Taalontwikkeling

1 / 35
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

This lesson contains 35 slides, with interactive quiz, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen: Taalontwikkeling bij het jonge kind: 
Aan het eind van de les  
  • kun je in eigen woorden het belang van taal uitleggen.
  • weet je hoe de taalontwikkeling van het kind van 0 – ? jaar verloopt;
  • ken je de begrippen van de taalontwikkeling;
  • kun je voorbeelden geven bij de verschillende fases van de taalontwikkeling van het (jonge) kind;
  • weet je hoe je de taalontwikkeling kan stimuleren.










Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Taal is...
aangeboren
aangeleerd

Slide 3 - Poll

+25min. 

Slide 4 - Slide

Biologische rijping: alle kinderen beginnen pas met het produceren van taal vanaf een jaar of één, omdat de hersenen dan zo ver ontwikkeld zijn dat een kind er klaar voor is. 
Is taal aangeleerd of aangeboren?
  1. Het aangeboren taalvermogen is de basis voor het leren van regels van de eigen moedertaal. Het verwerven van taal gaat dan ook 'vanzelf’.
  2. Ieder kind over de hele wereld leert een moedertaal (de meeste kinderen zelfs meer dan één tegelijk), en alle kinderen beheersen die taal als ze ongeveer vier jaar zijn. Je leert ook op latere leeftijd nog nieuwe woorden en uitdrukkingen, maar de basis van de taal wordt gelegd in de eerste levensjaren.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Functie van taal
  • De communicatie of sociale taalfunctie
  • Met de conceptualiseren of cognitieve taalfunctie
  • De expressieve functie van taal



Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld: Een leerling ................
die te laat binnen komt rennen, vertelt dat zijn wekker niet afging (conceptualisering), dat hij het erg vervelend vindt dat hij nu te laat is (expressie) en dat hij daar spijt van heeft (communicatie).

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Taalontwikkeling (jonge) kind



Praten met kinderen doe je natuurlijk door in te spelen op hun taalontwikkeling.
Hoe zat dat ook alweer?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Overzicht taalontwikkeling
0-1 jaar
klanken en brabbelen
1 - 2.5 jaar
De eerste woordjes
2,5 - 5 jaar
praten met andere 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

taalontwikkeling

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Taalontwikkeling


     Veel praten en voorlezen stimuleert de taalontwikkeling  
                         van baby's peuters en kleuters

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Filmpje: KO / BSO: Ludens Groeimeter - Praten en uitleggen (item 7) (2.48 min)
KIJKVRAAG: 
Wat voor tips worden er gegeven?


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Actieve en Passieve woordensc
Passieve woordenschat
Kan betekenis geven aan het woord wanneer hij het hoort of leest.

Actieve woordenschat
Het kind beheerst het woord en kan het zelf spreken of schrijven.


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Jong kind: 2,5 tot 5 jaar
Kleuters maken fouten bij het formuleren van een zin, dit is ook normaal want zij zijn aan het leren. Kleuters zijn bezig met hun taalontwikkeling en bouwen hun basiswoordenschat uit, dit bestaat uit de woorden die het meest voorkomen in het dagelijks gebruik.

Als PM'er ben je een taalmodel voor kinderen, probeer altijd op te letten wanneer je praat tegen kinderen met de woorden en zinnen die je dan gebruikt.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Praten met anderen: 2,5 tot 5 jaar
In deze leeftijdsfase gebruiken kinderen 3-woordzinnen dus bijvoorbeeld: mama eet soep.

Kinderen vanaf deze leeftijd leren nu ook vervoegingen, meervoud en verkleinwoorden te gebruiken. 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Zinnen maken
Een deel van de hersenen zijn voorgeprogrammeerd om taal te leren, het lijkt een aangeboren taalbegrip.
Als een kind bijvoorbeeld ergens naar wijst en een vuist maakt met zijn handen, dan wilt het kind dat speelgoedje bijvoorbeeld graag hebben.

