Driedimensionele kunst

Driedimensionele kunst

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorKunstbeschouwingSecundair onderwijs

This lesson contains 32 slides, with text slides.

Items in this lesson

Driedimensionele kunst

Bekijk de volgende afbeeldingen. Maak een indeling voor deze kunstwerken. Op basis van welke principes of kenmerken zou jij ze sorteren?

Inhoud

  1. Ruimte overwelven

  2. Plastiek: ontstaan van volume

    1. Materiaal assembleren

    2. Materiaal wegnemen

    3. Materiaal toevoegen

  1. Ruimte overwelven

Bouwkunde ontstaat zodra de mens de ruimte tussen twee muren gebruikt en die probeert te overkappen.

Naast de overwelving spelen factoren als lichtinval, kleuren, gebruikte materialen … een rol bij het creëren van ruimten.


Sommige stenen constructies staan meer dan 4000 jaar na hun bouw nog altijd overeind.


De Egyptenaren bouwden piramides en rotsgraven als grafmonumenten voor hun farao’s, maar ook tempels ter ere van hun goden.

Opdracht 1 in boek

Begrippen

  • De dwarsbalken of architraven van de Luxortempel

  • Romeins beton, een samenstelling van kalk, mortel, water en puin van bakstenen of rotsen.

  • Het plafond bestaat aan de binnenkant uit een houten cassetteplafond.

  • De apsis.

  • Hanggewelven of pendentieven zijn een vernuftige oplossing van de Byzantijnse bouwmeesters om de ronde koepel te doen aansluiten op het vierkante grondplan.

Opdracht 2 + 3 in boek

Onderzoeksopdracht gewelven Classroom => tegen volgende les

  1. Plastiek: ontstaan van volume

  • Plastiek

  • Ronde bosse

  • Reliëf

Begrippen

  • Plastiek gaat over alle objecten met volume. Volume ontstaat door materiaal weg te nemen (kappen of snijden), door materiaal toe te voegen (boetseren of modelleren) of door elementen samen te voegen (assembleren).

  • Reliëf komt van het Italiaanse woord rilievo of rilevare, wat ‘omhoog laten komen’ betekent. Via reliëf creëert de kunstenaar een overgang van twee- naar driedimensionale kunst.

  • Wanneer de plastiek uiteindelijk een vrijstaand beeld wordt dat langs alle kanten kan worden bekeken, wordt het een ronde bosse.

2.1 Materiaal assembleren

Sinds de 20e eeuw kiezen veel kunstenaars ervoor om onderdelen van verschillende materialen te monteren tot één geheel

Opdrachten 5,6,7,8,9 in boek

Learning objective

Begrippen

  1. Dadaïsme = De uitingen van de dadaartiesten waren vaak absurd, banaal en onzinnig, bedoeld om de traditionele waarden en normen van de westerse kunst in vraag te stellen. Zo werden alledaagse voorwerpen uit hun context verheven tot kunstwerk als objet trouvé of ready made. Of ze werden samen met andere voorwerpen verwerkt in assemblages.

  2. Installatiekunst = Het kunstwerk als installatie maakt deel uit van de omgeving of creëert de omgeving zelf. De installatie is opgebouwd uit verschillende onderdelen of voorwerpen die samen geassembleerd zijn

  3. Assemblagekunst =toevallig gevonden voorwerpen samenbrengt in sculpturale vormen die kunst met het gewone leven verweven.

2.2 Materiaal wegnemen

Michelangelo noemde het creëren van een beeld door materiaal weg te nemen per forza di levare, waarmee hij bedoelde: in steen of hout snijden of kappen.

  1. Steen

  • Zandsteen, marmer, hardsteen of arduin en graniet zijn steensoorten die verschillende hardheden bezitten, waarmee de kunstenaar wordt geconfronteerd of waarvan hij zijn keuze zal laten afhangen.


  • Bij het bewerken van steen kapt de sculpteur het materiaal van een grove naar een steeds fijnere toestand met verschillende soorten beitels.


  • Het beeld te schuren en te polijsten = de kunstenaar gebruikt voor dat effect slijpstenen, schuurlinnen en schuurpoeders.

Opdracht 10 en 11 in boek

Begrippen

  • Non-finito: beeldhouwtechniek, betekent dat het werk onvoltooid is.

  • Polychromie = beschildering van bouw- en beeldhouwwerken met veel kleuren

Opdracht 12 in boek

Welke verschillen zijn er tussen hout en steen?

