4 Meervoud (M4)

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 91
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 91 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Slide

DOEL


- je weet hoe je meervouden van zn moet maken met -en, -s en -ën

- je weet hoe je het meervoud van een aantal bijzondere gevallen moet maken

Meervoud van 
zelfstandige naamwoorden

Slide 2 - Slide

OEFENING

Je hebt je schrift en een pen nodig.


In de volgende slide zie je een tekst.

Lees de tekst.

Maak daarna de opdrachten van de drie volgende slides

in je schrift.

Slide 3 - Slide

Lees de tekst

Slide 4 - Slide

Opdracht 1: Noteer alle zn uit de tekst die in het meervoud staan en noteer het enkelvoud erachter.

Slide 5 - Slide

Opdracht 2: Welke verschillende meervoudsvormen ben je tegengekomen?

Slide 6 - Slide

Opdracht 3: Noteer de zes zn uit de tekst die geen meervoud hebben.

Slide 7 - Slide

Doe oortjes in

en bekijk het volgende filmpje!

en/of lees de informatie in de slides na het filmpje

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

MEERVOUD

De meeste zelfstandige naamwoorden (zn) hebben

een meervoud.


Er zijn verschillende manieren waarop je

het meervoud van zn maakt.

Slide 10 - Slide

1. MEERVOUD op -s
Schrijf je als het geen probleem oplevert voor de uitspraak.

kamer + s = kamers

café + s = cafés

bureau + s = bureaus

conciërge + s = conciërges

Slide 11 - Slide

2. MEERVOUD op -'s
Schrijf je als je een fout bij de uitspraak kunt maken.

wc + 's = wc's

accu+ 's = accu's

lama + 's = lama's

baby + 's = baby's

Meervoud met 's bij afkortingen en woorden die eindigen op: i, o, u, a, y

Slide 12 - Slide

3. MEERVOUD op -en
Vaak hoef je alleen maar -en achter het woord te zetten.

lamp + en = lampen

boer + en = boeren

dans + en = dansen

lot + en = loten

Slide 13 - Slide

3. MEERVOUD op -en

Soms moet je tegelijk de laatste letter verdubbelen,

want je hoort een korte klank.

klas + s + en = klassen

bak + k + en = bakken

bed + d + en = bedden

Slide 14 - Slide

3. MEERVOUD op -en

Soms moet je tegelijk een a, e, o of u weghalen,

want je hoort een lange klank.

schaar - a + en = scharen

been - e + en = benen

sloot - o + en = sloten

Slide 15 - Slide

3. MEERVOUD op -en

Soms moet je tegelijk een -f veranderen in een -v.

raaf + f/v + en = raven

brief + f/v + en = brieven

golf + f/v + en = golven

Slide 16 - Slide

3. MEERVOUD op -en

Soms moet je tegelijk een -s veranderen in een -z.

baas + s/z + en = bazen

huis + s/z + en = huizen

mees + s/z + en = mezen

Slide 17 - Slide

4. MEERVOUD op -ën

Bij woorden die eindigen op -ee of -ie maak je langer met -ën of met -"n (let op de plaats van de klemtoon).

fee = feeën

knie = knieën

bacterie = bacteriën

porie = poriën

Slide 18 - Slide

5. MEERVOUD op -en of -s

Heel wat woorden hebben twee meervouden.

aardappels / aardappelen

zoons / zonen

groentes / groenten


Slide 19 - Slide

6. vreemde MEERVOUDEN

Oorspronkelijke latijnse woorden hebben soms twee meervoudsvormen.

museum = museums of musea

basis = bases of basissen

datum = datums of data

musicus = musici


Slide 20 - Slide

7. woorden zonder MEERVOUD

Er zijn  woorden die geen meervoud kennen.

politie

rijst

tarwe

zand


Slide 21 - Slide

8. woorden zonder ENKELVOUD

Er zijn  woorden die alleen meervoud kennen en juist

geen enkelvoud.

