Muvo: kleuren en vormen maken kunst

Kleuren en vormen maken kunst

1 / 33
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuvoBuitengewoon lager onderwijsType basisaanbod,Type 9Leeftijd 7-10

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kleuren en vormen maken kunst

This item has no instructions

Dit leer ik

Ik kan eenvoudige kleuren en vormen herkennen en benoemen


en ermee een eenvoudige compositie maken.

This item has no instructions

Welke kleuren en vormen ken jij al?

Gebruik de antwoorden om voorkennis te activeren. Verwachte woorden: rood, blauw, geel, cirkel, vierkant, driehoek.

We werken met kleuren en vormen

  • Kleuren helpen ons kiezen en combineren.

  • Vormen zijn de bouwstenen van een beeld.

  • Met losse vormen kan je samen iets nieuws maken.

Open de les vanuit herkenning: leerlingen zien losse stukken papier, maar samen kunnen die een figuur of beeld vormen. Houd het heel concreet en visueel.

De kleuren

  • rood

  • blauw

  • geel

  • groen

  • zwart

  • wit

  • oranje

  • paars

  • roze

  • bruin

  • ....

Gebruik alleen eenvoudige kleurwoorden. Als er in de klas met andere kleuren gewerkt wordt, mag je die mondeling toevoegen zonder de slide voller te maken.

Wat kleurenkennis:


Kleuren kan je lichter maken door wit toe te voegen.


Kleuren kan je donkerder maken door zwart toe te voegen.

Zo krijg je verschillende tinten.


Kleuren kan je mengen: rood en geel wordt samen oranje.

Wat ken je nog?

This item has no instructions

De vormen

  • driehoek

  • vierkant

  • cirkel

  • rechthoek

  • ruit

  • trapezium

This item has no instructions

Vorm en kleur samen

Een vorm kan verschillende kleuren hebben.


Een cirkel kan rood zijn.

Een vierkant kan geel zijn.

Een driehoek kan blauw zijn.

Benadruk dat de naam van de vorm niet verandert door de kleur. Dat onderscheid is belangrijk voor jonge of taalzwakkere leerlingen.

Welke vorm heeft geen hoeken?

A

driehoek

B

cirkel

C

vierkant

D

ruit

Controleert het basisonderscheid tussen ronde en hoekige vormen.

Kleur en vorm

Een cirkel kan rood zijn. Een vierkant kan geel zijn. De kleur verandert de naam van de vorm niet.

cirkel
vierkant
kleur
driehoek
blauw
vorm

Herneemt letterlijk de kern van de vorige slides: vorm en kleur zijn niet hetzelfde.

Driehoek

  • 3 hoeken

  • 3 rechte lijnen

  • punt boven of opzij mogelijk

This item has no instructions

Vierkant en rechthoek

  • Vierkant: 4 gelijke zijden

  • Rechthoek: 4 hoeken

  • Een rechthoek is langer of breder dan een vierkant

Laat leerlingen vooral het verschil zien in omtrek: een vierkant heeft vier even lange zijden; bij een rechthoek zijn de lange en korte zijden niet gelijk.

Cirkel

  • rond

  • geen hoeken

  • geen rechte lijnen

This item has no instructions

Ruit en trapezium

  • Ruit: schuine vorm met 4 zijden

  • Trapezium: boven- en onderkant zijn niet even lang

  • Beide vormen zien er anders uit dan een vierkant

Voor Pre-A1 is exacte meetkundige taal minder belangrijk dan herkenning en benoeming. Houd het eenvoudig en visueel.

Vormen herkennen in voorbeelden

  • Een dak kan een driehoek zijn.

  • Een raam kan een vierkant zijn.

  • Een zon kan een cirkel zijn.

  • Een deur kan een rechthoek zijn.

Koppel elke vorm aan herkenbare voorwerpen uit de leefwereld. Dat ondersteunt woordenschat en transfer.

Van losse vormen naar één beeld

Losse vormen worden samen een compositie.


Een compositie is een beeld dat je maakt door vormen bij elkaar te leggen of te kleven.

Dit is het kernidee van de les: vormen zijn niet alleen oefenmateriaal, maar bouwstenen voor een herkenbaar geheel.

