Wer bin ich?

Start van de les

  • Ga rustig op je plaats zitten.

  • Ga aan de slag met 1 van deze dingen: kleurplaat en kleurtjes

leesboek

adem mee met het bord ↓


1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Start van de les

  • Ga rustig op je plaats zitten.

  • Ga aan de slag met 1 van deze dingen: kleurplaat en kleurtjes

leesboek

adem mee met het bord ↓


Wer bin ich?

lesdoel:

  • ik maak kennis met woorden van het thema ich

  • ik leer een nieuwe letter kennen en leer hem schrijven

  • ik kan mezelf kort voorstellen



Pak je laptop op tafel en ga alvast naar lessonup.app

Weet jij de vertaling?

die Niederlande

der Name

die Straße

wie

heißen

das Jahr

de straat

het jaar

de naam

Nederland

hoe

heten

ß (es-tset) - de ringel s

Zoals je misschien wel gezien hebt, staat er een gekke letter bij deze woorden.

Namelijk de ß.


Deze letter heet de ringel-s in het Nederlands.

Duitsers noemen hem es-tset, dat komt van sz.


Schrijf hem nu in je schrift, je docent doet het voor.

Schrijf erbij dat dit de ringel-s is en dat je hem uitspreekt als een s.


Dus heißen spreek je uit als "haisun".

Herken jij de woorden ook in een filmpje?

Kijk mee naar het volgende filmpje, welke woorden zie je terugkomen?

Hoe zeg je: Ik heet ...

A

Ich hasse ...

B

Ich heiße ...

C

Ich habe ...

D

Ich höre ...

Hoe zeg je: Ik ben ... jaar oud.

A

Ich habe ... Jahre alt.

B

Ich höre ... Jahre alt.

C

Ich heiße ... Jahre alt.

D

Ich bin ... Jahre alt.

Hoe zeg je: Ik kom uit Duitsland.

A

Ich komme aus Deutschland.

B

Ich komme aus den Niederlanden.

C

Ich komme aus Österreich.

D

Ich komme aus der Schweiz.

Hoe zeg je: Ik woon in Veldhoven.

A

Ich habe in Veldhoven.

B

Ich bin in Veldhoven.

C

Ich wohne in Veldhoven.

D

Ich höre in Veldhoven.

Stell dich selber mal vor.

Je gaat nu jezelf voorstellen, deze zinnen schrijf je in je aantekeningenschrift.

Schrijf de volgende dingen:

  • hoe je heet

  • hoe oud je bent

  • waar je vandaan komt (land)

  • waar je woont (plaats)


Na 10 minuten bespreken we samen de zinnen.

Je kunt deze zinnen vinden in je boek A (e-book) op blz. 31.


Indien er nog tijd over is, spelen we samen Blooket ich.

Huiswerk: leren de woordjes de naam t/m zijn Ne-Du in je boek op blz. 30


10

minute

00

second