1.1 stofeigenschappen

Practica:
Proef 1
Proef 2
Proef 3 demo
Proef 5
1 / 31
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Practica:
Proef 1
Proef 2
Proef 3 demo
Proef 5

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

TDS
Tanja Duson
t.duson@orion.nl
 
Wi / Na / Schei
PWS

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke afspraken vooraf:
-  altijd bij je:  Binas, (werk)boeken, rekenmachine+ geo,
- hw maken + controleren (+ wat je niet snapt vragen )
- koppelen classroom 
- studiewijzer
-  lessen vaak via lessonup

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Biologie
Bestudeert de levende natuur
Natuurkunde
Bestudeert tijdelijke veranderingen in de niet-levende natuur. De toestand van de stof verandert, maar de stof zelf verandert niet. Voorbeeld: smelten van ijs
Scheikunde
Bestudeert blijvende veranderingen in de niet-levende natuur. De stof verandert in een andere stof.
Voorbeeld: verbranden van hout
1.1 Verschil Natuurkunde en Scheikunde

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Natuurkunde vs. Scheikunde
Natuurkunde bestudeert de eigenschappen en beweging van materie en energie. Scheikunde bestudeert de samenstelling en eigenschappen van stoffen.

Slide 6 - Slide

Gebruik voorbeelden om het verschil tussen natuurkunde en scheikunde te verduidelijken, zoals het bestuderen van de beweging van planeten in de natuurkunde en het bestuderen van chemische reacties in de scheikunde.
hoofdstuk 1 stoffen en mengsels

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

1.1 Stofeigenschappen 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Doel van par 1.1:
  •  Je kunt beschrijven waar scheikundigen zich mee bezighouden.
  • Je kunt een stof herkennen aan zijn stofeigenschappen.
  •  Je kunt informatie over de eigenschappen en het veilig gebruik van stoffen opzoeken op een chemiekaart.
  • Je kunt de betekenis van de gevarensymbolen benoemen voor corrosief, schadelijk, explosief, ontvlambaar en giftig.
  •  Je kunt berekeningen maken met dichtheid.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

  1. scheikunde: bestuderen van stoffen en hoe ze door omstandigheden kunnen veranderen in andere stoffen (=chemische reactie)
  2. biologie:  bestuderen van de levende natuur
  3. natuurkunde: bestuderen van verschijnselen in
    de natuur zoals: licht, geluid, elektriciteit, weer, bewegen enz
  4. vaak overlappen deze vakgebieden elkaar
(Natuur)wetenschap:
objectief (=eerlijk) onderzoek (via metingen) naar alle wezens, stoffen, processen en verschijnselen die in de natuur waarneembaar zijn!

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Natuurkunde
Scheikunde

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Wetenschappelijk onderzoek: 
<b>Standaardstappenplan&nbsp;</b><div><b>wetenschappelijk onderzoek!</b></div>

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

  • gebruik je zintuigen en/of meetinstrumenten
  • zo zorgvuldig mogelijk: de 3 W's:
       - wat gebeurt er?
       - waar/wanneer gebeurt het?
       - met welke stof? 
  • objectief (dus niet: het ruikt vies/ het smaakt lekker)
Het ziet er vies uit =           
Noteer altijd duidelijk over welke stof het gaat!
Bij wetenschappelijk onderzoek moet je goed kunnen waarnemen!

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Stappenplan wetenschappelijk onderzoek:
  1. Onderzoeksvraag: wat wil je onderzoeken
  2. Hypothese: wat denk je dat de uitkomst is
  3. Uitvoering: is gegevens verzamelen
  4. Conclusie: klopt je hypothese of niet
  5. Discussie: had iets beter gekund?
  6. Vervolgonderzoek: Zijn er nieuwe vragen? Ja--> begin opnieuw bij stap 1

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

  • Stofeigenschappen bepalen waarvoor je de stof gebruikt. 
  • Dit zijn géén stofeigenschappen:
    - temperatuur
    - volume
    - massa
    - fase (=toestand)
  • Want ze zijn afhankelijk van de
     omstandigheden!

Stoffen kun je herkennen aan stofeigenschappen
(zijn altijd hetzelfde voor die stof!)
<b>Dit zijn <u>wél</u> stofeigenschappen</b>

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Altijd passend bij onderzoeksvraag
  • lees het doel/onderzoeksvraag
  • waarnemingen (=data verzamelen) én  theorie met elkaar in verbinden  (wat weet je al? wat zegt  deze waarnemingen je? )= analyseren
  • Leg uit met woorden als:
     .....dus.....;.......want...;....omdat.....
  • gebruik jouw waarnemingen
conclusie trekken, 
waar moet je op letten?

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Pictogram geeft informatie gevaarlijke stofeigenschappen 
Veilig werken: beschermende kleding, veiligheidsbril, kunststof handschoen, staart, stofmasker/zuurkast/afzuiging, stoffen veilig opbergen, je aan de veiligheidsvoorschriften op de werkplaats houden!

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Etiketten
Op de etiketten van chemicaliën
kun je informatie vinden over de 
stof. Hiernaast het etiket van 
wasbenzine.

Is deze stof brandbaar of giftig?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

H- en P- zinnen
Gevaren en voorzorgsmaatregelen worden met H- en P-zinnen aangegeven. Deze zinnen kun je vinden op internet. 
H-zinnen (H van hazard): geven aan wat de gevaren van een stof zijn.
P-zinnen (P van precaution): geven aan hoe je veilig met een stof kan om gaan.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Dichtheid
 (Leer je ook bij natuurkunde)
  • formule: 
                           
  •  in symbolen:

  • eenheden: 

  • van veel stoffen veranderd de
    dichtheid als de temperatuur veranderd
dichtheid=volumemassa
ρ=Vm
m3kg=m3kg
dichtheid  goud = 19,3 g/cm
dichtheid aluminium =2,7 g/cm3
Dichtheid =massa van 1 cm3  stof
 
Dichtheid is een kenmerkende stofeigenschap (Binas tabel 15 -17)


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Dichtheid is massa in gram van 1 cm3
Grootheid is dichtheid
Eenheid is g/cm3

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

dichtheid
Dichtheid:
geeft aan wat de stof per volume weegt. (g/cm3)
                 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

aanpak moeilijke opgaven:
(verplicht bij hw en toetsen)
  1. Gevraagd, scan waar de vraag staat en noteer de vraag (en eventueel de gewenste eenheid kort).
  2. Gegeven: zoek uit welke gegevens uit de vraag en de bijbehorende tekst je nodig hebt en noteer dit.
  3. Oplossing: bij theoretische vragen komt hier je uitleg, bij rekenvragen noteer je de benodigde formule(s), vul je de gegevens op de juiste plaats in en geeft de uitkomst + gevraagde eenheid

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

"Schaduwsom" gebruiken bij omwerken van formules 
  1. Noteer de standaardformule met letters voor de grootheden
  2. Vul wat je al weet in op de juiste plek 
  3. Noteer de  "schaduwsom" een kloppende vergelijkbare som ernaast
  4. Kijk nu welk getal uit de makkelijke som staat op dezelfde plek als de grootheid die jij moet berekenen en noteer de nieuwe formule
  5. Reken je onbekende uit
  6. en controleer of het klopt!
1.
2.
3.
4.
5.
6.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Lezen:
1.1 stofeigenschappen

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Hst 1.1 leren en maken + nakijken 

opg 1 t/m 14


Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Hst 1 stoffen en mengsels



Scheikunde een wetenschap

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Pictogrammen en hun betekenis

Slide 31 - Slide

This item has no instructions