REKENTAAL 1e les

Rekentaal
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NT2Secundair onderwijs

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Rekentaal

Slide 1 - Slide

Bekijk de volgende slide en schrijf hem over in je schrift!

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Welke rekentaalwoorden heb je onthouden/weet je al?

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

De som


3 + 2 = 
4 - 2 = 

Slide 9 - Slide

56 x 77
is een voorbeeld van
A
vermenigvuldigen
B
optellen
C
aftrekken
D
delen

Slide 10 - Quiz

8099 : 55
is een voorbeeld van
A
vermenigvuldigen
B
optellen
C
aftrekken
D
delen

Slide 11 - Quiz

4 + 7
is een voorbeeld van
A
vermenigvuldigen
B
optellen
C
aftrekken
D
delen

Slide 12 - Quiz

106 - 88
is een voorbeeld van
A
vermenigvuldigen
B
optellen
C
aftrekken
D
delen

Slide 13 - Quiz

Schrijf in cijfers:
vijf plus zeven is twaalf

Slide 14 - Open question

Schrijf in cijfers:
vijftien min vier is elf

Slide 15 - Open question

Schrijf in cijfers:
twee keer drie is zes

Slide 16 - Open question

Schrijf in cijfers:
tien gedeeld door vijf is twee

Slide 17 - Open question

SCHRIJF in letters en reken uit.
9 + 8 =

Slide 18 - Open question

SCHRIJF in letters en reken uit.
8 x 4 =

Slide 19 - Open question

SCHRIJF in letters en reken uit.
20 : 5 =

Slide 20 - Open question

SCHRIJF in letters en reken uit.
40 - 8 + 6 =

Slide 21 - Open question

Welke som en antwoord horen bij de zin? Hoeveel is 35 en 56 in totaal?

Slide 22 - Open question

Welke som en antwoord horen bij de zin? Ik heb 30 en doe er 20 bij.

Slide 23 - Open question

Welke som en antwoord horen bij de zin? Ik trek 1 af van 50.

Slide 24 - Open question

LEES de getallen correct.

21
35
76
96
255
363
299
1.200
1.030
1.325
25.000
46. 289
123.000
100.000
145.987
1.000.000

Slide 25 - Slide

In het getal 4.235 is het cijfer 2 een honderdtal.
A
waar
B
niet waar

Slide 26 - Quiz

In het getal 41.365 is het cijfer 5 een tiental.
A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quiz

In welk getal heeft het cijfer 4 de waarde van 4.000?
A
2.345
B
4.234
C
1.234
D
2.341

Slide 28 - Quiz

In welk getal heeft het cijfer 8 de waarde van 800?
A
9.385
B
4.738
C
1.834
D
8.345

Slide 29 - Quiz

Dit was voor mij
A
Makkelijk
B
Goed
C
Moeilijk

Slide 31 - Quiz