Welke vorm heeft 3 hoeken?

A

rechthoek

B

driehoek

C

trapezium

D

cirkel

Eenvoudige herkenningsvraag na de uitleg van de basisvormen.

Vormen in voorbeelden

Een dak kan een driehoek zijn. Een zon kan een cirkel zijn. Een deur kan een rechthoek zijn.

driehoek
cirkel
rechthoek
ruit
trapezium
vierkant

Sluit aan bij de voorbeelden uit de leefwereld op slide 10.

Wat wil jij maken met vormen?

1

een dier

2

een figuur

3

een landschap

4

iets anders

This item has no instructions

This item has no instructions

Een figuur opbouwen

  • een grote vorm voor het lichaam

  • kleine vormen voor hoofd, poten of armen

  • kies vormen die samen passen

Houd de voorbeelden open: een mens, dier of poppetje. Het gaat om opbouw, niet om één juist model.

Een dier maken

  • een cirkel kan een hoofd zijn

  • een rechthoek kan een lijf zijn

  • driehoeken kunnen oren of staart zijn

Gebruik eenvoudige voorbeelden zoals kat, vis of vogel. Zo zien leerlingen hoe één vorm meerdere betekenissen kan krijgen in een beeld.

Een landschap maken

  • een cirkel voor de zon

  • driehoeken voor bergen of daken

  • rechthoeken en vierkanten voor huizen

This item has no instructions

Kleuren kiezen in je compositie

Kleuren helpen om je beeld duidelijk te maken.


Je kan dezelfde kleur herhalen.

Je kan ook verschillende kleuren combineren.

Leg geen kleurtheorie uit; focus op eenvoudige keuze en herhaling. Dat past bij het leerdoel.

Netjes knippen en kleven

  • knip rustig langs de rand

  • leg de vormen eerst klaar

  • kleef pas als de plaats goed is

Deze slide ondersteunt het uitvoerende deel van het leerdoel zonder een activiteit uit te schrijven. Het gaat om zorg en afwerking.

Een herkenbaar geheel

Een goede compositie toont samen één duidelijk beeld.


De vormen liggen zo dat je kan zien: dit is een dier, een figuur of een landschap.

Benadruk dat 'herkenbaar' belangrijker is dan perfect. De lesdoelen gaan over zien, benoemen en samenstellen.

Wat doe je best vóór je kleeft?

A

meteen plakken

B

vormen klaarleggen

C

papier weggooien

D

kleur vergeten

Toetst de werkvolgorde uit de slides over compositie en netjes werken.

Een compositie maken

Losse vormen worden samen een compositie. Je kiest vormen en kleuren. Zo maak je één beeld dat herkenbaar is.

compositie
vormen
beeld
lijm
schaar
hoek

Bekrachtigt de kernwoorden compositie, vormen en beeld.

Wat wil jij onthouden van deze les?

Bespreek mondeling of leerlingen een dier, figuur of landschap noemen en of het antwoord aansluit bij vormen en kleuren uit de les.

Wat hielp jou vandaag goed?

Mogelijke elementen: kleuren herkennen, vormen benoemen, voorbeelden zien, vormen eerst leggen en dan kleven.

Wat vond jij nog moeilijk?

Laat leerlingen iets kleins benoemen dat moeilijk was, zoals ruit/trapezium, knippen, kiezen of kleven. Gebruik dit als korte afsluitende reflectie.

Woorden om te onthouden

kleur - wat je ziet, zoals rood of blauw

vorm - de omtrek van iets

driehoek - vorm met 3 hoeken

vierkant - vorm met 4 gelijke zijden

cirkel - ronde vorm zonder hoeken

rechthoek - vorm met 4 hoeken, langer of breder dan een vierkant

ruit - schuine vorm met 4 zijden

This item has no instructions

Nog meer woorden

trapezium - vorm met een korte en een lange kant

compositie - een beeld dat je maakt met vormen samen

uitknippen - met een schaar een vorm losmaken

kleven - vastmaken met lijm

herkennen - iets zien en weten wat het is

benoemen - de juiste naam zeggen

This item has no instructions