Schrijven: H3: Les 2: Van structuur naar schrijfplan

TRAJECT SCHRIJVEN

1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

TRAJECT SCHRIJVEN

Hoofdstuk 3: Structureren

Je leert …

... een tekst opbouwen volgens het IMS-model;

... de functies van inleiding, midden en slot herkennen en toepassen;

... informatie logisch verdelen over alinea's;

... in elke alinea één hoofdgedachte centraal stellen;

... een duidelijke kernzin formuleren;

... informatie gebruiken om een kernzin verder uit te werken;

... overgangszinnen gebruiken om alinea's met elkaar te verbinden;

... signaalwoorden gebruiken om verbanden tussen duidelijk te maken;

... je bouwstenen en informatie verwerken in een schrijfplan.

IMS-structuur

Elke academische tekst bestaat uit drie delen:

  • I — Inleiding: onderwerp voorstellen aan je lezer

  • M — Midden: uitschrijven tekststructuur

  • S — Slot: inzichten samenbrengen en afronden


Maar de schrijfvolgorde is: M - S - I

MIDDEN

Beantwoord je stap voor stap je schrijfvraag.

Je gebruikt daarvoor:

  • je bouwstenen;

  • je geselecteerde informatie;

  • je gekozen tekststructuur.


Een goed midden:

✓ heeft een logische volgorde;
✓ behandelt per alinea één hoofdgedachte;
✓ bevat alinea's die bijdragen aan het beantwoorden van de schrijfvraag.

VOORBEELD

M1 — Omschrijving/definitie
Wat verstaan we onder generatieve AI bij schrijven?

M2 — Toepassingen
Waarvoor gebruiken leerlingen AI?

M3 — Voordelen
Welke ondersteuning kan AI bieden?

M4 — Nadelen
Welke risico's bestaan er?

M5 — Gevolgen
Wat kan dit betekenen voor schrijfvaardigheid?

SLOT

Wat blijkt uiteindelijk uit mijn tekst?


  • brengt de belangrijkste inzichten samen;

  • koppelt terug naar de schrijfvraag;

  • rondt de tekst af;

  • bevat geen nieuwe informatie.

SLOT

Mogelijkheden:

  • een korte samenvatting;

  • een conclusie;

  • een aanbeveling;

  • een reflectie;

  • een blik op de toekomst.

VOORBEELD


  • belangrijkste inzichten uit voordelen en risico's samenbrengen;

  • terugkoppelen naar de invloed op schrijfvaardigheid;

  • genuanceerd antwoord formuleren op de schrijfvraag;

  • eventueel kort vooruitblikken naar verantwoord AI-gebruik.

INLEIDING: 2 functies

  1. Structurerende functie

De lezer begrijpt:

  • waarover de tekst gaat;

  • wat hij ongeveer mag verwachten.


2. Motiverende functie

De lezer krijgt zin om verder te lezen.

INLEIDING: kenmerken

Een goede inleiding:

  • introduceert het onderwerp;

  • maakt duidelijk waarom het onderwerp relevant is;

  • sluit aan bij het tekstdoel;

  • leidt naar de schrijfvraag of centrale gedachte.



INLEIDING: opties

  • een wegwijzer of korte situering;

  • een samenvatting of lead;

  • een actuele gebeurtenis;

  • een citaat of opvallend gegeven;

  • een korte anekdote;

  • een prikkelende stelling;

  • een herkenbare situatie.

Vermijd

❌ algemene clichés
❌ woordenboekdefinities
❌ kunstmatige vragen die bij bijna elk onderwerp passen

VOORBEELD


Onderwerp introduceren

Generatieve AI wordt steeds vaker gebruikt bij schrijfopdrachten.

Relevantie duidelijk maken

Leerlingen kunnen AI inzetten voor ideeën, feedback en formuleringen, waardoor de vraag ontstaat wat dit betekent voor hun eigen schrijfvaardigheid.

Naar de schrijfvraag leiden

Welke invloed heeft het gebruik van generatieve AI op de schrijfvaardigheid van leerlingen?

Sleepvraag

INLEIDING

MIDDEN

SLOT

Een nieuwe oorzaak

De schrijfvraag introduceren

De belangrijkste inzichten samenbrengen

Een bouwsteen uitgebreid bespreken

Duidelijk maken waarom het onderwerp relevant is

Onze tekst heeft vier bouwstenen. Betekent dit automatisch dat ons midden vier alinea's heeft?

