' op

Slide 14 - Mind map

Chicos, ¿dónde ...............?
A
estás
B
estáis
C
estamos
D
están

Slide 15 - Quiz

Juana, ¿...................... en casa?
A
estoy
B
estás
C
está
D
estamos

Slide 16 - Quiz

Maak een kort, Spaans zinnetje die begint met: Estoy .................

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Plenda (1 juni)

  • Leer de woordenschat van bron C - WB blz. 55 (DICTEE)

  • Maak de oefeningen 7, 11 & 14b uit je WB
s.o. (=PF2) op maandag 8 juni!

Slide 19 - Slide

Woordenschat oefenen
play.blooket.com/play
H2: bron C
'En camino'

Slide 20 - Slide

Tijd voor huiswerk
Oefening 7 (gebruik hierbij bron C uit je TB)

Oefening 11 (woordenschat)

Oefening 14b (maak goede, Spaanse zinnen m.b.v. 'estar')

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide