Lees mee - les 7

Lees mee - Les 7
kleuren, kleuren en nog eens kleuren
1 / 140
next
Slide 1: Slide
Alfabetisering NT2Middelbare schoolSpeciaal OnderwijsISKLeerroute a2

This lesson contains 140 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Lees mee - Les 7
kleuren, kleuren en nog eens kleuren

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Link

Kleuren, kleuren en nog eens kleuren

A De stijl van Vincent van Gogh
B Flyer
C Woordenboek

Slide 5 - Slide

Opdracht 1A
Kleuren met voeding combineren

Slide 6 - Slide

Bruin
A
chocola
B
aardbei
C
volkorenbrood
D
banaan

Slide 7 - Quiz

Geel
A
Aardbei
B
Boontjes
C
Banaan
D
Citroen

Slide 8 - Quiz

Groen
A
Sinaasappel
B
Boontjes
C
Komkommer
D
Slagroom

Slide 9 - Quiz

Oranje
A
Wortel
B
Sinaasappel
C
Tomaat
D
Suiker

Slide 10 - Quiz

Rood
A
Citroen
B
Aardbei
C
Tomaat
D
Wortel

Slide 11 - Quiz

Wit
A
Suiker
B
Slagroom
C
Citroen
D
Komkommer

Slide 12 - Quiz

Opdracht 1B
Uitdrukkingen met kleuren gebruiken

Slide 13 - Slide

1. Fiona heeft *een blauwe maandag* in de klas gezeten.

A
Heel kort
B
Je bent heel erg bleek!

Slide 14 - Quiz

2. In het centrum van de stad zijn veel *bruine* cafΓ©s.
A
schrijven...op
B
ouderwetse

Slide 15 - Quiz

3. De tuinman heeft *groene vingers*.
A
is heel goed met planten
B
maakt zich zorgen over

Slide 16 - Quiz

4. Aan het eind van de maand *staat* mijn zus meestal *rood*,
A
heeft...geen geld meer
B
maakt zich zorgen over

Slide 17 - Quiz

5. Kalim is elke dag te laat op school. De lerares krijgt *grijze haren* van hem.
A
maakt zich zorgen over
B
schrijven..op

Slide 18 - Quiz

6. Wat is er gebeurd? Je ziet zo *wit als een doek*.
A
Je bent heel erg bleek
B
ouderwetse

Slide 19 - Quiz

7. We *zetten* de afspraken *zwart op wit*.
A
is heel goed met planten
B
schrijven...op

Slide 20 - Quiz

Opdracht 2
Structuur van de tekst
Bekijk de tekst.
Lees de tekst nog niet.

Slide 21 - Slide

Bekijk de tekst van 7a. Lees de tekst nog niet.
timer
1:00

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

1. Hoeveel kopjes heeft de tekst?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 24 - Quiz

2. Op welke regel begint de tweede alinea onder het kopje 'landschappen en zelfportretten'?
A
26
B
28
C
35
D
99

Slide 25 - Quiz

3. Hoeveel regels heeft de tekst?
A
2 regels
B
10 regels
C
40 regels
D
41 regels

Slide 26 - Quiz

4. Hoeveel bronnen heeft de tekst?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 27 - Quiz

Opdracht 3
Nadenken over het onderwerp van de tekst

Slide 28 - Slide

1. Wat was het beroep van Vincent van Gogh?

Slide 29 - Open question

2. Teken jij of schilder jij weleens?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 30 - Poll

3. Heb jij een lievelingsschilderij? Of ken jij een bekend schilderij? Deel met ons!

Slide 31 - Open question

Opdracht 4
De tekst lezen zonder woordenboek

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Lees tekst 7A
Je hoeft niet elk woord te begrijpen. Gebruik geen woordenboek. Beantwoord daarna de vragen.
timer
10:00

Slide 34 - Slide

1. Lees de titel en de inleiding. Wat is het onderwerp van de tekst?
A
De stijl van Vincent van Gogh
B
Het leven van Vincent van Gogh
C
mensen die Vincent van Gogh kenden

Slide 35 - Quiz

2. Lees de tweede alinea. Wat kun je zeggen over het leven van Vincent van Gogh?
A
Hij was arm en hij had geen geluk in de liefde
B
Hij woonde lang op dezelfde plaats