A

JA

B

NEE

ALINEA'S

ÉÉN ALINEA = ÉÉN HOOFDGEDACHTE

Binnen die alinea mag je:

  • uitleg geven;

  • voorbeelden geven;

  • cijfers gebruiken;

  • argumenten geven;

  • bronnen verwerken.

Maar:

Alles ondersteunt dezelfde centrale gedachte.

VOORBEELD (bouwsteen voordelen)


We hebben informatie over:

  • AI kan helpen om ideeën te verzamelen;

  • AI kan feedback geven;

  • AI kan alternatieve formuleringen voorstellen;

  • AI kan spelling verbeteren.


Is dit automatisch één alinea?

Niet noodzakelijk.


We moeten kijken welke informatie inhoudelijk bij elkaar hoort.

VOORBEELD (bouwsteen voordelen)

Alinea 1 — AI als hulp bij het voorbereiden

Hoofdgedachte: AI kan leerlingen ondersteunen vóór en tijdens het opstarten van hun tekst.

Ondersteuning:

  • ideeën genereren;

  • mogelijke invalshoeken voorstellen;

  • helpen brainstormen.


Alinea 2 — AI als feedbackinstrument

Hoofdgedachte: AI kan leerlingen feedback geven op een bestaande tekst.

Ondersteuning:

  • formuleringen voorstellen;

  • taal controleren;

  • feedback geven.


Nu heeft iedere alinea één centrale gedachte.

ALINEA (soorten)

  • analytische alinea → hoofdgedachte aan het begin

  • synthetische alinea → het einde bevat de conclusie of hoofdgedachte

  • keerpuntalinea → twee standpunten tegenover elkaar

Welk soort alinea?

Generatieve AI kan leerlingen ondersteunen tijdens het schrijfproces. Zo kunnen ze de tool gebruiken om ideeën te verzamelen, alternatieve formuleringen te zoeken of feedback te krijgen op een eerste versie. Ook bij het controleren van spelling en zinsbouw kan AI hulp bieden.

A

keerpuntalinea

B

synthetische alinea

C

analytische alinea

Welk soort alinea?

Leerlingen kunnen AI gebruiken om ideeën te verzamelen. Ze kunnen feedback vragen op hun formuleringen en hun tekst laten controleren op taalproblemen. Ook kan de tool alternatieve formuleringen voorstellen. Generatieve AI kan leerlingen dus op verschillende manieren ondersteunen tijdens het schrijfproces.

A

keerpuntalinea

B

synthetische alinea

C

analytische alinea

Welk soort alinea?

Generatieve AI kan leerlingen heel wat ondersteuning bieden tijdens het schrijven. Ze kunnen bijvoorbeeld snel feedback krijgen of hulp vragen bij een moeilijke formulering. Toch heeft die ondersteuning ook een keerzijde. Wanneer leerlingen te veel taken aan AI uitbesteden, oefenen ze bepaalde schrijfvaardigheden mogelijk minder zelfstandig.

A

keerpuntalinea

B

synthetische alinea

C

analytische alinea

ALINEA (opbouw)

  1. de themazin, waarin de hoofdgedachte wordt geïntroduceerd;

  2. de uitwerking, waarin de hoofdgedachte wordt toegelicht;

  3. ondersteunende informatie, zoals voorbeelden, argumenten, cijfers of bronnen;

  4. een overgang, die de brug vormt naar de volgende alinea.

Let op: niet elke alinea heeft een expliciete overgangszin nodig.

THEMAZIN

  • helder en bondig geformuleerd

  • bevat de hoofdgedachte = belangrijkste boodschap

  • staat meestal vooraan

VOORBEELD

Themazin: Generatieve AI kan leerlingen ondersteunen bij het verbeteren van een eerste tekstversie.


OEFENING BLZ 19

a)       Neem één alinea uit het schrijfplan dat je eerder opstelde.

b)      Noteer eerst de hoofdgedachte.

c)       Schrijf vervolgens een duidelijke themazin.

d)      Controleer daarna:

☐ De themazin maakt meteen duidelijk waarover de alinea gaat.

☐ De rest van de alinea kan deze zin verder uitwerken.

☐ De themazin sluit aan bij mijn schrijfvraag.

