A5sp4 - periode 1 les 9 (PA4 H3, 5e les)- GSE (29-09-2022)

Bienvenidos
1 / 24
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bienvenidos

Slide 1 - Slide

Objetivos
Na deze les: 
- weet ik of ik vocabulaire D beheers
- weet ik wat ik moet leren voor de tussentoets en waar ik nog aan moet werken 

Slide 2 - Slide

El programa 
1. 5 min - Objetivos 
2. 15m - Comprobar los deberes + info
3. 15m - GRAM H3, D. Gerundio, p. 45-46, ej. 44
4. 15m - LENGUATECA D: ej. 46
5. Herhaling lesstof i.v.m. kennistoets
6. Evaluación




Slide 3 - Slide

Info toetsen en leesdossier
Tussentoets: 6 oktober, halve lesduur, boeken mee!

Toetsweek: leesvaardigheid

Leesdossier: 
  • zie teams
  • 14 oktober:  Zorg dat je vóór die datum alle opdrachten hebt gemaakt.

Slide 4 - Slide

 TUSSENTOETS: Herhaling verleden tijden + hoofdstuk 3 
(weging 10%, 30 minuten)
  • Vocabulario: Hoofdstuk 3, p.52-53, van links naar rechts. Let op: je moet de woorden ook kunnen toepassen in zinnen (zie bijvoorbeeld oefening 19)
  • Lenguateca: Hoofdstuk 3, Lenguateca B, C, D in beide richtingen
  • Grammatica: Verleden tijden (gebruik en vervoegingen van de indefinido en imperfecto): regelmatige ww + ser, estar, tener, ir, ver, hacer. De uitleg over het gebruik van de tijden vind je in libro de alumno 3, p.64-65. De vervoegingen van de regelmatige werkwoorden vind je in het libro de referencia p.4-6. De vervoegingen van de onregelmatige werkwoorden vind je in libro de referencia p.6-16.
  • Hoofdstuk 3 Grammatica B (verbos reflexivos) + C (subjuntivo)
LET OP: 
  • Leer de grammatica zodanig dat je de bijbehorende oefeningen in het boek goed kunt maken. In de toets krijg je vragen die hierop lijken, dus test jezelf door de oefeningen van tevoren te maken en te controleren.
  • de vraagstelling bij de verleden tijden is gedeeltelijk actief (zelf de verleden tijd kunnen vormen/kiezen), en gedeeltelijk passief (je krijgt een woord in de verleden tijd en moet dat woord kunnen vertalen binnen de context, bijv. Juan fue al hospital -> fue = ging

Slide 5 - Slide

Comprobar los deberes
Aprender:
H3 Voca D (p.52-53) -->check 
H3 Lenguateca C en D (p.49)
El Subjuntivo H3 p.31-32

Hacer: 
afmaken lesstof les 4 (indien niet af, ej. 24 t/m 26, 31gh, ej. 32) 
Extra boekje verleden tijden p.9 zin 9-12 
--> comprobar después del quiz




Slide 6 - Slide

Voca D:

veeleisend
A
la fuerza
B
exigente
C
suficiente
D
la suerte

Slide 7 - Quiz

Voca D:

noteren
A
apuntar
B
aumentar
C
disfrutar
D
mejorar

Slide 8 - Quiz

Voca D:

hinderen
A
molestar
B
seguir
C
reducir
D
sufrir

Slide 9 - Quiz

Comprobar los deberes
Hacer: 
  • extra boekje verleden tijden -> en pleno 
  • ej. 24 t/m 26 ej. 31gh, 32 -> werk nakijken en vragen stellen, antwoordenblad in teams. 





Slide 10 - Slide

COMPROBAR: Extra boekje verleden tijden p.9, zin 1-12
1. Laura nacía / nació en Uithoorn en 1985.  
2. En 2009 muchos turistas visitaban / visitaron Amsterdam. 
3. Antes bebía / bebí siempre una taza de té a las tres. 
4. Federico trabajaba / trabajó de 1980 hasta 1982 en Suiza. 
5. La niña se ponía / puso a gritar (= gillen). 6. Los árabes vivían / vivieron en España 800 años. 
 7. Después de la cena siempre veíamos / vimos la tele antes de irnos a la cama. 
 8. Ayer los vecinos tenían / tuvieron la radio puesta hasta las tres de la madrugada. 
 9. Antes mi padre me llevaba / llevó en moto al colegio. 
10. Alejandro y yo jugábamos / jugamos varias partidas de ajedrez el domingo  pasado. 
11. Ayer no comía / comí porque no tenía / tuvo hambre. 
12. Mientras leía / leyó el periódico, escuchaba / escuchó música. 

