Lezen (clusterspel)

LEESVAARDIGHEID (clusterspel)
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with text slides.

Items in this lesson

LEESVAARDIGHEID (clusterspel)

Slide 1 - Slide

DOEL
JE KUNT VRAGEN OVER EEN TEKST BEANTWOORDEN

JE KUNT BEGRIPPEN DIE BIJ ELKAAR HOREN AAN ELKAAR KOPPELEN

Slide 2 - Slide

WAT GAAN WE DOEN?
1 Samen de tekst lezen
2 Vragen over de tekst beantwoorden + nakijken
3 Samenwerkingsopdracht over begrippen en samenhang (clusterspel)
4 Bespreken

Slide 3 - Slide

WE LEZEN SAMEN DE TEKST

PAK DE TEKST ERBIJ!

Slide 4 - Slide

VRAGEN
1. Waarom doen er veel studenten van technische
universiteiten mee aan het WK vliegtuigjes gooien?
2. Welke drie categorieën zijn er bij het WK en wat houden die in?
3. Waarom kon Daan Crefcoeur zich niet kwalificeren voor het WK?
4. Wat had Lazar Krstić gedaan waardoor hij nu in de
categorie verste worp kon winnen?

Slide 5 - Slide

ANTWOORDEN
1. Studenten van technische universiteiten begrijpen hoe
een vliegtuig zich door de lucht beweegt en welke
krachten daarbij een rol spelen.

Slide 6 - Slide

ANTWOORDEN
2. Welke drie categorieën zijn er bij het WK en wat houden die in?
Langste afstand: het vliegtuigje dat de verste afstand
vliegt.
Langste vlucht: het vliegtuigje dat het langst blijft
zweven.
Meest creatieve vlucht: creativiteit, vliegkunsten en
technische uitvoering van de deelnemer die het meeste
indruk maakt op de jury.

Slide 7 - Slide

ANTWOORDEN
3. Waarom kon Daan Crefcoeur zich niet kwalificeren voor het WK?
Omdat hij niet goed genoeg presteerde op het NK.


Slide 8 - Slide

ANTWOORDEN
4. Wat had Lazar Krstić gedaan waardoor hij nu in de
categorie verste worp kon winnen?
Deze man was de vorige keer tweede geworden en wilde
nu per se winnen. Door zijn ontwerp te verbeteren, aan
zijn gooitechniek te werken en voor meer kracht te zorgen
door tien kilogram aan te komen, lukte dat ook.

Slide 9 - Slide

SAMENWERKEN

MAAK TWEE GROEPEN EN GA BIJ ELKAAR ZITTEN.

Slide 10 - Slide

  • JE KRIJGT EEN STAPEL BEGRIPPEN UIT DE TEKST
  • SOMMIGE BEGRIPPEN HOREN BIJ ELKAAR
  • JE KUNT VIJF CLUSTERS MAKEN
  • CLUSTER DE BEGRIPPEN DIE (AAN DE HAND VAN DE TEKST) BIJ ELKAAR HOREN
  • NIET IN ALLE CLUSTER ZITTEN EVENVEEL WOORDEN
  • MAAK EEN 'CLUSTER' EN ZEG: 'DEZE BEGRIPPEN HOREN BIJ ELKAAR, OMDAT...' 
  • SCHRIJF HET OP EEN PAPIER

CLUSTERSPEL

Slide 11 - Slide

ANTWOORDEN 1
Begrippen: wereldkampioenschap, het papieren vliegtuigje, gooien, Oostenrijk,
studenten
Deze woorden passen samen in een cluster, want in Oostenrijk deden studenten mee aan
het wereldkampioenschap papieren vliegtuigjes gooien.

Slide 12 - Slide

ANTWOORDEN 2
Begrippen: de categorieën, de langste vlucht, de afstand, de creativiteit, de
vliegkunsten, de techniek
Deze woorden passen samen in een cluster, want er werd in drie categorieën gestreden.
Er was een categorie waarbij het ging om de langste vlucht, een categorie voor de verste
afstand en een categorie waarbij werd gekeken naar de creativiteit en de techniek.

Slide 13 - Slide

ANTWOORDEN 3
Begrippen: jury, de deelnemer, het Wereldkampioenschap
Deze woorden passen samen in een cluster, want bij het Wereldkampioenschap werden
de deelnemers beoordeeld door een jury.

Slide 14 - Slide

ANTWOORDEN 4
Begrippen: het Nederlands kampioenschap, het Wereldkampioenschap, de
deelnemer, zich kwalificeren, zich voorbereiden
Deze woorden passen samen in een cluster, want deelnemers die zich kwalificeerden
tijdens het NK, mochten zich voorbereiden op het WK.

Slide 15 - Slide

ANTWOORDEN 5
Begrippen: vouwen, gooien, de afstand
Deze woorden passen samen in een cluster, want door de manier van vouwen en de
manier van gooien werd bepaald welke afstand het vliegtuigje aflegde.

Slide 16 - Slide

Tot de volgende keer!

Slide 17 - Slide