UITWERKING

  • uitwerken van de themazin

  • geef voldoende informatie om de boodschap te begrijpen

  • de hoofdgedachte ondersteunen met:

    • uitleg;

    • voorbeelden;

    • argumenten;

    • feiten of cijfers;

    • onderzoeksresultaten;

    • citaten;

    • verwijzingen naar bronnen

VOORBEELD

Themazin: Generatieve AI kan leerlingen ondersteunen bij het verbeteren van een eerste tekstversie.


Uitwerking: Leerlingen kunnen bijvoorbeeld feedback vragen op de structuur of formulering van hun tekst.


Ondersteuning: Uit onderzoek blijkt dat leerlingen chatbots onder andere gebruiken om feedback te krijgen en tekstvoorstellen te beoordelen. Een leerling kan AI bijvoorbeeld vragen om aan te geven welke zin onduidelijk geformuleerd is.

OEFENING BLZ 20

a)       Gebruik opnieuw één alinea uit je schrijfplan.

b)      Vul het schema in.

c)       Controleer daarna of alle informatie dezelfde hoofdgedachte ondersteunt.

OVERGANGSZIN

= sluit een alinea af of leidt een nieuwe alinea in en maakt duidelijk hoe beide onderdelen met elkaar samenhangen.


Bijvoorbeeld:

oorzaak → gevolg
probleem → oplossing
algemeen → voorbeeld
voordeel → nadeel

VOORBEELD

We eindigen een deel over voordelen:

AI kan leerlingen dus op verschillende momenten tijdens het schrijven ondersteunen.

De volgende alinea gaat over risico's.

Zonder overgang:

Leerlingen kunnen ook afhankelijk worden van AI.

Dat kan beter.


Hoewel AI het schrijfproces kan ondersteunen,
brengt het gebruik ervan ook risico's met zich mee.

SIGNAALWOORDEN

= tonen welk verband bestaat tussen ideeën.


Opsomming → daarnaast, bovendien, ten eerste, ook

Oorzaak-gevolg → doordat, daardoor, hierdoor, waardoor

Tegenstelling → maar, echter, toch, daarentegen

Voorbeeld → bijvoorbeeld, zoals, ter illustratie

Conclusie → dus, kortom, concluderend

Volgorde → eerst, vervolgens, daarna, ten slotte


Studeer alle tekstverbanden p. é1 in de cursus!

Kies het beste signaalwoord

Generatieve AI kan leerlingen helpen om ideeën te verzamelen. ______ kan de tool feedback geven op een eerste tekstversie.

A

Daarom

B

Daarnaast

C

Toch

D

Bijvoorbeeld

Kies het beste signaalwoord

AI kan soms onjuiste informatie geven. ______ moeten leerlingen de output altijd kritisch controleren.

A

Daarom

B

Bovendien

C

Hoewel

D

Bijvoorbeeld

Kies het beste signaalwoord

Generatieve AI kan het schrijfproces ondersteunen. ______ bestaat het risico dat leerlingen te afhankelijk worden van de technologie.

A

Daardoor

B

Daarnaast

C

Toch

D

Bijvoorbeeld

Kies het beste signaalwoord

Leerlingen kunnen AI op verschillende manieren gebruiken. Ze kunnen de tool ______ inzetten om ideeën voor hun tekst te verzamelen.

A

daardoor

B

echter

C

kortom

D

bijvoorbeeld

Welk verband geeft het signaalwoord aan?

AI kan leerlingen ondersteunen bij het formuleren. Daarnaast kan de tool feedback geven op een tekst.

A

oorzaak/gevolg

B

opsomming

C

tegenstelling

D

conclusie

Welk verband geeft het signaalwoord aan?

AI kan het schrijven gemakkelijker maken. Toch moeten leerlingen zelf kritisch blijven nadenken.

A

oorzaak/gevolg

B

opsomming

C

tegenstelling

D

conclusie

Welk verband geeft het signaalwoord aan?

Sommige leerlingen nemen AI-teksten volledig over. Daardoor oefenen ze bepaalde onderdelen van het schrijfproces mogelijk minder zelfstandig.

A

oorzaak/gevolg

B

opsomming

C

tegenstelling

D

conclusie

Welk verband geeft het signaalwoord aan?

AI biedt mogelijkheden, maar brengt ook risico's met zich mee. Kortom, de manier waarop leerlingen de technologie gebruiken, is belangrijk.

A

oorzaak/gevolg

B

opsomming

C

tegenstelling

D

conclusie