This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Avete
parentes et discipuli
Slide 1 - Slide
Welkom bij de
Erfgooiers Experience Latijn
Slide 2 - Slide
Wat gaan we doen?
1. Latijn: de taal van de Romeinen
2. Latijn in het Nederlands
3. Aan de slag met het Latijn
Slide 3 - Slide
1. Latijn: de taal van de Romeinen
Slide 4 - Slide
Ken jij een Romein of Griek (bijvoorbeeld uit een verhaal of uit de geschiedenis)?
Slide 5 - Open question
Slide 6 - Slide
Van gehucht
tot wereldrijk
Slide 7 - Slide
Welke woorden uit de volgende zin zijn Latijn of Grieks: Vandaag ben je via het centrum van Huizen naar school gekomen: het Erfgooiers College.
Slide 8 - Open question
Vandaag ben jevia het centrum van Huizen naar school gekomen: het Erfgooiers College
Latijn
Grieks
via
via
centrum
centrum
κεντρον
school
schola
σχολη
college
collegium
Slide 9 - Slide
Wat is een influencer en hoe werken ze?
Wat is de betekenis van een influencer nu eigenlijk? In principe is een influencer een persoon die anderen beïnvloedt in hun koopgedrag. De naam verraadt het eigenlijk al. Maar deze invloed hebben ze niet zomaar. Die invloed is gebaseerd op hun autoriteit, kennis, band met hun volgers of hun positie. Van micro-influencers tot wereldberoemde popsterren, influencers heb je in allerlei vormen en maten. De meerderheid van de influencers zijn ofwel bekendheden, experts in een bepaalde industrie, bloggers en contentcreators, en micro-influencers (‘normale’ mensen met een relatief klein aantal volgers).
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Taalfamilies
Na de val van het Romeinse Rijk werd nog lang Latijn gesproken
De taal veranderde per regio
> Italiaans, Frans, Spaans, Portugees,
Ook op de andere talen veel invloed (leenwoorden)
Ook in wetenschap nog veel Latijn (onderwijs bleef in het Latijn)
Slide 12 - Slide
voorbeeld
Latijn: pater (vader)
Italiaans: padre
Spaans: padre
Portugees: pai
Frans: père
Slide 13 - Slide
Welk Nederlands woord komt van het Latijnse woord 'harena' (betekenis: 'zand')
Slide 14 - Open question
Welk woord komt van 'populus' (betekenis: volk, grote groep mensen)
A
populair
B
popmuziek
C
pop (speelgoed)
Slide 15 - Quiz
Welk Nederlands woord komt van het Latijnse woord 'tractus' ' (betekenis: 'hij/zij/het werd getrokken')
Slide 16 - Open question
Flumen
Slide 17 - Slide
Slide 18 - Slide
Woordjes leren
Voordat we onze eerste zinnen Latijn gaan vertalen, moeten we eerst werken aan onze woordenschat. Vandaag maak je kennis met de eerste woorden van het boek.
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Flumen, flumina
Dit woord betekent rivier.
Maar waarom staat er een tweede vorm?
Slide 21 - Slide
Meervoud
De tweede vorm, flumina, is het meervoud van flumen!
Slide 22 - Slide
Rex, reges
Het woord rex betekent koning. Reges is dus het meervoud, namelijk koningen.
Slide 23 - Slide
Ken jij een Nederlands woord dat te maken heeft met rex of reges?
Slide 24 - Mind map
Puer, pueri
jongen
Let weer op de tweede vorm van het meervoud!
Slide 25 - Slide
Kijk goed naar regel 1 en 2 Wat gebeurt er met het woord servus?
Slide 26 - Open question
vocare
1. roepen
2. noemen
audire
horen
venire
komen
videre
zien
Slide 27 - Slide
lacrimare
huilen
iubere
bevelen
necare
doden
timere
vrezen, bang zijn voor
Slide 28 - Slide
Waarom eindigen al deze woorden op -re?
Slide 29 - Mind map
regel 3: infantes audit. Wat betekent deze zin?
A
De baby's horen.
B
Hij hoort de baby's.
C
Zij hoort de baby's.
D
De slaaf hoort de baby's.
Slide 30 - Quiz
regel 6: Pueri clamant et lacrimant: wat zijn de twee werkwoorden in deze zin? Schrijf ze op in het Latijn
Slide 31 - Open question
Rex servum iubet pueros necare: wat is de goede vertaling?
A
de koning beveelt de jongens te doden
B
de koning beveelt de slaaf de jongens te doden
C
de koning beveelt de slaven de jongen te doden
D
de jongens worden gedood door de slaaf van de koning
Slide 32 - Quiz
servus regem timet. Ideo mandatum non recusat. Vraag: wie/ wat is het Nederlandse onderwerp van recusat?
Slide 33 - Open question
regel 10: Tamen pueros non necat. Hoe vertaal je deze zin?
A
Toch worden de jongens niet gedood.
B
Toch doden ze de jongen niet.
C
Toch doodt hij de jongen niet.
D
Toch doodt hij de jongens niet.
Slide 34 - Quiz
regel 11: Wat is het lijdend voorwerp bij het werkwoord portat? Schrijf het Latijnse woord op.
Slide 35 - Open question
regel 11: Servus corbem tollit et pueros ad flumen portat. Wat zijn de twee werkwoorden in deze zin?
A
tollit en portat
B
corbem en portat
C
tollit en pueros
D
corbem en tollit
Slide 36 - Quiz
regel 12: corbem in flumen ponit. Corbis natat. Wat is waar? Geef het juiste antwoord.