Je weet het verschil tussen vragers en aanbieders op de arbeidsmarkt
Je weet wat er in een CAO staat
1 / 31
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5
This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Arbeidsmarkt
Je weet het verschil tussen vragers en aanbieders op de arbeidsmarkt
Je weet wat er in een CAO staat
Slide 1 - Slide
Hoeveel % belasting betaal je in NL over je loon?
Slide 2 - Mind map
Slide 3 - Slide
Begrippen
Bruto loon (Moet de belasting nog vanaf)= Loon voor de belasting
Nettoloon(dit komt op je bankrekening) = Brutoloon - Belasting
Slide 4 - Slide
Voorbeeldsom
Stel: je hebt in de zomer €500 verdiend bij de ijssalon Ekkelenkamp.
Je moet €100 belasting betalen over dit inkomen.
Dat is totaal: (Belasting : Bruto inkomen x 100)
100:500x100 = 20%
Slide 5 - Slide
Zelfstandig - 5 minuten
Pagina 189, vraag 11a
Slide 6 - Slide
Heb jij een baantje? Zo ja, waar?
Slide 7 - Open question
Arbeidsmarkt
Net als een 'gewone' markt bestaat de arbeidsmarkt uit vragers en aanbieders
De prijs op de arbeidsmarkt heet loon/salaris.
Slide 8 - Slide
Mensen die bij de beroepsbevolking horen hebben een betaalde baan of zijn op zoek naar een betaalde baan. Deze mensen bieden hun arbeid aan. De beroepsbevolking is dus het aanbod van arbeid.
Arbeidsmarkt is het totaal van vraag en aanbod naar arbeid.
Als de vraag naar arbeid groot is en het aanbod klein: er is een krappe arbeidsmarkt en weinig werkloosheid.
Als de vraag naar arbeid klein is en het aanbod groot: er is een ruime arbeidsmarkt en veel werkloosheid.
Bedrijven & overheid zijn op zoek naar personeel. Zij vragen arbeid.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
Slide 11 - Slide
Vraag naar arbeid: Vacatures
Slide 12 - Slide
Een bedrijf heeft 10 vacatures
A
Vraag naar arbeid
B
Aanbod van arbeid
Slide 13 - Quiz
Werkloosheid:
A
Vraag naar arbeid groter dan aanbod van arbeid
B
Aanbod van arbeid groter dan de vraag naar arbeid
Slide 14 - Quiz
Vraag naar arbeid is groter dan aanbod van arbeid:
A
Loon stijgt
B
Loon daalt
Slide 15 - Quiz
Slide 16 - Video
Opdrachten
Eerst: Paragraaf 6, 1 t/m 5
1 t/m 7, paragraaf 4 van hfst 6
Slide 17 - Slide
Leg het verschil uit tussen vraag en aanbod van arbeid
Slide 18 - Open question
CAO
Collectieve arbeidsovereenkomst --> Voorwaarden die gelden voor een hele bedrijfstak.
Primair: Loon, werkdagen
Secundair: Auto van de zaak, opleidingen etc.
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
Lonen staan vast:
CAO --> Die wordt voor een langere periode afgesloten. Hierin staan de lonen voor de hele periode
Minimumloon --> Lonen kunnen niet lager worden dan het minimum.
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Wat is een CAO?
Slide 23 - Open question
Slide 24 - Video
Vraagoverschot
Tekort aan personeel:
vraag > aanbod
Er zijn meer banen dan mensen die willen werken. = krappe arbeidsmarkt
Aanbodoverschot
Werkloosheid:
aanbod > vraag
Er zijn niet genoeg banen voor iedereen. Lonen stijgen nauwelijks.