hersenen

onkosten


Slide 22 - Slide

Noteer het meervoud van
aartsengel

Slide 23 - Open question

Noteer het meervoud van
bloemenvaas

Slide 24 - Open question

Noteer het meervoud van
bedelmonnik

Slide 25 - Open question

Noteer het meervoud van
fietsstuur

Slide 26 - Open question

Noteer het meervoud van
geldkluis

Slide 27 - Open question

Noteer het meervoud van
goudstaaf

Slide 28 - Open question

Noteer het meervoud van
minirok

Slide 29 - Open question

Noteer het meervoud van
nederlaag

Slide 30 - Open question

Noteer het meervoud van
alinea

Slide 31 - Open question

Noteer het meervoud van
babykangoeroe

Slide 32 - Open question

Noteer het meervoud van
breedbeeld-tv

Slide 33 - Open question

Noteer het meervoud van
houseparty

Slide 34 - Open question

Noteer het meervoud van
kiwi

Slide 35 - Open question

Noteer het meervoud van
parade

Slide 36 - Open question

Noteer het meervoud van
pgb

Slide 37 - Open question

Noteer het meervoud van
raceauto

Slide 38 - Open question

Noteer het meervoud van
pony

Slide 39 - Open question

Noteer het meervoud van
schroevendraaiertje

Slide 40 - Open question

Noteer het meervoud van
tracé

Slide 41 - Open question

Noteer het meervoud van
treincoupé

Slide 42 - Open question

Noteer het meervoud van
duo

Slide 43 - Open question

Noteer het meervoud van
cadeau

Slide 44 - Open question

Welke meervoudsvorm is juist?
A
aardbeien
B
aardbeiën

Slide 45 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
zeën
B
zeeën

Slide 46 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
melodiën
B
melodieën

Slide 47 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
handboeien
B
handboeiën

Slide 48 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
hagelbuien
B
hagelbuiën

Slide 49 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
koloniën
B
kolonieën

Slide 50 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
indianentooien
B
indianentooiën

Slide 51 - Quiz

Welke meervoudsvorm is juist?
A
orchideën
B
orchideeën

Slide 52 - Quiz

OEFENING

In de volgende slides staan woorden.

 

De woorden hebben bijzondere meervouden. Als een woord twee meervouden heeft, noteer dan beide.

Fouten maken mag,

maar verbeter wel!

Slide 53 - Slide

dokter

Slide 54 - Open question

forum

Slide 55 - Open question

gebed

Slide 56 - Open question

kade

Slide 57 - Open question

kind

Slide 58 - Open question

verbod

Slide 59 - Open question

mausoleum

Slide 60 - Open question

moeilijkheid

Slide 61 - Open question

olievat

Slide 62 - Open question

oorlogsschip

Slide 63 - Open question

politicus

Slide 64 - Open question

ei

Slide 65 - Open question

rund

Slide 66 - Open question

volk

Slide 67 - Open question

Noteer het meervoud van

bloemenweide

Slide 68 - Open question

Noteer het meervoud van

BMW

Slide 69 - Open question

Noteer het meervoud van

bolide

Slide 70 - Open question

Noteer het meervoud van

coltrui

Slide 71 - Open question

Noteer het meervoud van

coryfee

Slide 72 - Open question

Noteer het meervoud van

criticus

Slide 73 - Open question

Noteer het meervoud van

entree

Slide 74 - Open question

Noteer het meervoud van

fantasie

Slide 75 - Open question

Noteer het meervoud van

griepprik

Slide 76 - Open question

Noteer het meervoud van

haver

Slide 77 - Open question

Noteer het meervoud van

koord

Slide 78 - Open question

Noteer het meervoud van

melk

Slide 79 - Open question

Noteer het meervoud van

sluis

Slide 80 - Open question

Noteer het meervoud van

parodie

Slide 81 - Open question

Noteer het meervoud van

plumeau

Slide 82 - Open question

Noteer het meervoud van

profeet

Slide 83 - Open question

OEFENING

Je hebt je schrift en een pen nodig.


In de volgende drie slides zie je zinnen.

Elke zin bevat één onjuist geschreven meervoud.

Schrijf dit woord verbeterd op in je schrift.

Slide 84 - Slide

Slide 85 - Slide

Slide 86 - Slide

Slide 87 - Slide

GELEERD?


- je weet hoe je meervouden van zn moet maken met -en, -s en -ën

- je weet hoe je het meervoud van een aantal bijzondere gevallen moet maken

Meervoud van 
zelfstandige naamwoorden

Slide 88 - Slide

Schrijf één ding op wat je deze les hebt geleerd en niet meer vergeet.

Slide 89 - Open question

Stel één vraag over iets dat je nog niet zo goed
hebt begrepen.

Slide 90 - Open question

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 91 - Slide