De ontkenning 1V

Jeudi, 11 janvier



Mercredi, 1er décembre
1 / 24
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Jeudi, 11 janvier



Mercredi, 1er décembre

Slide 1 - Slide

Tussentoets!
Jullie hebben de toets donderdag 25 januari.
De toets is op papier.

Slide 2 - Slide

Wat moet je leren voor de toets?
  • Woordjes A, B, E en F FR<->NL (p. 92-93).
  • Zinnetjes C en G FR<->NL (p. 94).
  • De getallen tot en met 69 (p. 94).
  • Het lidwoord (p. 55).
  • Het persoonlijk voornaamwoord (p. 55).
  • Het werkwoord avoir (p. 55).
  • Het regelmatige werkwoord op -er (p. 95).
  • De ontkenning (p. 95).

Slide 3 - Slide

Wat eten ze in la France?
Bekijk het filmpje en schrijf op in je schrift:
  1. Welke maaltijden zag je?
  2. Kies 3 dingen uit die jou lekker lijken (in het Frans of in het Nederlands.


Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Lesdoelen deze week:
  • Ik kan in het Frans zinnen ontkennend maken


Slide 6 - Slide

Ik kan een zin ontkennend maken
  • Ik heb zin in vandaag! - Ik heb geen zin in vandaag.
  • Ik ken de woordjes! - Ik ken de woordjes niet.

Slide 7 - Slide

In het Nederlands

Niet of geen

Ik ga niet naar school.
Ik heb geen geld.

In het Frans

ne ... pas of n' ... pas

Je ne vais pas au collège.
Je n'ai pas d'argent.

Slide 8 - Slide

La négation - De ontkenning
Hoe maak ik een Franse zin ontkennend?​

De ontkenning in het Frans bestaat uit twee delen: ne + pas. 

Om zinnen ontkennend te maken, zet je het eerste deel 
van de ontkenning (ne) vóór de persoonsvorm en het 
tweede deel (pas) direct achter de persoonsvorm.

Ik ga niet naar huis. – Je ne vais pas à la maison.

Slide 9 - Slide

La négation - De ontkenning
Attention!
Als de persoonsvorm begint met een klinker of een stomme h dan verandert ne in n’.​

Zij houdt niet van friet – Elle n’aime pas les frites. 


Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Les lunettes

Slide 12 - Slide

Le hamburger 

Slide 13 - Slide

Meer voorbeelden:

J'aime les films drôles.
J'habite à Paris.
Il regarde la télévision.
Nous sommes malades.





Je n'aime pas les films drôles.
Je n'habite pas à Paris.
Il ne regarde pas la télévision.
Nous ne sommes pas malade.

Slide 14 - Slide

Stappenplan!
1: Bepaal wat de persoonsvorm in de zin is.

2: Plaats ne of n' voor de persoonsvorm.

3: Plaats pas achter de persoonsvorm.

Slide 15 - Slide

Let op!


C'est un problème.




Fais attention!


Ce n'est pas un problème. 

De ontkenning van c'est is ce n'est pas. 

Slide 16 - Slide


Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Nous parlons français.

Slide 17 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Nous parlons français.

Slide 18 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Elle danse toute seule.

Slide 19 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Charlotte travaille au restaurant. 

Slide 20 - Open question


Maak de zin ontkennend:
Il a 13 ans.

Slide 21 - Open question

Au travail
Ga nu oefenen met de opdrachten in je boek:

Ex. 31 tm 34 (p. 88-91)
hulpwoordjes:
* qu'est-ce que [kesku] = wat?
*à la boulangerie [aa laa boelanzjurrie] = bij de bakker
* à la ... boucherie/pharmacie/pâtisserie / = slager/apotheek/taartjeswinkel
* faire les magasins = shoppen

Slide 22 - Slide

Les devoirs - Het huiswerk
Volgende week heb je gemaakt en nagekeken:
- - ex. 32 en 33 (p. 88-91)
- - 23ab, 24 en 25a (p. 80-82)

Leren/Apprendre:
- Leren getallen tot en met 100 (p. 94).
- Leren grammatica H (p. 95).
- Herhalen woordjes E (p. 93).
- Herhalen zinnetjes G (p. 94).
- Leren woordjes F (p. 93).




Slide 23 - Slide

Je comprends!
Ik begrijp het!
😒🙁😐🙂😃

Slide 24 - Poll