GDV Deel 3 2026

Keuzevak 4: lesbrief 3
1 / 29
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Keuzevak 4: lesbrief 3

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • uitleggen wat evenementbeveiliging en veiligheidszorg is
  • taken van een evenementenbeveiliger noemen
  • uitleggen wat een risicoanalyse en plannen zijn
  • uitleggen wat preventief handelen en security awareness betekenen
  • beschrijven hoe je handelt bij calamiteiten
  • het verschil uitleggen tussen vooroordelen, stereotypen en discriminatie

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • uitleggen wat evenementbeveiliging en veiligheidszorg is
  • taken van een evenementenbeveiliger noemen
  • uitleggen wat een risicoanalyse en plannen zijn
  • uitleggen wat preventief handelen en security awareness betekenen
  • beschrijven hoe je handelt bij calamiteiten
  • het verschil uitleggen tussen vooroordelen, stereotypen en discriminatie

Slide 3 - Slide

Evenementenbeveiliging
  • zorgen voor een veilig en ordelijk evenement
  • toezicht houden en surveilleren
  • fouilleren of visiteren bij de ingang
  • crowd control (ongewenst gedrag voorkomen)
  • onveilige situaties signaleren en alarmeren
  • eerste hulp verlenen

Houding: rustig, respectvol en zelfbeheerst

Slide 4 - Slide

Noem twee taken van een evenementenbeveiliger.

Slide 5 - Open question

ISO
  • controleer of het beveiligingsbedrijf een ISO-certificaat heeft
  • ISO betekent: International Organization for Standardization
  • een ISO-certificaat laat zien dat het bedrijf volgens vaste regels werkt
  • dit zorgt voor constante kwaliteit en veiligheid

Slide 6 - Slide

Risicoanalyse


vooraf inschatten welke veiligheidsrisico’s er zijn
Je kijkt naar:
soort evenement
soort publiek
plaats van het evenement
overige factoren (bijv. seizoen, bereikbaarheid)

Slide 7 - Slide

Waarom is een risicoanalyse belangrijk bij een evenement?

Slide 8 - Open question

Plannen
Voor een evenement worden verschillende plannen gemaakt:
  • beveiligingsplan – hoe houden we het veilig
  • ontruimingsplan – wat doen we bij gevaar
  • calamiteitenplan – hoe handelen we bij een ramp
  • mobiliteitsplan – verkeer en bereikbaarheid
  • communicatieplan – wie communiceert met wie

Slide 9 - Slide

Veiligheid en preventie
  • security awareness: alert zijn en gevaar herkennen
  • veiligheid: zo weinig mogelijk risico lopen
  • preventief handelen: ongewenste situaties voorkomen

Slide 10 - Slide

Wat betekent security awareness?

Slide 11 - Open question

Handelen bij calamiteiten
Bij een calamiteit doe je altijd drie dingen:

  1. alarmeren – interne of externe hulpdiensten
  2. maatregelen nemen – afhankelijk van de situatie
  3. rapporteren – altijd vastleggen in het dienstrapport

Slide 12 - Slide

Verbindingsmiddelen 
Hulpmiddelen om te communiceren.

eenzijdig: éénrichtingsverkeer bijv. omroepinstallatie, megafoon

tweezijdig: zenden én ontvangen bijv. vaste telefoon, mobiele telefoon,                                    intercom, portofoon

Slide 13 - Slide

Verbindingsmiddelen
Etherdiscipline
je houdt je aan vaste communicatie-regels
duidelijk, kort en alleen noodzakelijke informatie

Centrale post (CP)
coördineert gesprekken
stelt prioriteiten
zorgt voor veiligheid

Slide 14 - Slide

NAVO spelalfabet 
  • Het spelalfabet wordt veel toegepast bij het spellen van persoonsnamen, straatnamen en kentekens van voertuigen. 
  • Het NAVO-spelalfabet wordt door beveiligers, maar ook internationaal gebruikt door bijvoorbeeld de krijgsmacht en in de luchtvaart.

Slide 15 - Slide

Werken in een garderobe
  • bezoekers geven jas en spullen tijdelijk af
  • goede indeling: één gangpad, twee rijen rekken
  • garderobe indelen in afdelingen
  • duidelijke regels voorkomen discussies

Slide 16 - Slide

Vooroordelen 
vooroordeel: een oordeel over iemand, alleen gebaseerd op groepskenmerken

Vooroordeel = wat je denkt over iemand, door dat groepsbeeld

Slide 17 - Slide

Gevolgen vooroordelen
  • vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie
  • discriminatie is kwetsend en pijnlijk
  • het kan zorgen voor ongelijke kansen
  • soms met ernstige gevolgen

Slide 18 - Slide

Stereotypen
  • vaste en vaak overdreven ideeën over een hele groep
  • meestal negatief bedoeld
  • mensen worden steeds met dezelfde eigenschappen gezien
  • hierdoor sta je minder open voor andere informatie

Stereotype = wat je denkt over een groep

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Discriminatie
Discriminatie begint met een vooroordeel
  • je discrimineert als je ongelijk gaat handelen
  • iemand wordt dan anders behandeld dan anderen
  • Discriminatie is verboden

bijvoorbeeld op basis van:
  • afkomst of huidskleur
  • geloof
  • geslacht
  • politieke voorkeur

Slide 21 - Slide

Positieve discriminatie
  • iemand anders behandelen is niet altijd fout
  • soms is extra hulp of aandacht nodig
  • dit gebeurt om gelijke kansen te geven

Voorbeelden van positieve discriminatie
Een leerling met dyslexie krijgt extra tijd bij een toets.
Een leerling in een rolstoel krijgt een aangepaste werkplek.
Een slechthorende leerling zit voorin de klas zodat hij beter kan volgen.

Slide 22 - Slide

Wanneer wordt een vooroordeel discriminatie?

Slide 23 - Open question

Dilemma's in de veiligheidsbranche
  • eigen veiligheid of die van anderen? → eigen veiligheid gaat altijd voor
  • gastvrijheid of veiligheid?
  • mensen of technische hulpmiddelen?
  • vrijheid inleveren voor veiligheid?

Slide 24 - Slide

Stelling:
“Eigen veiligheid is minder belangrijk dan de veiligheid van bezoekers.”

Slide 25 - Open question

Leerdoelen
  • uitleggen wat evenementbeveiliging en veiligheidszorg is
  • taken van een evenementenbeveiliger noemen
  • uitleggen wat een risicoanalyse en plannen zijn
  • uitleggen wat preventief handelen en security awareness betekenen
  • beschrijven hoe je handelt bij calamiteiten
  • het verschil uitleggen tussen vooroordelen, stereotypen en discriminatie

Slide 26 - Slide

 Theorie opdrachten lesbrief 3
Digispel
GDV
1
2-3
2-3-4
2
2-3-4
2-3-4-6
3
2-3-4
2-3-4-
4
2
2-3-4-5
5
2-3-4
2-3-4-5
6
2-3
7
2-3-4
8
2-3
Lees de tekstbronnen!! En denk aan het inleveren van je praktijkopdracht

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide