7.1 Wat voeren we uit?

Klas 4
Hoofdstuk 7 
Nederland Handelsland
7.1 Wat voeren we uit?
1 / 38
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Klas 4
Hoofdstuk 7 
Nederland Handelsland
7.1 Wat voeren we uit?

Slide 1 - Slide

Lesdoelen 7.1

- Wat levert export Nederland op?
- Waarom is niet alle import voor Nederland bestemd?

- Welke invloed heeft de wisselkoers om import & export?


Slide 2 - Slide

0

Slide 3 - Video

Internationale handel
Het kopen van of verkopen aan bedrijven in het buitenland. Internationale handel bestaat dus uit het in- en uitvoeren van goederen en diensten

Slide 4 - Slide

Import



Import: er gaat geld naar het buitenland
          
Bijvoorbeeld:-  We kopen bananen uit Nigeria
                            -  Ed Sheeran geeft een concert in de Ziggo Dome
                             - Jullie zijn op reis geweest naar Frankrijk



Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Export
Export: Het buitenland betaald ons geld

Bijvoorbeeld : 
  • Een Nederlands baggerbedrijf baggert in Dubai
  • Ed Sheeran drinkt Jenevertjes in Amsterdam
  • We verkopen Beemsterkaas aan Duitsland

Slide 7 - Slide

Wederuitvoer: een deel van de export voeren we eerst in en vervoeren we naar andere landen.


VOORBEELD: 
Auto uit de V.S. komt naar Nederland en is voor Duitsland bestemd.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide


Nederlandse vrouw in de V.S.

Slide 10 - Slide


Amerikaanse man in NL

Slide 11 - Slide

Ga nu maken:
vraag 2 en 3 op blz. 205

Slide 12 - Slide

0

Slide 13 - Video

Gesloten economie
Noord-Korea heeft een gesloten economie

Of Noord-Koreanaar verhouding veel met het buitenland handelt kun je meten m.b.v. de export- en importquote.

Slide 14 - Slide

Open economie
Nederland heeft een open economie

Of Nederland naar verhouding veel met het buitenland handelt kun je meten m.b.v. de export- en importquote.

Slide 15 - Slide

import- en exportquote
Het percentage van de totale importwaarde of exportwaarde ten opzichte van het nationaal inkomen.

Slide 16 - Slide

Nationaal inkomen
De optelsom van alle inkomens uit arbeid en bezit (zoals loon, rente, huur, pacht).

Wat zegt dit? Je kunt pas vergelijken met andere landen als je het inkomen per hoofd van de bevolking weet.


Slide 17 - Slide

Importquote
het percentage van het nationaal inkomen (= wat totaal in een land wordt verdiend) dat wordt uitgegeven aan import
Exportquote
het percentage van het nationaal inkomen (= wat totaal in een land wordt verdiend) dat wordt verdiend met export

Slide 18 - Slide

Samenvattend
Open economie                                Gesloten economie
Een land dat relatief veel              Een land dat relatief weinig 
handelt met het buitenland        handelt met het buitenland

Hoe hoger de exportquote =>  hoe opener de economie        

Hoe hoger de importquote => hoe opener de economie     

Slide 19 - Slide

Ga nu maken:
Opgave 4 en 5 op blz. 205/206

Slide 20 - Slide

De betalingsbalans
De betalingsbalans geeft een overzicht van de exportwaarde en de importwaarde van goederen

Het verschil tussen de export- en importwaarde noem je een overschot (meer export dan import) of een tekort (meer import) op de betalingsbalans.

Slide 21 - Slide

Ga nu maken:
Opgave 7 en 8 op blz. 206

Slide 22 - Slide

Invloed van wisselkoersen
De wisselkoersen van vreemde valuta hebben invloed op de internationale handel. Vooral de dollarkoers is belangrijk. Veel goederen worden in Amerikaanse dollars afgerekend.

Voor het leren rekenen met wisselkoersen, kun je de LessonUp wisselkoersen doen. https://www.lessonup.com/app/embed/9M5vWhRbwctjyBn2Y 

Slide 23 - Slide

Ga nu maken:
Opgave 7 en 8 op blz. 206

Slide 24 - Slide

Nederlanders houden graag vakantie in het buitenland. Als ze met een buitenlandse vliegmaatschappij reizen dan is er sprake van:
A
export van goederen.
B
export van diensten.
C
import van goederen.
D
import van diensten.

Slide 25 - Quiz

Als twee of meer landen met elkaar handelen noem je dat:
A
importeren
B
exporteren
C
internationale handel
D
buitenlandse zaken

Slide 26 - Quiz

Een voordeel van meer export is ...
A
dat de werkgelegenheid daalt.
B
dat de werkgelegenheid stijgt.

Slide 27 - Quiz

Het voordeel van import voor de Nederlandse consument is ...
A
meer keuze in goederen en diensten.
B
minder keuze in goederen en diensten.

Slide 28 - Quiz

Wat is geen vorm van internationale handel?
A
Nederland verkoopt aan China
B
Duitsland koopt van Nederland
C
Brussel koopt van Londen
D
Amsterdam verkoopt aan Eindhoven

Slide 29 - Quiz

Als je in Duitsland naar de kapper gaat is dat:
A
Importeren
B
Exporteren

Slide 30 - Quiz

Als wij iets verkopen naar het buitenland noem je dat:
A
Importeren
B
Exporteren
C
internationale handel
D
verkopen

Slide 31 - Quiz

Als de wisselkoers van de euro stijgt, dan ...
(twee antwoorden zijn goed)
A
wordt de euro duurder voor het buitenland.
B
dan wordt de euro goedkoper voor het buitenland.
C
is de euro meer waard in het buitenland.
D
is de euro minder waard in het buitenland.

Slide 32 - Quiz

Werderuitvoer is 194,5 miljard

Totaal uitvoer goederen is 431,4 miljard

Bereken de wederuitvoer.
A
45,1%
B
45,10%
C
45,2%
D
45,20%

Slide 33 - Quiz

Wat zijn kenmerken van een land met een open economie?
A
Weinig invoer (import) en uitvoer (export) in verhouding tot de productie.
B
Veel invoer (import) en veel uitvoer (export) in verhouding tot de productie.

Slide 34 - Quiz

Als de waarde van de geïmporteerde goederen groter is dan de waarde van de geëxporteerde goederen heb je:
A
een overschot op de handelsbalans
B
een tekort op de handelsbalans
C
een evenwicht op de handelsbalans

Slide 35 - Quiz

Veel handelen met het buitenland heet:
A
open economie
B
gesloten economie
C
internationale economie
D
nationale economie

Slide 36 - Quiz

De betalingsbalans geeft de waarde weer van de:
A
geïmporteerde en geëxporteerde goederen
B
geïmporteerde en geëxporteerde diensten
C
alle betalingen en ontvangsten uit het buitenland

Slide 37 - Quiz

Begrippen
  • Internationale handel
  • Import (quote)
  • export (quote)
  • open en gesloten economie
  • handelsbalans

Slide 38 - Slide