Leerdoel
Aan het eind van de les kun je ongelijkheden oplossen en schetsen, én zie je hoe deze in kerstsituaties praktisch van pas komen.
Leerdoel
Aan het eind van de les kun je ongelijkheden oplossen en schetsen, én zie je hoe deze in kerstsituaties praktisch van pas komen.
Wat weet je al over het toepassen van ongelijkheden in het dagelijks leven, bijvoorbeeld met kerst?
Ongelijkheden: De basis
Een ongelijkheid laat zien welke waarden mogelijk zijn. Bijvoorbeeld: het aantal kerstkoekjes moet minimaal 10 zijn, oftewel: x ≥ 10.
Praktisch toepassen: Kerstbudget
Stel, je koopt cadeaus. Je hebt maximaal €50. Je stelt de ongelijkheid op: 10x + 8y ≤ 50, waarbij x en y het aantal kleine en middelgrote cadeaus zijn.
Gebied schetsen
Teken nu het gebied dat voldoet aan de ongelijkheden x ≥ 2, y ≥ 1, en x + y ≤ 6. Markeer de toegestane regio in een kerstboomdiagram.
Oefening: Los deze vergelijkingen op
1. 3x + 5 = 20 2. 2y – 4 = 10
Cadeaurekenen
Kerstmarkt-ongelijkheden
3. x – 2y ≤ 6 4. 2z + 3 > 9
Reflectie: Toepassing met kerst
Waar zie jij ongelijkheden rondom kerst terug? Denk aan vervoer, inkopen doen of plannen maken.
Afronding
Je hebt geoefend met ongelijkheden, gebieden geschetst en ontdekt hoe wiskunde bij kerst past. Kun jij nu ook je eigen kerst-probleem bedenken en uitwerken?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.