  1. Hout

  • Kunstenaars gebruikten aanvankelijk hout uit de eigen regio. Tot de 16e eeuw was dat in onze contreien hoofdzakelijk eik. In de 17-18e eeuw kwamen er soms ook exotische houtsoorten bij. Afhankelijk van de houtsoort kan de elasticiteit of taaiheid bij het bewerken ervan verschillen. De nervenstructuur bepaalt mee het effect van het kunstwerk.

  • In tegenstelling tot steen, dat verticaal gekapt wordt, wordt hout meestal horizontaal gesneden. Soms zijn er nog sporen te zien van de pinnen waarmee het beeld op de werkbank werd geschroefd.

  • Omdat het organisch materiaal is, kan er op termijn schade ontstaan door aantastingen van schimmel, vocht en houtworm. Om te vermijden dat de stam zou splijten, werden beelden uitgehold.

Opdracht 14 bekijk het filmpje

Polychromie

Standaard werden houten beelden gepolychromeerd. Door de eeuwen heen kan een beeld meermaals overschilderd zijn. Toen de smaak in de 19e eeuw veranderde, zijn veel beelden afgebeitst, waarbij de verflagen werden verwijderd. Daardoor werden ze gevoeliger, omdat de polychromie een beschermende laag vormde voor het organische hout. Stenen beelden werden ook vaak beschilderd. Resten van polychromie werden gevonden op marmer uit de klassieke oudheid, bijvoorbeeld op de Korè van het Parthenon. Ook de portaalsculpturen van kerken in de middeleeuwen werden gepolychromeerd.

2.3 Materiaal toevoegen

Per forza di porre is wat Michelangelo de plastiek noemde, die ontstaat door materiaal toe te voegen.

  1. Dat kan door boetseertechnieken, maar ook

  2. door giettechnieken.


Het beeld wordt vaak ondersteund door een geraamte of armatuur.

3.1.1 Boetseertechnieken

= De kunstenaar kan warm of koud boetseren of modelleren.


  • Koud modelleren kan met stucco en papiermâché.

  • Stucco is een vorm van ornamentele versiering in de architectuur. Voor het aanbrengen van reliëfversieringen op wanden of plafonds wordt sinds de klassieke oudheid stucco gebruikt, een mengeling van kalksteen of gips met zand, marmerpoeder en water. De techniek werd al beschreven door Vitruvius, een Romeins architect uit de 1e eeuw v.C. Ze gebruiken mallen of matrijzen. Jean-Christian Hansche = meester in stucco versieringen.

  • Papier-mâché is een kneedbare massa van papiervezels, stro en lijm, die geperst wordt in een mal of matrijs.

  • Warm modelleren is het verwerken van materiaal in warme toestand, zoals gebeurt met bijenwas, terracotta, keramiek, faïence of porselein.

    • Klei wordt koud geboetseerd tot een vorm en nadien gebakken in de oven. Vandaar de naam terracotta,

    • Bijenwas wordt verwarmd gemakkelijk kneedbaar en meestal gebruikt voor kleinere werken met een kern van ijzerdraad

De techniek om materiaal toe te voegen gaat dus vaak vooraf aan die van het materiaal wegnemen, om tot het uiteindelijke kunstwerk te komen. Het creatieve moment van de kunstenaar ligt echter in het ontwerp van de bozzetto-modellen, niet in het kappen of gieten van het grote stuk. Maar niet elk klein beeldje in gips, was of terracotta is daarom een bozzetto en werd automatisch model voor iets groters.

Opdracht 16 + 17

3.1.2 Giettechnieken

  • Brons is heel geschikt voor driedimensionale kunstobjecten, omdat het in vloeibare vorm bij het stollen de kleinste details van de mal volgt. Aandacht voor de afwerking gebeurt door het bronzen beeld te polijsten en/of ciseleren. Dat laatste betekent dat de kunstenaar heel fijne reliëfversieringen inkerft.

  • Ook de vorming van het patina (de verweringslaag) als verouderingsproces van het beeld doet kiezen voor brons. Tegenwoordig worden siliconen mallen of matrijzen gebruikt. Ook voor het gieten worden modernere stoffen zoals polyester gebruikt.

Opdracht 18, 20, 21

Opdracht 19 schrappen + punt 4 blz. 51, 52 schrappen