ktm2b

Goedemorgen ktm2b
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Goedemorgen ktm2b

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen
- Terugblik grammatica verwijswoorden
- Sollicitatiebrief 
- Woordenschat beroepen

Slide 2 - Slide

Na de les kun je:
- uitleggen wanneer je er + voorzetsel en daar + voorzetsel gebruikt;

-Een sollicitatiebrief beoordelen en uitleggen wat er in hoort te staan
-benoemen welke activiteiten en voorwerpen bij verschillende beroepen horen



Slide 3 - Slide

Waarom gebruiken we verwijswoorden
A
om herhalingen te voorkomen
B
om zinnen langer te maken
C
om een tekst duidelijker te maken

Slide 4 - Quiz

Wat is een verwijswoord
A
een zelfstandig naamwoord
B
een woord dat een ander woord vervangt of ernaar verwijst
C
een woord dat alleen in vragen wordt gebruikt

Slide 5 - Quiz

Wanneer verwijzen we met er+vz of daar+vz
A
bij werkwoorden in de verleden tijd
B
bij werkwoorden met een vast voorzetsel
C
bij vrouwelijke werkwoorden

Slide 6 - Quiz

Welke van de onderstaande werkwoorden heeft een vast voorzetsel
A
eten
B
dansen
C
wachten

Slide 7 - Quiz

Welk vaste voorzetsel komt er bij het volgende werkwoord: twijfelen
A
naar
B
op
C
voor
D
aan

Slide 8 - Quiz

Welk antwoord is correct? ( met verwijzing)
Weet je veel van geschiedenis?
A
Nee ik weet niet veel van
B
Ja ik weet veel van
C
Ja ik weet er veel van
D
Nee ik weet er niet veel van

Slide 9 - Quiz

Werk je vaak met de computer?
A
ja ik werk vaak mee
B
ja ik werk er vaak mee
C
ja er werk ik vaak mee

Slide 10 - Quiz

Is deze zin correct?
Ga je vaak naar je ouders?
Ja daar ga ik vaak naar
A
goed
B
fout

Slide 11 - Quiz

Geef antwoord, verwijs met er+vz

Geniet je van het goede weer?

Slide 12 - Slide

geef antwoord verwijs met daar+vz

Geniet je van het goede weer?

Slide 13 - Slide

Sollicitatiebrief

Slide 14 - Open question

Lees de sollicitatiebrief
Zoek wat er niet goed is aan de brief als formele sollicitatiebrief.
Let vooral op:
De toon (formeel of informeel)
De opbouw van de brief
De inhoud (wat staat erin en wat mist er?)  
Bespreek samen



Slide 15 - Slide

Goede sollicitatiebrief
Adresgegevens

Aanhef
Inleiding (waarom schrijf je?/ vacature gezien)
Middenstuk (ervaring, vaardigheden, motivatie)
Afsluiting (uitnodiging tot gesprek, groet) 



Slide 16 - Slide

Maken opdracht 24 in je boek
Kies een vacature uit opdracht 21

Zelfstandig maken
Klaar? maken opdracht 25, 26 

Bladzijde 258

Slide 17 - Slide

4 beroepen
Kaartjes met activiteiten
Kaartjes met voorwerpen/objecten

Kies bij elk beroep de juiste 3 activiteiten
Kies bij elk beroep de 3 juiste objecten





Slide 18 - Slide

De schilder
Schuren
Schilderen
  Verven

De kwast
De verf
De ladder

Slide 19 - Slide

schrijf op
Geef antwoord, verwijs met er+vz en met daar+vz : ga jij dit jaar naar Turkije? ( dus je schrijft 2 zinnen)
Noem 3 dingen die belangrijk zijn in een sollicitatiebrief

Bij welk beroep horen de woorden :  telefoneren, plannen printen, de telefoon, de agenda en het kopieerapparaat



Slide 20 - Slide