Slide 11 - Slide

El Gerundio (gram. D, p.45-46)
¿Qué estás haciendo en tu ordenador?
Estoy escribiendo un correo electrónico.

Estar + gerundio: 'iets aan het doen zijn, iets is aan de gang'
(vgl. the present continuous)
  1. ESTUDIAR: H3 Gram. D, p. 45-46
  2. HACER: ej. 44a, ej. 44d (daarna 44bc)
  3. ¿Listo? estudiar Lenguateca D + hacer ej. 46 


timer
15:00

Slide 12 - Slide

Paco eet nog steeds slecht
A
Paco está comiendo mal
B
Paco sigue comiendo mal
C
Paco come mal todo el tiempo
D
Paco lleva comiendo mal

Slide 13 - Quiz

Paco is al twee maanden aan het zwemmen
A
Paco nada durante dos meses
B
Paco está nadando dos meses
C
Paco va nadando dos meses
D
Paco lleva dos meses nadando

Slide 14 - Quiz

De conditie van Paco wordt steeds beter
A
La condición de Paco lleva mejorándose
B
La condición de Paco viene mejor
C
La condición de Paco va mejorándose
D
La condición de Paco sigue mejorándose

Slide 15 - Quiz

Lenguateca D

  1. ESTUDIAR: Lenguateca D 
  2. HACER: ej. 46


timer
15:00

Slide 16 - Slide

Un poquitito difícil: LOS PASADOS
LOS PASADOS
  1. Maak een tijdlijn, teken daarop de pasado - imperfecto - indefinido.
  2. Bestudeer de uitleg in het extra boekje, zodanig dat je het begrijpt.
  3. Ga daarna naar het extra boekje in teams en maak p. 9 helemaal af.
  4. Bespreek de keuzes van de verleden tijden met je buurman/-vrouw. Waarom heb je voor een bepaalde tijd gekozen? Waar baseer je deze keuzes op? Stel zonodig vragen aan de docent.
                                            ¿Necesitas explicación?  Libro de referencia nr. 11 (op pagina 18-19)


Slide 17 - Slide

Practicar los verbos: conjugaciones
(pasados + subjuntivo) 
Je oefent nu online met:
  • regelmatige ww: kies uit vocab BCD en uit de groene grammaticablokken
  • onregelmatige ww: ser, estar, tener, ir, ver, hacer
  • wederkerende ww: kies uit vocab BCD en uit de groene grammaticablokken

Ga naar Verbuga.
Links: klik de werkwoorden aan die je gaat oefenen
Rechts: klik aan perfecto, indefinido, imperfecto, presente de subjuntivo

klaar? zie volgende slide met opdracht subjuntivo 

Slide 18 - Slide

1. Welke opdrachten gingen goed? Waarom?
2. Waar moet je nog aan werken? Waarom?
3. Hoe en wanneer ga je dat doen?

Slide 19 - Open question

Los deberes
Para el viernes: 
LEESDOSSIER : H3 ej. 27, 28 + Un mundo lejano t/m p.47  + Vergeet niet je glosario aan te vullen en de woorden te leren 

Voor de tussentoets op 6 oktober:
Leren voor de tussentoets (zie bovenaan de studiewijzer en/of enkele slides naar boven) 
Hacer: 
Voor komende week: deze week afmaken leesdossier oef 34, 35, 36 + un mundo lejano helemaal uitlezen en oefeningen maken 
INLEVEREN LEESDOSSIER en GLOSARIO vóór de herfstvakantie


Slide 20 - Slide

Gram. C: El subjuntivo (H3, p.31-32)
Gebruik van de subjuntivo:
  1. Een wil of een advies. (Quiero que..., Te aconsejo que...)
  2. Een wens of voorkeur. (Espero que..., Prefiero que...)
  3. Een onpersoonlijke uitdrukking van mening (Es importante que...)
  4. Twijfel of onzekerheid. (Dudo que...., No creo que ...)
  5. Emotie (Me alegro que...., Temo que ..... )

Slide 21 - Slide

Gram. C: El subjuntivo (p.31-32) 
Vorm van de subjuntivo:
  1. Neem de ik-vorm van de presente.
  2. Knip de uitgang -o eraf.
  3. Voeg de uitgangen toe.

 

Slide 22 - Slide

Verleden tijden: perfecto - imperfecto - indefinido



EXPLICACIÓN: 
1. powerpoint 1 (3 columnas: perfecto - indefinido - imperfecto)
2. powerpoint 2 (indefinido - imperfecto) 

Libro de referencia nr. 11 (op pagina 18-19)


Slide 23 - Slide

El uso del subjuntivo

Slide 24 - Slide