Oefentoets SO 1

Oefentoets SO 1
Dit is een oefentoets. Je maakt deze toets in stilte voor jezelf. 
Je mag je boek en je aantekeningen erbij houden.
Aan de hand van deze toets kan ik zien wat jij nog nodig hebt.
Als je klaar bent met de toets ga je de woordenlijst overschrijven, een mindmap of flitskaarten maken voor jezelf. 
1 / 19
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Oefentoets SO 1
Dit is een oefentoets. Je maakt deze toets in stilte voor jezelf. 
Je mag je boek en je aantekeningen erbij houden.
Aan de hand van deze toets kan ik zien wat jij nog nodig hebt.
Als je klaar bent met de toets ga je de woordenlijst overschrijven, een mindmap of flitskaarten maken voor jezelf. 

Slide 1 - Slide

Vervoeg in de presente perfecto.
(Nosotros, estar)………..en casa de mi tío.

Slide 2 - Open question

Vervoeg in de presente perfecto:
(Tú, saber) …..….la respuesta correcta.

Slide 3 - Open question

Vervoeg in de presente perfecto:(Vosotros, hablar)…………..……con vuestros amigos.

Slide 4 - Open question

Vervoeg in de presente perfecto:
(Ella, poner)……………………………..mi mochila en el suelo.

Slide 5 - Open question

Vervoeg in de presente perfecto:
Esta mañana (Yo, escribir) ………..una carta a mi profesor favorito.

Slide 6 - Open question

Vervoeg in de presente perfecto:
Yo (hacer)_____mis deberes.

Slide 7 - Open question

Zet in de presente perfecto.
Ik heb gegeten.

Slide 8 - Open question

Zet in de presente perfecto.
Wij zijn teruggegaan.

Slide 9 - Open question

Zet in de presente perfecto.
Jij hebt leren kennen.

Slide 10 - Open question

Zet in de presente perfecto.
Hij heeft geopend.

Slide 11 - Open question

Zet in de presente perfecto.
Zij hebben geopend.

Slide 12 - Open question

He
Has
Ha
Hemos
Habéis
Han
ellos/ellas/ustedes
Nosotros
yo
vosotros
él/ella/usted

Slide 13 - Drag question

Visto
abierto
escrito
dicho
roto
hecho
puesto
vuelto
hacer
volver
romper
escribir
ver
poner
abrir
decir

Slide 14 - Drag question

Welk woord past in de zin?
Mañana vamos a______.
A
el verano
B
la playa
C
poner
D
bienvenido

Slide 15 - Quiz

Welk woord past in de zin?
Me gusta____en el mar.
A
hacer surf
B
visitar
C
auguantar
D
la pared

Slide 16 - Quiz

Welk woord past in de zin?
Me llamo Kim, mi_______es Druijf.
A
genial
B
verano
C
aburrida
D
apellido

Slide 17 - Quiz

Welk woord past in de zin?
Voy a____una carta a mi abuela.
A
escribir
B
llover
C
dormir
D
buscar

Slide 18 - Quiz

Tekst
la estrella
la iglesia
la tienda
reír
dormir
llover
la camiseta
la puesta del sol

Slide 19 - Drag question