Kerstongelijkheden: Praktisch rekenen in de feestperiode

Leerdoel

Aan het eind van de les kun je ongelijkheden oplossen en schetsen, én zie je hoe deze in kerstsituaties praktisch van pas komen.

1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Leerdoel

Aan het eind van de les kun je ongelijkheden oplossen en schetsen, én zie je hoe deze in kerstsituaties praktisch van pas komen.

Wat weet je al over het toepassen van ongelijkheden in het dagelijks leven, bijvoorbeeld met kerst?

Ongelijkheden: De basis

Een ongelijkheid laat zien welke waarden mogelijk zijn. Bijvoorbeeld: het aantal kerstkoekjes moet minimaal 10 zijn, oftewel: x ≥ 10.

Praktisch toepassen: Kerstbudget

Stel, je koopt cadeaus. Je hebt maximaal €50. Je stelt de ongelijkheid op: 10x + 8y ≤ 50, waarbij x en y het aantal kleine en middelgrote cadeaus zijn.

Gebied schetsen

Teken nu het gebied dat voldoet aan de ongelijkheden x ≥ 2, y ≥ 1, en x + y ≤ 6. Markeer de toegestane regio in een kerstboomdiagram.

Oefening: Los deze vergelijkingen op

1. 3x + 5 = 20 2. 2y – 4 = 10

Cadeaurekenen

Kerstmarkt-ongelijkheden

3. x – 2y ≤ 6 4. 2z + 3 > 9

Reflectie: Toepassing met kerst

Waar zie jij ongelijkheden rondom kerst terug? Denk aan vervoer, inkopen doen of plannen maken.

Afronding

Je hebt geoefend met ongelijkheden, gebieden geschetst en ontdekt hoe wiskunde bij kerst past. Kun jij nu ook je eigen kerst-probleem bedenken en uitwerken?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.