Autisme

Autisme
1 / 23
next
Slide 1: Slide
DoelgroepenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Autisme

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • De student reproduceert de DSM V beschrijving voor Autisme
  • De student beschrijft de twee soorten oorzaken van Autisme
  • De student benoemt de kenmerken van Autisme
  • De student beschrijft begeleiding passend bij  iemand met Autisme

Slide 2 - Slide

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)
- Autistische stoornis - klassieke autisme
- Syndroom van Asperger - Wordt niet meer gebruikt
- PDD-NOS - Wordt niet meer gegeven
- MCDD - Wordt niet meer gegeven

We spreken nu alleen nog van Autistische stoornis, kort gezegd Autisme

Slide 3 - Slide

Welke stoornis valt tegenwoordig nog WEL onder het Autisme Spectrum Stoornis (ASS)
A
Syndroom van Asperger
B
PDD-NOS
C
Autisme
D
MCCD

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Video

Autisme
De DSM-criteria voor autisme: problemen op het gebied van sociale communicatie en sociale interactie; beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten en over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels.

Slide 6 - Slide

Autisme 2
- Ruim 1% van de Nederlanders, ongeveer 200.000 mensen, heeft autisme. 
- Autisme de ‘verzamelnaam voor gedragskenmerken die duiden op een 
  kwetsbaarheid op de volgende gebieden: sociale interactie, communicatie, 
  flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van 
  informatie.’
- De meeste mensen met autisme hebben een normale tot hoge 
   intelligentie. Ongeveer 30 % heeft een verstandelijke beperking.


Slide 7 - Slide

Hoeveel procent van de mensen met Autisme hebben een verstandelijke beperking?
A
10%
B
20%
C
30%
D
40%

Slide 8 - Quiz

Oorzaken autisme
Erfelijkheid
Bij 5 tot 6 op de 10 mensen met autisme is het erfelijk bepaald. 
Het gaat om honderden genen, die bij bepaalde veranderingen kunnen zorgen voor autisme
Omgeving
Je kunt een erfelijke aanleg hebben, maar dus niet dat je per se een diagnose autisme hoeft te krijgen. 
De kans op autisme is groter bij:
- tekort aan vitamine D tijdens de zwangerschap
- gebruik van sommige medicijnen tijdens de zwangerschap (antidepressiva)
- problemen tijdens de geboorte, zoals te vroeg geboren worden
- ouders die op hogere leeftijd nog kinderen krijgen.


Slide 9 - Slide

Op welke twee gebieden komen de oorzaken van Autisme voor?
A
Sociale interactie & Communicatie
B
Erfelijkheid & Communicatie
C
Erfelijkheid & Omgeving
D
Sociale interactie & Erfelijkheid

Slide 10 - Quiz

Kenmerken Autisme
- Er bestaat geen biomarker voor autisme, zoals een bloed- of dna-test. 
- De diagnose wordt gesteld door een psychiater of een gz-psycholoog aan      de hand van een aantal gedragskenmerken. 
- Iedere persoon met autisme is anders.


Kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme zijn:
zie volgende slide

Slide 11 - Slide

Kenmerken Autisme 2
Kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme zijn:
- moeite met het omgaan met andere mensen
- voor sommige prikkels heel gevoelig, voor andere juist niet
- helemaal opgaan in dingen die je interessant vindt
- niet makkelijk in anderen verplaatsen
- houdt niet van onverwachte veranderingen
- herhaalt sommige dingen vaak
- herkent snel patronen

Slide 12 - Slide

Autisme wordt gediagnostiseerd door...
A
DNA-test
B
Bloedonderzoek
C
NIPT test
D
Psychiatrisch onderzoek

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Begeleiding geven bij Autisme
- Structuur bieden,
- Voorkom veel prikkels,
- Zorg voor Voorspelbaarheid.
- Pas je communicatie aan; korte zinnen, duidelijke boodschap.
- Probeer te denken vanuit iemand met autisme

Slide 16 - Slide

Geef me de 5 methode

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Fabels over Autisme
- Autisme is te genezen
- Autisme komt meer voor bij mannen
- Mensen met autisme willen het liefst alleen zijn
- Mensen met autisme vermijden oogcontact
- Mensen met autisme hebben een verhoogd testosterongehalte
- Mensen met autisme hebben geen empathisch vermogen
- Mensen met autisme hebben geen gevoel voor humor
- Iederéén is een beetje autistisch
- Mensen met autisme kunnen het beste repetitief werk doen, met veel structuur en weinig              sociale interactie – zoals bijvoorbeeld de functie van computerprogrammeur




Slide 20 - Slide

Opdracht
Maak de opdracht 'Casus Autisme Indewarhersens'
Deze staat bij Opdrachten in Teams

Deze opdracht maak je INDIVIDUEEL


Slide 21 - Slide

Leerdoelen behaald?
  • De student reproduceert de DSM V beschrijving voor Autisme
  • De student beschrijft de twee soorten oorzaken van Autisme
  • De student benoemt de kenmerken van Autisme
  • De student beschrijft begeleiding passend bij iemand met Autisme

Slide 22 - Slide

TIPS & TOPS

Slide 23 - Slide