herhalingsles

1 aanbieder op de markt, dit is een
A
oligopolie
B
volkomen concurrentie
C
monopolistische concurrentie
D
monopolie
1 / 18
next
Slide 1: Quiz
Middelbare school

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

1 aanbieder op de markt, dit is een
A
oligopolie
B
volkomen concurrentie
C
monopolistische concurrentie
D
monopolie

Slide 1 - Quiz

Het aanbieden van games, smartphones kunnen alleen de grote bedrijven, dit is een
A
oligopolie
B
monopolistische concurrentie
C
volkomen concurrentie
D
monopolie

Slide 2 - Quiz

suiker, graan en houtskool zijn voorbeelden van producten die nagenoeg hetzelfde zijn. Deze marktvorm is een
A
oligopolie
B
monopolistisch concurrentie
C
volkomen concurrentie
D
monopolie

Slide 3 - Quiz

In welke branches of markten zou kartel vorming nog meer kunnen optreden?

Slide 4 - Open question

Als de vraag naar een product stijgt...
A
... verschuift de vraaglijn naar rechts/omhoog
B
... verschuift de vraaglijn naar links/omlaag
C
... De vraaglijn verschuift niet
D
...De aanbodlijn gaat naar links/omhoog

Slide 5 - Quiz

Een hogere prijs zorgt voor een
A
Verschuiving langs de vraaglijn
B
Verschuiving van de vraaglijn naar links/beneden
C
Verschuiving van de vraaglijn naar rechts/boven

Slide 6 - Quiz

Als het inkomen met 10% stijgt en er wordt daarom meer gekocht voor dezelfde prijs dan...
A
schuift de vraaglijn naar boven/rechts
B
schuift de vraaglijn naar beneden/links
C
verandert alleen het punt op de vraaglijn
D
Gebeurd er niets

Slide 7 - Quiz

Juist
Onjuist
Als aanbod stijgt daalt de prijs
Als de vraag stijgt dan daalt de prijs
Als de prijs stijgt komen er meer aanbieders

Slide 8 - Drag question

het consumentensurplus is het verschil tussen...
A
de betalingsbereidheid en de marktprijs
B
de betalingsbereidheid en de evenwichtsprijs
C
de evenwichtsprijs en de marktprijs
D
de evenwichtsprijs en de laagste prijs

Slide 9 - Quiz

Welke kleur heeft het producentensurplus?
A
Groen
B
Blauw
C
Rood
D
Geel

Slide 10 - Quiz

Hoe berekenen we de oppervlakte van het consumenten- of producentensurplus? Oftewel van een driehoek?
A
met een rekenmachine
B
basis x hoogte x 1/2
C
basis x hoogte x 2

Slide 11 - Quiz

De aandelenmarkt is een..
A
abstracte markt; je kan er heen
B
fysieke markt; je kan er niet naartoe
C
abstracte markt; je kan er niet naar toe
D
fysieke markt; je kan er naartoe

Slide 12 - Quiz

Bereken de evenwichtsprijs (Pe)

Qa= 200P - 300
Qv= -100P + 400
A
2 euro 33
B
43 eurocent
C
1 euro
D
7 euro

Slide 13 - Quiz

Bereken de evenwichtshoeveelheid (Qe)
Qa= 200P - 300
Qv= -100P + 400

Slide 14 - Open question

Bereken de maximale betalingsbereidheid (Pmax)

Qa= 200P - 300
Qv= -100P + 400
A
1,50 euro
B
2,33 euro
C
- 4 euro
D
4 euro

Slide 15 - Quiz

Bereken de minimale leveringsbereidheid (Pmin)

Qa= 200P - 300
Qv= -100P + 400
A
1,50 euro
B
4 euro
C
2,67 euro
D
233

Slide 16 - Quiz

Waarom heeft de vraaglijn een dalend verloop? (van linksboven naar rechtsonder?)
A
want P -- is Qv --
B
hoe duurder iets is, hoe meer vraag
C
hoe goedkoper iets is, hoe meer vraag
D
bij een lage prijs wordt er weinig gevraagd

Slide 17 - Quiz

Wat heeft er bij jou het meeste invloed op jouw vraag (koopgedrag)?

Slide 18 - Open question