Slide 36 - Quiz

3. Lees de tekst onder het kopje 'licht en kleur'. In welke plaats maakte Vincent van Gogh kennis met Japanse kunst?
A
Nuenen
B
Parijs
C
Zundert

Slide 37 - Quiz

4. Lees de tekst onder het kopje 'landschappen..'. Hoe veranderde de stijl van van Gogh in Arles?
A
veel meer kleuren in portretten
B
zelfportretten schilderen

Slide 38 - Quiz

5. In welk jaar ging Vincent van Gogh dood?
A
1890
B
2006

Slide 39 - Quiz

Opdracht 5
Oefenen met woorden

Slide 40 - Slide

Opdracht 5A
Synoniemen en omschrijvingen

Slide 41 - Slide

de schilder
wereldberoemd
uniek
de stijl
tijdens
iemand die schildert
heel erg bekend
speciaal, niet gewoon, uitzonderlijk
de werkwijze, hoe je iets doet
gedurende, terwijl iets gebeurt

Slide 42 - Drag question

het leven
weinig
bijzonder
de manier
schilderen
de tijd dat een mens, dier of plant leeft
niet veel
speciaal, niet gewoon, uitzonderlijk
de werkwijze, hoe je iets doet
gedurende, terwijl iets gebeurt

Slide 43 - Drag question

onbekend
rusteloos
arm
bijna
de geldzorgen
Niemand kent je
zonder
rust
met weinig geld
niet helemaal
problemen met geld

Slide 44 - Drag question

zelfmoord 
plegen
liefdesverdriet
kleurig
kracht
de leeftijd
Een eind aan je leven maken
wat je voelt als een ander jou niet wil
met veel kleuren
energie, sterkte
hoe oud je bent

Slide 45 - Drag question

zelfmoord 
plegen
liefdesverdriet
kleurig
kracht
de leeftijd
Een eind aan je leven maken
wat je voelt als een ander jou niet wil
met veel kleuren
energie, sterkte
hoe oud je bent

Slide 46 - Drag question

reizen
de aardappel
het schilderij
donker
somber
van de ene naar de andere plaats gaan
niet licht
donker, niet vrolijk
afbeelding gemaakt met verf
Dit eten we vaak bij groente

Slide 47 - Drag question

het portret
de boer
de kunst
de handelaar
tekenen
met potloden afbeelden op papier
iemand die koopt en verkoopt
schilderijen, beelden en tekeningen
een afbeelding van een gezicht
iemand die op een boerderij werkt

Slide 48 - Drag question

Japans
invloed hebben op
het landschap
huren 
allerlei
zorgen dat iets verandert
elke maand geld betalen voor gebruik
schilderij van een stukje land
uit Japan
verschillende

Slide 49 - Drag question

Het model
het verband
logeren
de kunstenaar
afsnijden
wit materiaal om een wond te verbinden
Iemand die poseert voor een kunstenaar
iemand die kunst maakt
slapen in het huis van iemand anders
met een mes losmaken

Slide 50 - Drag question

in de war raken
zich laten opnemen
psychiatrisch ziekenhuis
de sterrennacht
schieten
in een instelling gaan wonen
gek worden
een nacht met veel sterren
ziekenhuis voor psychisch zieken
een kogel afvuren uit een pistool

Slide 51 - Drag question

de borst
het pistool
sterven
tegenwoordig
veel geld waard zijn
duur zijn
in deze tijd, nu
doodgaan, overlijden
tussen buik en hals
iets om mee te schieten

Slide 52 - Drag question

Zinnen maken met wordwall
https://wordwall.net/resource/91624996/lees-mee-les-7-maak-een-zin

Slide 53 - Slide

Opdracht 5A zelfstandig
timer
10:00

Slide 54 - Slide

Quizlet 
Combineren of leren in quizlet (met plaatjes):
https://quizlet.com/gb/595885457/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-flash-cards/
Combineren of leren in quizlet (zonder plaatjes):
https://quizlet.com/nl/1021735415/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt



Slide 55 - Slide

Spel: vraag - vraag - ruil
Wat heb je nodig?
Kaartjes met op de voorkant een plaatje en op de achterkant het bijbehorende woord.
Zie quizlet plaatjes met woorden lees mee les 5
Hoe werkt het?
Kaartjes verdelen – Elke leerling krijgt één kaartje.
Zoek een partner – Iedereen loopt rond en zoekt een partner.
Quiz-Quiz
Leerling A laat de voorkant (het plaatje) zien. Leerling B probeert het woord te raden.
Leerling A geeft feedback en zegt het juiste antwoord als het nodig is.
Dan wisselen ze van rol. Leerling B laat zijn kaartje zien en A raadt het woord.
Trade (Wisselen) – Nadat beide leerlingen elkaar hebben gequized, ruilen ze hun kaartjes en zoeken een nieuwe partner.
Herhaal – Het spel gaat door totdat de tijd om is of iedereen veel woorden heeft geoefend.

