Carnaval quiz 2026

1 / 46
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnVoortgezet speciaal onderwijsMBOLeerroute 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat betekent het woord carnaval?
A
Vaarwel feest
B
Vaarwel bier
C
Vaarwel vlees
D
Vaarwel

Slide 3 - Quiz


Wat vieren we met carnaval?
A
De laatste kans om nog eens goed los te gaan voor de vastenperiode.
B
De verdrijving van keizer Carnivalus in het Romeinse tijdperk.
C
De viering van de elf apostelen van Jezus.
D
De overwinning van de Spaanse heerser in de 17e eeuw.

Slide 4 - Quiz

Hoe noemen ze carnaval in Limburg?
A
Carnaval
B
Kernevel
C
Vastelaovend
D
Vastenavond

Slide 5 - Quiz


Hoeveel dagen duurt de vastenperiode?
A
20
B
30
C
40
D
50

Slide 6 - Quiz


Welke dag hoort bij carnaval?
A
Aswoensdag
B
Witte donderdag
C
Paarse vrijdag
D
Stille zaterdag

Slide 7 - Quiz

De vastenperiode eindigt dan met Pasen

Slide 8 - Slide

In welke maand wordt het carnavalsseizoen geopend?
A
februari
B
maart
C
juni
D
november

Slide 9 - Quiz

Wat is het gekkengetal?
A
1
B
7
C
11
D
20

Slide 10 - Quiz

Wat is de naam van de hoed die een lid van de raad van elf en de prins draagt?
A
Bolhoed
B
Steek
C
Puntmutsje
D
Carnavalshoed

Slide 11 - Quiz

Hoe heet dat ding dat de prins in zijn hand heeft?
A
Scepter
B
Totempaaltje
C
Prinsenstok
D
Zwaaipaal

Slide 12 - Quiz

Wie is de baas tijdens carnaval?
A
Raad van elf
B
Alle kinderen
C
Prins Carnaval
D
Prinses Carnaval

Slide 13 - Quiz

Op welke dag is carnaval afgelopen?
A
zondag
B
dinsdag
C
maandag
D
woensdag

Slide 14 - Quiz

Kijk!
timer
1:00

Slide 15 - Slide

Hoeveel Takkewijfen hadden de lampjes rond de taille?
A
1
B
5
C
3
D
2

Slide 16 - Quiz

Wat was de naam van deze groep!

Slide 17 - Open question

Wat voor panty hadden de Takkewijfen aan?
A
Effen donker groene panty
B
Groene takken en bloemen op de panty
C
Effen licht groen panty
D
zwarte panty

Slide 18 - Quiz

Hoe noem je de woensdag na carnaval?
A
Kruisjeswoensdag
B
Haringhapwoensdag
C
Aswoensdag
D
Waswoensdag

Slide 19 - Quiz

Vanuit welk geloof is carnaval ontstaan?
A
Protestantse geloof
B
Katholieke geloof
C
Hindoeïsme
D
Islam

Slide 20 - Quiz

Wat zijn de drie kleuren van carnaval?
A
Rood, wit en blauw
B
Rood, geel en groen
C
Blauw, geel en wit
D
Oranje, geel en groen

Slide 21 - Quiz

Wat hoort NIET bij de Carnaval?
A
Berliner Bollen
B
Zaate Hermenie
C
Sleutel-overdracht
D
Een Buut

Slide 22 - Quiz

Wat is de oorsprong van Carnaval?
A
een katholiek feest
B
een hindoestaans feest
C
begin van het Chinese Nieuwjaar
D
een islamitisch feest

Slide 23 - Quiz

Van wie is deze carnaval hit?
A
Fabrizio
B
Peter Selie
C
Jan Biggel
D
Berk Music

Slide 24 - Quiz

Hoe moet de oorspronkelijk Alaaf (carnavalsgroet)?
timer
0:45
A
de vingertoppen van de rechterhand tegen de linkerslaap
B
de vingertoppen van de linkerhand tegen de rechterslaap
C
de vingertoppen van de rechterhand tegen de rechterslaap
D
de vingertoppen van de linkerhand tegen de linkerslaap

Slide 25 - Quiz

Wat zijn carnavalkrakers?
A
Dan wordt er gekraakt bij carnaval.
B
Liedjes die je heel veel hoort tijdens carnaval.
C
Dan hoor je je botten kraken als je danst.

Slide 26 - Quiz

Wat is geen carnavals muziekstijl?
A
Polonaise
B
Wals
C
Dance
D
Rumba

Slide 27 - Quiz

Wat is er zo bijzonder aan carnaval?
A
De maatschappelijke rollen zijn omgekeerd
B
Het wordt alleen in Europa gevierd
C
Iedereen is gelijk tijdens carnaval

Slide 28 - Quiz

Wat is het doel van carnaval?
A
Gek doen voordat vastentijd begint
B
Ontspannen na de winter
C
Voorbereiden op de zomer
D
Vieren van de lente

Slide 29 - Quiz

In Brabant doen ze 'hossen' in Limburg doen ze..
A
Klossen
B
Jumpen
C
Sjoenkelen
D
Jatzen

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Video

In welke stad aan de andere kant van de wereld vieren ze groots carnaval?

Slide 32 - Open question

Idee om volgend jaar carnaval te vieren in Brazilië?
Hahaha!!

Slide 33 - Open question

Welke twee provincies vieren de meeste mensen karnaval?
A
Zeeland en Limburg
B
Limburg en Noord-Brabant
C
Zeeland en Noord-Brabant
D
Gelderland en Noord-Brabant

Slide 34 - Quiz

3)Hoe wordt Breda tijdens Carnaval genoemd?

Slide 35 - Open question

Hoe wordt Eindhoven tijdens Carnaval genoemd?
A
Kielegat
B
Oeteldonk
C
Lampegat
D
Kruikenstad

Slide 36 - Quiz

Wat is er zo bijzonder aan carnaval?
A
De maatschappelijke rollen zijn omgekeerd
B
Het wordt alleen in Europa gevierd
C
Iedereen is gelijk tijdens carnaval

Slide 37 - Quiz

Check de afbeelding!!
timer
1:00

Slide 38 - Slide

Hoeveel belletjes heeft de muts van de nar?
A
6
B
5
C
8
D
4

Slide 39 - Quiz

Hoeveel belletjes heeft de kraag van de nar?
A
3
B
6
C
4
D
5

Slide 40 - Quiz

Uit hoeveel kleuren (en welke) bestaat de kraag van de nar?
A
4 kleuren (geel,rood, wit en groen)
B
3 kleuren (rood, geel en groen)
C
2 kleuren (rood en groen)
D
3 kleuren (rood, groen en wit)

Slide 41 - Quiz

Welke kleur heeft het gezicht van de nar?

Slide 42 - Open question

De Venekloeten bestaat ......... jaren?

Slide 43 - Mind map

Even in de sfeer komen!!

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Video

The end: ALAAAAAFFFF!

Slide 46 - Slide