Metalinguïstisch bewustzijn: Over taal kunnen nadenken.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Prietpraat 
  • 'Werken daar twee Hansen?' - In de tweedehandswinkel
  • 'Kijk mam, daar loopt een robot!'
  • Met zonder jas naar buiten gaan
  • 'Mama, wil je de pizza door de half snijden?'

Iemand een ander leuk voorbeeld?
Voorbeeld - overgeneralisatie

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vraag: Hoe kun jij op speelse wijze kinderen het alfabet aanleren?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Functie van de taalontwikkeling
Als je aan ouders vraagt waarom ze het lezen bij hun kind stimuleren, noemen ze vaak dit: 
Het effect van lezen op de taalontwikkeling

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Taalontwikkeling
Voorlezen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Voorlezen 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Herkennen van de fase
Beluister de geluidsfragmenten/ filmpjes.

  • In welke fase bevindt dit kind zich? 
  • Waar kun je dit aan herkennen?  volgende dia's.



Kind 1 - Mia
Kind 6 - Eef
Kind 2 - IJs
Kind 3 - Siem
Kind 4 - Juul
Kind 5 - Demy

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Slide

Vocaliseren (6 weken): https://www.youtube.com/watch?v=0VVy5ZlCPv4​
Vocaal spel (vier maanden): https://www.youtube.com/watch?v=69pNCO8ILhw​
Brabbelen (zeven maanden): https://www.youtube.com/watch?v=1Yb2589uKjM

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

grotendeels kleuterfase

Slide 29 - Slide

-> Kinderen leren dat woorden van vorm kunnen veranderen en dat die vormverandering ook echt wat betekent. 
-> Ze kunnen taal los gebruiken van een concrete context en spreken over zaken die niet in hun directe omgeving voorkomen. 

Explosieve ontwikkeling waarin verworven aspecten worden uitgebouwd en verfijnd en nieuwe aspecten aan bod komen.
Combineren van woordkennis, volgorde -> regels ontdekken.

Pragmatische vaardigheden: sociale situatie en context (taalgebruiksregels)

Foto: pragmatische vaardigheden: contact maken met elkaar. 
 -> Veel wat kinderen hangt met elkaar samen. Als kinderen nog geen tijdsbesef hebben, leren ze ook de verleden tijd niet. 
timer
5:00
Zoek de betekenissen van bovenstaande begrippen op en bedenk per begrip minimaal 1 voorbeeld. 

Slide 30 - Slide

+100min. 

Substitutie – Mag Hester (i.p.v. Ik) ook meedoen?
Omissie – Ik wil af de stoel!/ Ik wil speeltuin toe
Inversie – Ik poppen spelen
Additie – Hé, mijn koekje is weg verdwenen!
Overgeneralisatie – Ik liepte
Overextentie - Dit benoemen heeft een belangrijke functie. Zo zullen kinderen in het begin alle oudere heren ‘opa’ kunnen noemen en alle viervoeters ‘koe’. Dit wordt ‘overextensie’ genoemd. Winkelmandje - auto
Onderextensie kan ook voorkomen. In dit geval wil het kind bijvoorbeeld alleen de eigen beer als ‘beer’ benoemen.

Slide 31 - Slide

  • Kwantitatief: Geef uitleg over verschil passief en actief.
  • Kwalitatief (morfologische ontwikkeling): gebruik meervoudsvormen, verkleinwoorden, verbuiging bijvoeglijke naamwoorden en vervoeging werkwoorden.

Slide 32 - Slide

Niet veel nieuwe dingen -> processen die in vorige fases begonnen zijn, worden nu verder uitgebouwd. 

Woordenschat (5-6jaar): 
  • 3000-4000 woorden (actief)
  • 6000-8000 woorden (passief)
--> volwassenen: 50.000 - 100.000

Slide 33 - Slide

Metalinguïstiek: kind in staat om taalgrapjes te maken: welk dier kan hoger springen dan een huis? Geen enkel, want een huis kan niet springen.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Taalontwikkeling

Slide 35 - Slide

This item has no instructions