Slide 56 - Slide

Opdracht 5B
Woordweb

Hoe meer woorden, hoe beter!

Slide 57 - Slide

Kunst

Slide 58 - Mind map

Kleuren

Slide 59 - Mind map

Opdracht 5C
voorvoegsel of achtervoegsel

Slide 60 - Slide

1. In regel 32 staat het woord 'onzeker'. Wat betekent dat?

Slide 61 - Open question

2. Het achtervoegsel -baar betekent 'je kunt'. Wat betekent: 'De schilderijen van Van Gogh zijn onbetaalbaar.'

Slide 62 - Open question

3. Welke woorden ken jij nog meer die beginnen met 'on-'?

Slide 63 - Open question

4. Welke woorden ken jij nog meer die eindigen met '-loos'?

Slide 64 - Open question

5. Welke woorden ken jij met het achtervoegsel '-baar'?

Slide 65 - Open question

5D Samengestelde woorden
samengesteld woord 
woord bestaat uit 2 delen

Slide 66 - Slide

Wat is dit?
🌎🎀

Slide 67 - Open question

wereldberoemd

wereld - beroemd
A
de
B
het
C
-

Slide 68 - Quiz

Wat is dit?
πŸ’”πŸ˜’

Slide 69 - Open question

Liefdesverdriet

liefdes - verdriet
A
de
B
het
C
-

Slide 70 - Quiz

Wat is dit?
πŸ₯”πŸ‘„

Slide 71 - Open question

aardappeleter

aardappel - eter
A
de
B
het
C
-

Slide 72 - Quiz

Slide 73 - Slide

Wat is dit?
πŸŽ¨πŸ’° of πŸ–ΌοΈπŸ’Ό

Slide 74 - Open question

kunsthandelaar

kunst - handelaar
A
de
B
het
C
-

Slide 75 - Quiz

Wat is dit?
πŸŒ€οΈπŸ”΅

Slide 76 - Open question

hemelsblauw

hemels - blauw
A
de
B
het
C
-

Slide 77 - Quiz

Wat is dit ?
🍷πŸŸ₯

Slide 78 - Open question

wijnrood

wijn - rood
A
de
B
het
C
-

Slide 79 - Quiz

Wat is dit?
πŸ§‘πŸ–ΌοΈ

Slide 80 - Open question

zelfportret

zelf - portret
A
de
B
het
C
-

Slide 81 - Quiz

Slide 82 - Slide

Wat is dit?
β¬…οΈπŸ‘‚

Slide 83 - Open question

linkeroor

linker - oor
A
de
B
het
C
-

Slide 84 - Quiz

Wat is dit?
🩺🏨

Slide 85 - Open question

ziekenhuis

zieken - huis
A
de
B
het
C
-

Slide 86 - Quiz

Wat is dit?
βœ¨πŸŒƒ

Slide 87 - Open question

sterrennacht

sterren - nacht
A
de
B
het
C
-

Slide 88 - Quiz

Slide 89 - Slide

5E Mijn nieuwe woorden

Slide 90 - Slide

Welke nieuwe woorden heb je geleerd (uit de tekst)?

Slide 91 - Mind map

Opdracht 6
Oefenen met verwijswoorden

Slide 92 - Slide

1. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 93 - Quiz

Van wie zagen maar weinig mensen hoe bijzonder zijn manier van was?

Slide 94 - Open question

2. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 95 - Quiz

Waar is zijn broer Theo kunsthandelaar?

Slide 96 - Open question

3. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie? / Wiens?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 97 - Quiz

In wiens schilderijen wordt veel licht en kleur gebruik?

Slide 98 - Open question

4. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 99 - Quiz

Welke kunst heeft veel invloed op Vincents manier van schilderen?

