Les Avondschool 17 maart

LESSON uples
* Op je mobiel zoek jij:
HTTPS://student.lessonup.io
* Vul de code in die onderaan de slide staat ( cijfers)
* Dan je naam invullen en KLAAR om te beginnen…
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

LESSON uples
* Op je mobiel zoek jij:
HTTPS://student.lessonup.io
* Vul de code in die onderaan de slide staat ( cijfers)
* Dan je naam invullen en KLAAR om te beginnen…

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les Avondschool 17 maart

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Bloemen
De tulp
Het 
De  narcis
De  krokus
De  hyacint

Slide 3 - Slide

Woordenschatwoorden:

Zeg het woord voor, de leerling zegt het na.
Hoe heet het plantje zonder naam op de vorige slide ?
A
Sneeuwbol
B
Sneeuwwitje
C
Sneeuwvlokje
D
Sneeuwklokje

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Lente

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

De tulp
A
B
C
D

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

De narcis
A
B
C
D

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Type de zin over.
Gebruik daarbij op de juiste plaats hoofdletters.
lente, zomer, herfst en winter zijn de vier seizoenen.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

Het kalf
A
B
C
D

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

De lente is van ... tot ...
A
21 sept - 21 dec
B
21 dec - 21 mrt
C
21 mrt - 21 juni
D
21 juni - 21 -sept

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ander woord voor lente?
A
najaar
B
voorjaar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort er niet bij?

voorjaar - lente - seizoen - eiland
A
voorjaar
B
lente
C
seizoen
D
eiland

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

lente, zomer, ..., winter


A
kerst
B
herfst
C
kers
D
herbst

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions


Vul de juiste letter in:
Het wor.. lente!
A
d
B
t
C
dt
D
dd

Slide 14 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Wat gebeurt er met de bomen in de lente?
A
Ze krijgen bladeren en bloesem
B
Ze verliezen hun bladeren
C
Ze worden kleiner

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welke dieren krijgen vaak jongen in de lente?
A
Pinguïns en ijsberen
B
Schapen en vogels
C
Haaien en krokodillen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Aan het begin van de lente bloeien de .......
A
crocusen
B
crocussen
C
crokussen
D
krokussen

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Waarom wordt het in de lente warmer?
A
Omdat de zon langer schijnt
B
Omdat de maan dichterbij komt
C
Omdat het meer regent

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Welk feest vier je in de lente?
A
Sinterklaas
B
Carnaval
C
Pasen
D
Kerst

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

In de lente schijnt het zonnetje wat meer. Veel mensen fleuren op. Wat betekent opfleuren?
A
honger krijgen
B
meer gaan bewegen
C
naar buiten gaan
D
weer blij worden

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

De lente maanden

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Feestdagen 
In de lente zijn er in Nederland veel feestdagen
- 27 april = KONINGSDAG
- 5 mei = Bevrijdingsdag
- 2e zondag in mei Moederdag
-2e zondag in Juni Vaderdag

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Op welke dag is het Koningsdag ?
A
30 april
B
27 april
C
5 mei
D
21 maart

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Lente?
A
B
C
D

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Hooikoorts
Allergie voor pollen.
Checken wanneer er veel pollen in de lucht zitten kan met het hooikoortsweerbericht


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Video

This item has no instructions

Wat is hooikoorts?
A
Een allergie voor huisstofmijt
B
Een allergie voor planten
C
Een allergie voor stuifmeel van planten
D
Een allergie voor huisdieren

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

De berk is een
A
bloem
B
dier
C
paddenstoel
D
boom

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Welke bloem zag je NIET in de video ?
A
Tulp
B
Sneeuwklokje
C
Narcissen
D
Krokussen

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Waar gaat het dramatisch slecht mee, volgens de boswachter in de film ?
A
Paddestoelen
B
Hommels
C
Voorjaarsbloemen
D
Insecten

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel vlinders zag je op het vorige plaatje ?
A
3
B
4
C
2
D
1

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Dankjewel!

Slide 34 - Slide

This item has no instructions