IB_FR_ZMYP3- Periode_1-Cours_4 20251002

1 / 53
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 53 slides, with text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable fermé dans le sac à dos.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

S'il vous plaît,

Fermez votre ordinateur.
Close your laptop.
Sluit je computer af.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Tijdens de les.../ Pendant le cours...

... vous êtes silencieux lorsque le professeur parle.
... vous êtes silencieux lorsqu'un camarade de classe parle.
... écoutez ce que le professeur dit et suivez les instructions.
... vous êtes amical à tout moment.
... vous participez activement.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Link

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Welkom bij LA French
Unit 1: How do other people live?
Qu'est-ce qu'il y a autour de moi?
Learner Profile:
Communicators
ATL (Action: Teaching and learning through inquiry):
Communication/Collaboration/Reflection skills
Related concepts:
Context
Key concept:
Communication
Statement of Inquiry : As we learn a new language, we establish connections that not only enrich our communities but also situate our culture within the context of our surroundings and the era we live in.
Global context:
Identity formation

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Correctie van de oefeningen/ Correction des devoirs
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Au travail
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 1
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Quels mots en français peut-on utiliser pour parler de la maison ?
What French words can we use to talk about the house?




Qu'est-ce qu'il y a autour de moi?
What is around me?





Comment c'est chez moi?
What is my place like?
Qu'est-ce qu'il y a dans ta ville?
What is there in your city?
Comment peut-on communiquer efficacement pour savoir le bon chemin ?
How can we communicate effectively to find the right way?

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Overzicht periode 1
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Comment c'est chez toi?
What is your home like?

SA

Comment c'est chez moi?
What is my home like?
Peut-on influencer le monde autour de nous?
Can we influence the world around us?

Ville ou campagne?
City or countryside?

Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

SA/ PO 
16 Octobre

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Terugblik-opdracht
Jeu - Domino
timer
3:00

Slide 13 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Leerdoelen
  • Je sais dire ce qu'il y a et ce qu'il n'y a pas dans une ville./ Ik kan zeggen wat er wel en niet in een stad is.
  • Je sais donner la bonne direction./ Ik kan de juiste richting aangeven.
  • Je sais dire ce que je viens de faire ou voir./ Ik kan zeggen wat ik net heb gedaan of gezien.
  • Je sais dire ce que je vais faire./ Ik kan zeggen wat ik ga doen.
 
 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Homework
correction

Slide 15 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 16 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 17 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 18 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 19 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 20 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 21 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 22 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Homework
correction

Slide 23 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Il y a / C'est

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

Les formes impersonnelles
Er is ... / Er zijn ...
Er staat ... / Er staan ...
Er ligt ... / Er liggen ...
Kan zowel gevolgd door enkelvoud als door meervoud.
Peut être suivi du singulier ou du pluriel.
Il y a + un nom
Il y a une maison.
"Il y a" est invariable et indique la présence ou l'existence de quelque chose.
"Il y a" is onveranderlijk en duidt op de aanwezigheid of het bestaan van iets.

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Les formes impersonnelles
Il n'y a pas de = er is/zijn geen
Il n'y a pas de + nom
Il n'y a pas de pharmacie.
Il n'y a pas d' + nom avec voyelle ou h
Il n'y a pas d'hôpital.

Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Les formes impersonnelles
C'est + un nom
C'est une maison jaune.
Ce sont + un nom
Ce sont des maisons françaises.
"C'est" sert à identifier ou présenter quelqu'un ou quelque chose.
"C'est" wordt gebruikt om iemand of iets te identificeren of voor te stellen.

Slide 28 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Les formes impersonnelles/
De ontkenning - la négation
De ontkenning van c'est is: ce n'est pas.



De ontkenning van ce sont is: ce ne sont pas des.
Ce n'est pas une école agréable.
Ce n'est pas un garage gratuit.
Ce ne sont pas des maisons blanches.

Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Les prépositions de lieu

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Video

This item has no instructions


À droite !!!

