2: Voedingsmiddelen en voedingsstoffen

BS 2: Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
1 / 39
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

BS 2: Voedingsmiddelen en voedingsstoffen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je noemt de functies van voedingsstoffen en voedingsvezel in voedingsmiddelen.
  • Je noemt zes groepen voedingsstoffen met hun functies en kenmerken. 

Slide 2 - Slide

Herhaling paragraaf 1
Wat weet je nog?

Ga naar LessonUp

Slide 3 - Slide

welke manier van conserveren zie je hier?
A
geen
B
luchtdicht verpakken
C
gasverpakken
D
met conserveermiddelen

Slide 4 - Quiz

Welke manier van conserveren zie je hier?
Deze melk staat buiten de koeling
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken

Slide 5 - Quiz

Welke manier van conserveren zie je hier?
A
Drogen
B
Steriliseren
C
Pasteuriseren
D
luchtdicht verpakken

Slide 6 - Quiz

Waarom kan ik deze
worst buiten de
koelkast bewaren?
A
Hij is gepasteuriseerd
B
Hij is gedroogd
C
Hij is luchtdicht verpakt
D
Hij zit in een conserveringsmiddel

Slide 7 - Quiz

Wat is conserveren?
A
Omstandigheden ongunstig maken voor schimmels en bacteriën
B
Het vermeerderen van schimmels en bacteriën
C
Voedsel opeten
D
Omstandigheden gunstig maken voor schimmels en bacteriën

Slide 8 - Quiz

Hoe werken enzymen?
1. Het enzym bindt aan een voedingsstof
2. Het enzym knipt het voedingsstof in 2en
3. Het enzym laat los

Slide 9 - Slide

Enzymactiviteit
De enzymactiviteit is de snelheid
waarmee de enzymen werken. 
Dit is afhankelijk van 
- temperatuur
- zuurgraad
Hierbij hoort een optimumkromme met een minimum, een maximum en een optimum

Slide 10 - Slide

Paragraaf 2
Voedingsmiddelen en voedingsstoffen 

Slide 11 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kun je:
De functies van voedingsstoffen en voedingsvezels in voedingsmiddelen noemen.
Zes groepen voedingsstoffen met hun functies en kenmerken noemen.

Slide 12 - Slide

Voeding
Voedingsmiddel:
  • Alles wat je eet en drinkt. (plantaardig-dierlijk)
Voedingsstof:
  • Bruikbare bestanddelen in voedingsmiddelen.
Voedingsvezel:
  • Onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel.

Slide 13 - Slide

Welk voedingsmiddelen zie je hier?

Slide 14 - Open question

Dierlijke voedingsmiddelen
Plantaardige voedingsmiddelen

Slide 15 - Drag question

Voedingsvezels
Veel plantaardige voedingsmiddelen bevatten voedingsvezels.
Dit zijn onverteerbare stoffen uit planten.
Ze stimuleren de darmwerking.

Slide 16 - Slide

Voedingsstoffen
Voedingsmiddelen bevatten voedingsstoffen

Slide 17 - Slide

Functies van voedingsstoffen

  • Bouwstoffen (vorming van cellen en weefsel bij groei, ontwikkeling en herstel van het lichaam)
  • Brandstoffen (voor energie)( beweging, lichaamstemperatuur, groei, ontwikkeling en herstel.)
  • Reservestoffen (bijv. vetreserve)
  • Beschermende stoffen (tegen ziektes)

Slide 18 - Slide

Wat is een voedingsstof?
A
Alles wat je eet en drinkt
B
Bruikbare bestanddelen in voedingsmiddelen
C
Onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel
D
Enzymen

Slide 19 - Quiz

Waar hebben we voedingsstoffen voor nodig?

Slide 20 - Mind map

Wat is geen voedingsstof?
A
Koolhydraat
B
Water
C
Mineralen
D
Vezels

Slide 21 - Quiz

Eiwitten
  • Bouwstof
  • Brandstof
Bv voor vorming cytoplasma

Voorbeelden van voedingsmiddelen
Kaas - Tofu - Vlees - Ei - Vis



Slide 22 - Slide

Noem een voedingsmiddel waar veel eiwitten in zitten.
A
Kipfilet
B
Appel
C
Spinazie
D
Olijfolie

Slide 23 - Quiz

Koolhydraten
  • Bouwstof
  • Brandstof
  • Reservestof
O.a. glucose, suiker, zetmeel

Voorbeelden van voedingsmiddelen. Veelal plantaardig. 
  • Pasta - Rijst - Brood


Slide 24 - Slide

Noem een voedingsmiddel waar veel koolhydraten in zitten.
A
Kipfilet
B
Aardappel
C
Spinazie
D
Olijfolie

Slide 25 - Quiz

Enkelvoudige koolhydraten
Meervoudige koolhydraten

Slide 26 - Slide

Sleep het juiste antwoorden naar 'Koolhydraten'
Koolhydraten
    Bouwstof
     Brandstof
  Reserve stof
  Beschermende 
             stof

Slide 27 - Drag question

Vetten
  • Bouwstof
  • Brandstof
  • Reservestof

Meer vet eten dan nodig --> opslag in onderhuids bindweefsel = dikker worden.




Slide 28 - Slide

Vetten
Onverzadigde (bouwstof) en verzadigde vetten (brandstof) 
Gezonde, vloeibare, plantaardige vetten
niet gezond, harde, dierlijke vetten

Slide 29 - Slide

Karin zegt: Verzadigde vetten zijn gezonder dan onverzadigde vetten
Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 30 - Quiz

Water
Water is een bouwstof

Organismen bestaan voor het grootste deel uit water. Het lichaam van een volwassene bestaat voor ongeveer 55 tot 65% uit water.


Slide 31 - Slide

Hoe raak je water kwijt uit je lichaam?

Slide 32 - Open question

Mineralen
Bouwstoffen  Beschermstoffen

Zout, calcium (kalk), ijzer, fluoride. 
Dit zit al in onze voeding. Niet extra nodig. 

Slide 33 - Slide

Wat zijn de functies van mineralen?
A
Brandstof en beschermende stof
B
Bouwstof en reservestof
C
Beschermende stof en bouwstof
D
Reserverstof en brandstof

Slide 34 - Quiz

VITAMINES
  • Bouwstoffen
  • Beschermende stoffen 
  • Belangrijke vitamines: A, B, C, D, E en K. 

Slide 35 - Slide

Vitamine is een
A
Voedingsmiddel
B
Voedingsstof

Slide 36 - Quiz

Aan de slag
Opdracht 1 t/m 7
Opdr 4 hoeft niet
H12.2

Slide 37 - Slide

Welke 6 voedingsstoffen hebben we vandaag besproken?

Slide 38 - Open question

Wat hebben we geleerd?
  • Welke 4 functies voedingsstoffen kunnen hebben
  • Welke twee soorten koolhydraten er zijn en wat het verschil hiertussen is. 
  • Welke functie(s) eiwitten hebben. 
  • Welke twee soorten vetten er zijn en wat het verschil hiertussen is. 

Slide 39 - Slide