Digibordles pre-teaching - niveau C

Pre-teaching woordenschat 
Week 
39
DIGIBORDLES
1 / 10
next
Slide 1: Slide
WoordenschatBasisschoolGroep 7,8

This lesson contains 10 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Introduction

Digibordles pre-teaching - niveau C

Items in this lesson

Pre-teaching woordenschat 
Week 
39
DIGIBORDLES

Slide 1 - Slide

Deze week is er gedoe in de Tweede Kamer. Maar hoe werkt dat nou eigenlijk in de Tweede Kamer. In het filmpje op de  volgende slide nemen we een kijkje.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Deze les leer je de volgende nieuwe woorden:
Lesdoelen
de regering
de politici
de
politiek
de discussie
persoonlijk
de minister
het debat
onpersoonlijk

Slide 4 - Slide

Moeilijke woorden uit de tekst
de politici
<b>de politici</b><br /><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">zelfstandig naamwoord</span><br /><div>De mensen die in de politiek werken.</div><div><i>De <u>politici</u> komen samen om met elkaar te vergaderen.&nbsp;</i></div></div>
de discussie
<span style="font-weight:bold">de discussie</span><div><div><font color="#bdbdbd">zelfstandig naamwoord</font></div><div>Gesprek waarbij iedereen zijn mening geeft over een bepaald onderwerp.</div><div><i>De ministers hadden een <u>discussie</u>&nbsp;met elkaar.&nbsp;</i></div></div>
persoonlijk
<span style="font-weight:bold">persoonlijk</span><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">bijvoeglijk naamwoord</span></div><div>Wat met een bepaalde persoon te maken heeft.</div><div><i>Die opmerking was niet <u>persoonlijk</u> bedoeld, het spijt me.&nbsp;</i></div>

Slide 5 - Slide

Uitbreiding
de minister
<span style="font-weight:bold">de minister</span><div><font color="#b0b0b0">zelfstandig naamwoord</font><br /><div><div>Beroep van iemand die in de regering van een land zit.</div><div><i><u>Minister</u>&nbsp;Sigrid Kaag&nbsp;gaf een toespraak.</i></div></div></div>
de politiek
<b>de politiek</b><br /><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">zelfstandig naamwoord</span><br /><div>De manier waarop een land, stad of provincie wordt bestuurd.</div><div><i>Mijn oom werkt in de <u>politiek</u>.</i></div></div>
de regering
<b>de regering</b><br /><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">zelfstandig naamwoord</span><br /><div>Groep mensen die een staat besturen, gevormd door de koning en ministers.&nbsp;</div><div><i>De <u>regering</u> van Nederland bevindt zich in Den Haag.</i></div></div>
de politici
<b>de politici</b><br /><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">zelfstandig naamwoord</span><br /><div>De mensen die in de politiek werken.</div><div><i>De <u>politici</u> komen samen om met elkaar te vergaderen.&nbsp;</i></div></div>

Slide 6 - Slide

Uitbreiding
Uitbreiding
het debat
<div><b>het debat</b></div><div><span style="color:rgb(176, 176, 176)">zelfstandig naamwoord</span></div><div><div>Gesprek waarbij iedereen zijn mening geeft over een bepaald onderwerp.</div><div><span style="font-style:italic">De ministers voerden een <span style="text-decoration-line:underline">debat</span> met elkaar.</span></div></div>
=
de discussie
<span style="font-weight:bold">de discussie</span><div><div><font color="#bdbdbd">zelfstandig naamwoord</font></div><div>Gesprek waarbij iedereen zijn mening geeft over een bepaald onderwerp.</div><div><i>De ministers hadden een <u>discussie</u>&nbsp;met elkaar.&nbsp;</i></div></div>

Slide 7 - Slide

Uitbreiding
Uitbreiding
onpersoonlijk
<span style="font-weight:bold">onpersoonlijk</span><div><font color="#bdbdbd">bijvoeglijk naamwoord</font></div><div>Niet persoonlijk; niet benaderd wordende als een individu maar als één van een groep.</div><div><span style="font-style:italic">Het gesprek met die mevrouw was zeer <span style="text-decoration-line:underline">onpersoonlijk</span>.&nbsp;</span></div>
persoonlijk
<span style="font-weight:bold">persoonlijk</span><div><span style="color:rgb(189, 189, 189)">bijvoeglijk naamwoord</span></div><div>Wat met een bepaalde persoon te maken heeft.</div><div><i>Die opmerking was niet <u>persoonlijk</u> bedoeld, het spijt me.&nbsp;</i></div>

Slide 8 - Slide

De tekst

Slide 9 - Slide






Oefen met de woorden in je lesboekje of digitaal.

Slide 10 - Slide