unidad 4. En el restaurante deel 2

Unidad 4
En el restaurante 
          deel 2 
1 / 19
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Unidad 4
En el restaurante 
          deel 2 

Slide 1 - Slide

Repasamos 

Slide 2 - Slide


Noem 5 dingen in het Spaans die je belangrijk vindt in een restaurant.

Slide 3 - Mind map

Weet jij de betekenis van deze Spaanse regelmatige werkwoorden? 
Zet de juiste bij elkaar.
comer
bailar
hablar
vivir
cantar
ir
vender
escuchar
escribir
compartir
beber
tocar
schrijven
gaan
dansen
drinken
praten
leven, wonen
luisteren
eten
instrument bespelen, aanraken
delen
zingen
verkopen

Slide 4 - Drag question

carne
verdura
manzana
naranja
huevo
jamón
pescado
queso
pollo

Slide 5 - Drag question

Pregunta

  1. Hoe zeggen we in het Spaans "voorgerecht"?
  2. Je bent een gast, en je wilt het menú hebben, hoe vraag je dit aan de ober?

Slide 6 - Slide

Pregunta
 
  1. Noem nog drie drankjes in het Spaans.
  2. Hoe zeggen wij in het Spaans 'wilt u een nagerecht?' 

Slide 7 - Slide

Pregunta

  1. Hoe zeggen we in het Spaans: 'voor mij een koffie en citroen ijs'.

Slide 8 - Slide

Wat betekent 'preferir'
A
Willen
B
Weggaan
C
De voorkeur geven aan
D
Het gerecht

Slide 9 - Quiz

Wat zegt een Spaanse ober wanneer hij de drankjes komt opnemen?
A
¿Para comer?
B
¿Para beber?
C
¿Para pagar?
D
¿Para fumar?

Slide 10 - Quiz

Wat zegt een Spanjaard .....
wanneer hij met een credit card wil betalen
A
¿Usted puede pagar con tarjeta de crédito?
B
¿Puedo pagar con tarjeta de crédito?
C
¿Cómo puedo pagar?
D
¿La cuenta, por favor?

Slide 11 - Quiz

Repaso vocabulario
1. el refresco
2.el zumo de naranja
3.el agua con gas

5.la botella de agua
6.aquí tiene

8.¿Qué desean tomar?
9.¿y de segundo?
10.¿Quieren beber algo ?


13.Quiero un café con leche
14.claro/vale

16. buen provecho
17.está muy rico/bueno 

Slide 12 - Slide

Bebidas
Entradas
Plato principal
Postres
Limonada
Ensalada mixta
Café con leche
Vino tinto
Sopa de tomate
Pollo al ajillo
Helado de fresa
Verduras al horno
Copa dama blanca
Pescado a la plancha
Filete de cerdo
Gazpacho andaluz
Bistec con patatas
Tarta de manzana

Slide 13 - Drag question

1. ¿Para
2. De primer plato
3. De segundo plato
4. De postre
5. ¿Qué
6. Agua
vas a tomar?
beber?
por favor. 
quiero un helado.
quiero unas gambas
quiero pollo. 

Slide 14 - Drag question

Vervoeg de werkwoorden
Almorzar (ue)        Preferir (ie)      probar (ue)     querer(ie)
lunchen                 liever hebben    proeven           willen 
                                            

Slide 15 - Slide

En el restaurante, Lee el texto :¿Qué piden ? 
maak een schema : primero/segundo/postre/bebidas

Slide 16 - Slide

Jullie gaan een restaurant openen!

Groepjes van 4
1. Kies een locatie/plaats
2.Vertel iets over de plaats
3.Bedenk een leuke naam
4.Ontwerp een menu: primer plato, segundo plato, postre y bebidas + prijzen
Presenteer jouw restaurant aan de klas

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

timer
2:00

Slide 19 - Slide