LD 1 -H3 -1MH- Windrichtingen op kaart

LEERDOEL 1
Hoofdstuk 3 - Getal & Ruimte
Assenstelsels & Grafieken
1 / 12
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

LEERDOEL 1
Hoofdstuk 3 - Getal & Ruimte
Assenstelsels & Grafieken

Slide 1 - Slide

LEERDOELEN
LD 1
  
LD 2


LD 3

LD 4



Ik ken de acht belangrijkste windrichtingen en weet hoe ik die op een kaart moet gebruiken.

- Ik kan met behulp van Gps-coördinaten bepalen waar plaatsen liggen.

-  Ik kan netjes een assenstelsel tekenen en weet welke wiskundige benamingen daar bij horen.

-Ik kan grafieken in een assenstelsel aflezen en ook zelf tekenen met behulp van gegevens in een tabel.

- Ik kan vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen.
   
 - Ik ken de rekenvolgorde en kan deze goed gebruiken bij verschillende sommen, ook als er negatieve getallen in zitten.
   
- Ik kan gegevens uit een verhaaltje in een tabel en in een woordformule omzetten en hier een grafiek van maken.
  
- Ik kan werken met formules met letters er in.
LD 5
  
LD 6


LD 7

LD 7H



Slide 2 - Slide

LEERDOEL 1
Ik ken de acht belangrijkste windrichtingen en weet hoe ik die op een kaart moet gebruiken.
LEERDOEL 1

Slide 3 - Slide

Dit figuur heet een WINDROOS.  Het laat de 8 belangrijkste windrichtingen zien. Het Noorden zit bovenaan de windroos.
De windroos wordt vaak in een kompas gebruikt

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Dit is een Koershoekmeter
Ook 8 windrichtingen
Helemaal rond = 360˙
Gebruikt om hoeken te meten meer dan 180˙

Slide 6 - Slide

0

Slide 7 - Video

Welke windrichting is tegenovergesteld aan het oosten?
A
zuid
B
noord
C
west
D
geen van deze antwoorden is juist

Slide 8 - Quiz

Je vliegt van Amsterdam naar London. In welke windrichting vlieg je dan.
A
oosten
B
zuiden
C
westen
D
noorden

Slide 9 - Quiz

Er staat een zuidenwind.
In welke richting blaast deze wind?
A
zuiden
B
oosten
C
westen
D
noorden

Slide 10 - Quiz

Een schip vaart een koers van 90 graden. In welke richting vaart dit schip?
A
westen
B
zuiden
C
oosten
D
noorden

Slide 11 - Quiz

Een vliegtuig neemt een koers van 135 graden. In welke windrichting vliegt dit vliegtuig?
A
noordoost
B
zuidwest
C
oostwest
D
zuidoost

Slide 12 - Quiz