À gauche

Tout droit !!!
La direction

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions



Traversez la rue

Steek de straat/het plein over.

Traversez la place

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Les verbes
prendre     Ex : tu prends, vous prenez
continuer     Ex : tu continues, vous continuez
tourner     Ex : tu tournes, vous tournez
traverser     Ex : tu traverses, vous traversez

aller     Ex : tu vas, vous allez
arriver     Ex : tu arrives, vous arrivez
chercher     Ex : je cherche

Nemen
Doorgaan / verdergaan
Afslaan / draaien
Oversteken

Gaan
Aankomen
Zoeken

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

L'impératif pour donner des instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Pour prendre le métro, le bus, le train ou le tramway

monter          to get on
C'est un verbe en -er
Ex : tu montes à l'arrêt "cathédrale", vous montez à l'arrêt "cathédrale"

descendre          to get off
C'est un verbe en -dre
Ex : tu descends à l'arrêt "musée", vous descendez à l'arrêt "musée

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Tes amis sont au restaurant. Ils veulent aller à la piscine. Tu expliques l'itinéraire à tes amis.

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Le passé récent
             het nabije verleden. 
Om te vertellen wat je net gedaan hebt.
* Je viens d'ouvrir la porte
Ik heb zojuist de deur opengedaan.
* Tu viens de prendre ton livre. 
Jij hebt net je boek genomen.
* Je viens de boire un peu d'eau.
Ik heb net een beetje water gedronken.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Le verbe 'venir' / komen
Je
viens
Tu
viens
Il/ elle/on
vient
Nous
venos
Vous
venez
Il/ elle
viennent
Het werkwoord "venir" is onregelmatig en heb je net als avoir, être en aller uit je hoofd geleerd.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Le passé récent
Om de passé récent te vormen doe je het volgende:
vervoeg venir + "de" + infinitief


Par exemple: Elle vient de danser avec sa copine.
Traduction: Zij heeft net met haar vriendin gedanst. 

Gebruik in de vertaling altijd net, zopas, zojuist !

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

passé récent = venir + de + infinitief

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Let op! 
1. de woordvolgorde!
 In het Frans plaatsen we de werkwoorden bij elkaar:






Elle vient de chanter avec son frère.

In het Nederlands zeggen we:
      Zij heeft net met haar broer gezongen.
   

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Let op! 
2.  De ontkenning

Als je een zin ontkennend maakt, dan zet je "ne... pas" rond het
werkwoord venir:

onderwerp
ne venir pas
infinitief
rest v.d. zin
Ma mère
ne vient pas de
manger
une pomme

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Futur Proche

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Le Futur Proche /
De toekomende tijd
Zinsvolgorde wordt dan:
onderwerp + vorm van aller + heel werkwoord + rest van zin

Voorbeelden:
Je vais faire du shopping à Amsterdam. --> Ik ga shoppen in Amsterdam.
Il va acheter un nouveau pantalon. --> Hij gaat een nieuwe broek kopen.

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Futur proche
Je (ik)
vais (ga)
parler (praten)
Tu (jij)
vas (gaat)
parler (praten)
Il/elle/on (hij/zij/wij)
va (gaat/gaan)
parler (praten)
nous (wij)
allons (gaan)
parler (praten)
Vous (jullie/u)
allez (gaan/gaat)
parler (praten)
Ils/elles (zij)
vont (gaan)
parler (praten)
Toekomende tijd: futur proche

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Homework

Slide 51 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd en leerlingen worden steeds zelfstandiger. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Reflectie
  • Je sais dire ce qu'il y a et ce qu'il n'y a pas dans une ville./ Ik kan zeggen wat er wel en niet in een stad is.
  • Je sais donner la bonne direction./ Ik kan de juiste richting aangeven.
  • Je sais dire ce que je viens de faire ou voir./ Ik kan zeggen wat ik net heb gedaan of gezien.
  • Je sais dire ce que je vais faire./ Ik kan zeggen wat ik ga doen.

Slide 52 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 53 - Slide

This item has no instructions