De Gouden Eeuw, Boek 1: Een vage vreemdeling

De Gouden Eeuw
Boek 1:
Een vage vreemdeling
1 / 23
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De Gouden Eeuw
Boek 1:
Een vage vreemdeling

Slide 1 - Slide

Welkom tijdreizende vreemdeling!

Welkom in het Amsterdam van de 17e eeuw.We schrijven 
het jaar 1650. Het leven hier is niet eenvoudig: de stad is vies 
en alles heeft een prijs!  Onderdak, eten en drinken? 
Zeker, maar niet gratis!

Laten we maar snel zorgen dat je wat geld kunt verdienen.

Slide 2 - Slide

Kijk eens om je heen...wat een stad!

Ga naar de volgende slide, om een video van 
Amsterdam te bekijken en hou vooral goed het stuk rond 1650
in de gaten! Dat is de tijd waarin we nu leven!

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Vertel eens wat je ziet als je rondkijkt in Amsterdam rond 1650.

Slide 5 - Open question

Amsterdam is de afgelopen tijd steeds groter geworden. Zo zijn er drie nieuwe grachten bij gekomen. Maar welke gracht hoort daar níet bij?


Onthoud de derde letter van de naam van de gracht bij het foute antwoord.
A
Prinsengracht
B
Keizerskracht
C
Koningsgracht
D
Herengracht

Slide 6 - Quiz

Al die monden moeten ook gevoed worden. In de Gouden Eeuw wordt een aantal meren in Noord-Holland drooggelegd. Geef van 3 meren de namen.

Slide 7 - Open question

Leg in het kort uit hoe deze meren, door o.a. Jan Adriaansz. Leeghwater, werden drooggelegd.

Slide 8 - Open question

Maar goed: je zoekt werk. Wat kun je zoal?

Er is genoeg werk te vinden in de stad. Ik denk ook
dat je beter kunt werken, anders kom je terecht in het [....1....],  
waar je hard moet werken,  of moet je leven van de [....2....].

Sorry dat je dat niet verstond, het is ook zo lawaaiig hier
met al dat volk. Sommige versta ik niet eens. Vergeet natuurlijk
niet dat hier veel vreemdelingen uit het buitenland komen!

Slide 9 - Slide

Wat zei ik bij [....1....]?

Onthoud de derde letter van je antwoord

Slide 10 - Open question

En wat zei ik bij [....2....]?

Onthoud de op twee na laatste letter van je antwoord

Slide 11 - Open question

Waarom kwamen zoveel buitenlanders naar Amsterdam in de Gouden Eeuw?

Geef 3 verschillende redenen

Slide 12 - Open question

Hé vriend, let eens op als ik tegen je praat!

Ik heb werk voor je kunnen regelen. Ze willen je wel hebben bij 
een aantal gilden. Misschien dat zij je nog eens iets kunnen leren...

...al vraag ik mij dat ernstig af...

Maar goed, ik heb alleen de namen van de straten. 
Ik heb werkelijk geen idee welk beroep erbij hoort...jij?
Wacht, ik geef je een kaart

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Map

Welk beroep zou er te vinden zijn in de Verversstraat?
A
Hier werden schepen van de VOC geverfd
B
Hier werden lakens geverfd
C
Hier werden huizen geverfd
D
Hier werden schilderijen geverfd

Slide 15 - Quiz

Welk beroep zou er te vinden zijn in het Bijltjespad?
A
Het pad is vernoemd naar de timmerlieden op de scheepswerf. Zij werden 'bijltjes' genoemd.
B
Het pad is vernoemd naar de beoefenaars van het 'bijlen- en messen'-werpen. In die tijd een professionele sport.
C
Het pad is vernoemd naar de houthakkers, die voor bouw van de schepen bomen omhakten
D
Het pad is vernoemd naar de beul die in Amsterdam de terechtstellingen uitvoerde.

Slide 16 - Quiz

Welk beroep zou er te vinden zijn in de Kuiperssteeg?
A
Een kuiper maakte cement voor de woningbouw.
B
Een kuiper groef de grachten in Amsterdam.
C
Een kuiper maakte tonnen en vaten.
D
Een kuiper maakte badkuipen voor de regenten.

Slide 17 - Quiz

Welk beroep zou er te vinden zijn in de Warmoesstraat?
A
Een verkoper van warme appelmoes, erg populair bij ons in de Gouden Eeuw.
B
Een warmoes is iemand die ervoor zorgt dat de stadswallen goed onderhouden zijn.
C
Een warmoezerij is een ander woord voor een groentemarkt. Hier vind je dus groenteverkopers
D
Een warmoes is een hele mooie naam voor iemand die, hoe zeg ik dat netjes, zichzelf verkoopt voor...uhm...nou ja, dat dus...

Slide 18 - Quiz

Jij bent werkelijk onmogelijk: niemand die jou wil hebben!

Het begint nu al donker te worden. Ga maar naar het gasthuis,
daar hebben ze wel een slaapplek voor jou. 
Maar voor één nacht: morgen gooien ze je er weer uit!

Kijk, hier is het. Tot morgen!

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Onder wie of wat vielen de gasthuizen?

Onthoud de tweede letter van het goede antwoord
A
gemeente
B
Rijke burgers
C
kerk
D
ziekenhuis

Slide 21 - Quiz

Je hebt nu vier letters verzameld! Jij bent nog steeds een vage vreemdeling, maar met de 4 letters kun je mijn naam nu vormen.

Mijn naam is:

Slide 22 - Open question

Ik was beroemd en berucht in de Gouden Eeuw.
Maar kun jij iets over mij vertellen?

Slide 23 - Open question