Slide 100 - Open question

5. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 101 - Quiz

Waar maakt hij onder meer een beroemd schilderij van een sterrennacht?

Slide 102 - Open question

6. Wat is het vraagwoord?
A
Van wie?
B
Wat?
C
Waar?
D
Welke?

Slide 103 - Quiz

Wat is evenveel als je voor een Boeing 737 betaalt?

Slide 104 - Open question

Opdracht 7
De tekst beter begrijpen

Slide 105 - Slide

Lees de tekst van 7A nog eens, nu heel precies. 
timer
5:00

Slide 106 - Slide

1. In de inleiding staat een uitleg van het woord 'stijl' in drie woorden. Schrijf deze drie woorden over.

Slide 107 - Open question

2. Lees de tweede alinea. Waarom vinden mensen van alle leeftijden de schilderijen van Van Gogh mooi?

Slide 108 - Open question

1853
1885
1886
1888
1890
Zundert
Nuenen
Parijs
Arles

Slide 109 - Drag question

1853 
Zundert
1885
Nuenen
1886
Parijs
1888
Arles
1890
Van Gogh wordt geboren.
Van Gogh schildert 'de aardappeleters'.
Van Gogh leert impressionisten en Japanse tekeningen kennen.
Van Gogh huurt atelier in Zuid-Frankrijk, maakt zelfportretten.
Van Gogh pleegt zelfmoord.

Slide 110 - Drag question

Opdracht 8
flyer
=
een papiertje met een aankondiging

Slide 111 - Slide

timer
2:00

Slide 112 - Slide

Slide 113 - Slide

1. Wat gaat er gebeuren?

Slide 114 - Open question

2. Wanneer?

Slide 115 - Open question

3. Waar?

Slide 116 - Open question

4. Wie geeft de les?

Slide 117 - Open question

5. Hoe duur is de les?

Slide 118 - Open question

Opdracht 9
Het woordenboek
=
In het woordenboek vind je informatie over woorden

Slide 119 - Slide

Slide 120 - Slide

1. Hoeveel betekenissen heeft het woord 'schilder'?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 121 - Quiz

2. Welke betekenis heeft het woord 'schilder' in tekst 7A?
A
Iemand die schilderijen maakt
B
Iemand die huizen verft

Slide 122 - Quiz

3. Welke informatie lees je over het werkwoord 'schilderen' behalve de betekenis?

Slide 123 - Open question

4. Is *schilderij* een de-woord of een het-woord?
A
de
B
het

Slide 124 - Quiz

5. Wat is het meervoud van schilderij?
A
Schilders
B
Schilderijs
C
Schilderijen
D
Schildereien

Slide 125 - Quiz

6. Staat het woord 'scheren' vΓ³Γ³r of na deze tekst in het woordenboek?
A
Voor
B
Na

Slide 126 - Quiz

7. Waar zoek je het woord 'schuur'? Voor of na deze tekst?
A
Voor
B
Na

Slide 127 - Quiz

8. Vergelijk tekst 7C met jouw eigen woordenboek. Welk woordenboek vind je duidelijker?

Slide 128 - Open question

Wat vond je van de les?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 129 - Poll

Opdracht 10
Een flyer maken

Slide 130 - Slide

Slide 131 - Slide

Opdracht 11
Nakijken, Leren en de woordentoets en woordenmixtoets

Slide 132 - Slide

Slide 133 - Slide

Slide 134 - Slide

Slide 135 - Slide

Slide 136 - Slide

Slide 137 - Slide

Slide 138 - Slide

Extra
Met plaatjes:
https://quizlet.com/nl/595885457/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-flash-cards/
Zonder plaatjes:
https://quizlet.com/nl/1021735415/lees-mee-les-7-kleuren-kleuren-en-nog-eens-kleuren-zonder-plaatjes-flash-cards/?i=2xb1kx&x=1qqt

https://create.kahoot.it/details/79dc1a7f-3aa5-4f87-be54-18bbbc5a27f6
https://create.kahoot.it/details/f0376d15-d9b8-4df9-9123-dee6e514f90b
https://dashboard.blooket.com/set/65df2edf8c990c6e94e603e8

Slide 139 - Slide

Extra oefenen: zie kruiswoordpuzzel sharepoint

Of Charlala - maak je eigen Van Gogh

Slide 140 - Slide