Deutsche Schulen

1 / 18
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Plan 
5 min: Weißt du noch? (Bundesländer) 
15 min: Uitleg + spreken (Schulsystem + Schulfächer) 
15 min: Werken aan eigen doelen 
5 min: Volgende les 



Slide 2 - Slide




Weißt du noch
?
 

Slide 3 - Slide


Landeskunde: Bundesländer 

Slide 4 - Slide

3
5
2
6
6
Bayern 
Berlin 
Niedersachsen
Hamburg
Bremen

Slide 5 - Drag question


Doelen van de les

  • Je kunt vertellen wat je favoriete schoolvak is in het Duits
  • Je kunt vertellen in welke klas je zit in het Duits
  • Je kunt iets vertellen over het Duitse schoolsysteem

Slide 6 - Slide


Landeskunde: Schulsystem Deutschland

Slide 7 - Slide

Deutschland
Niederlande
1-6 Kindergarten
6-10 Grundschule (Klasse 1-4)
Ab 11 weiterführende Schule


11-15 Hauptschule (Klasse 5-9)
11-16 Realschule (Klasse 5-10)
11-19 Gymnasium (Klasse 5-13)

1-4 peuterspeelzaal
4-12 basisschool (groep 1-8)
Va.12 middelbare school


12-16 vmbo (klas 1-4)
12-17 havo (klas 1-5)
12-18 vwo/gymnasium (klas 1-6)

Slide 8 - Slide

In welcher Klasse bist du? 
Ich bin in der  Klasse 
= Ik zit in de eerste klas 

Slide 9 - Slide

Deutschland
Niederlande
1      sehr gut
2+    gut plus
2      gut
3      befriedigend
4      ausreichend
5      mangelhaft
6+    ungenügend plus
6      ungenügend
10       uitstekend
9         heel goed
       goed
7         ruim voldoende
6         voldoende
       matig
4         onvoldoende
3,2,1   zwaar onvoldoende
die Note = het cijfer

Slide 10 - Slide

Welche Note hast du bekommen? 
Ich habe eine zwei 
= Ik heb een 8 

Slide 11 - Slide

Schulnoten in der Zeitung: 
Noten in der Zeitung: Ja oder nein? 

Slide 12 - Slide


Wortschatz: Schulfächer

Slide 13 - Slide

Match de schoolvakken
Deutsch
Niederländisch
Englisch
Mathe
Physik
Chemie
Biologie
Erdkunde
Geschichte
Musik
Kunst
Sport

Slide 14 - Drag question

Was ist dein Lieblingsfach?
Mein Lieblingsfach ist Sport.
= Mijn lievelingsvak is gym. 

Slide 15 - Slide

Neem over in je schrift/map:

... ist mein Lieblingsfach.                        (=.... is mijn lievelingsvak)          
Mein bestes Fach ist...                           (= Mijn beste vak is....)
.... ist das langweiligste Fach.                (=.... is het saaiste vak)
.... ist das interessanteste Fach.             (=.... is het interessantste vak)
Mein Lieblingslehrer unterrichtet ...        (= Mijn lievelingsleraar geeft....) 

Slide 16 - Slide

Werk verder aan je eigen doelen
timer
15:00

Slide 17 - Slide

Volgende les:
Klokkijken 

Slide 18 - Slide