Transport bij mens en plant (Biologie vwo), les 2: Examentraining

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Examentraining

Transport bij mens en plant: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: een drukgrafiek van de hartcyclus lezen, rekenen met volumes en drukken, een schema van de embryonale bloedsomloop lezen en een ringelproef bij planten beoordelen. Elk met uitleg en twee vragen in examenstijl, met eigen grafieken en schema's.

Items in this lesson

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Examentraining

Transport bij mens en plant: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: melvil / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een grafiek, schema of proef over bloedsomloop en plantentransport de juiste stappen volgen en mijn antwoord onderbouwen.

This item has no instructions

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een grafiek, een schema, een tabel of een proefopzet?

  • 2. Zoek: over welk onderdeel gaat het: hart, vaten, bloed, lymfe of plant?

  • 3. Koppel: verbind de gegevens aan het begrip (klep, druk, bast, hout) en lees waarden precies af.

  • 4. Schrijf: geef een kort antwoord met het juiste begrip en onderbouw het met een gegeven uit de bron.

This item has no instructions

Het hart met kleppen en prikkelgeleiding (schema)

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Vraagtype 1: drukgrafiek van het hart

  • Lees eerst de assen: tijd in seconden en druk in mm Hg.

  • Een klep opent of sluit waar twee drukkrommen elkaar kruisen of van elkaar wegbuigen.

  • Is de druk in de kamer hoger dan in de boezem, dan is de klep tussen boezem en kamer dicht.

  • Is de druk in de kamer hoger dan in de aorta, dan staat de uitgangsklep open.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

Wanneer sluit de klep tussen boezem en kamer?

A

0,15 s

B

0,10 s

C

0,35 s

D

0,45 s

Bij 0,10 s stijgt de druk in de kamer boven die in de boezem: de klep tussen boezem en kamer sluit. Bij 0,15 s opent de uitgangsklep (kamerdruk gelijk aan aortadruk), bij 0,35 s sluit die weer en bij 0,45 s opent de klep tussen boezem en kamer. Verwachte fout: 0,15 s kiezen. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Wat is de bovendruk in de aorta?

A

126 mm Hg

B

110 mm Hg

C

120 mm Hg

D

80 mm Hg

De hoogste druk in de aorta is 120 mm Hg (bij 0,25 s). 126 mm Hg is het hoogste punt van de kamerdruk, 80 mm Hg is de onderdruk. Verwachte fout: de kamerdruk aflezen. Image credit: Eigen schema, LessonUp

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Vraagtype 2: rekenen met drukken en volumes

  • Schrijf de gegevens met eenheid op en controleer of de eenheden bij elkaar passen.

  • Bloedvolume per minuut: slagvolume keer hartslagfrequentie.

  • Netto druk in een haarvat: filtratiedruk min colloïd-osmotische druk.

  • Is het verschil positief, dan gaat vocht naar buiten; is het negatief, dan gaat vocht naar binnen.

This item has no instructions

Slagvolume 90 mL, 60 slagen/min. mL per min?

Antwoord: 5400 mL per minuut (60 x 90 = 5400). Verwachte fout: 150 (optellen) of 540 (een nul vergeten).

Wat is de netto druk aan het eind van het haarvat?

A

10 mm Hg naar binnen

B

10 mm Hg naar buiten

C

40 mm Hg naar binnen

D

15 mm Hg naar buiten

Aan het eind is de filtratiedruk 15 en de colloïd-osmotische druk 25 mm Hg: 15 min 25 is min 10. De netto druk is dus 10 mm Hg naar binnen. Verwachte fout: het verschil goed uitrekenen maar de richting omdraaien. Image credit: Eigen schema, LessonUp

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Vraagtype 3: schema van het embryo

  • Lees bij elk schema eerst wat de pijlen aangeven: de richting van de bloedstroom.

  • Zoek de placenta: vaten naar de placenta toe en ervan af hebben een eigen naam.

  • Het foramen ovale loopt van boezem naar boezem; de ductus Botalli verbindt de kamer met de aorta.

  • Denk aan de functie: het bloed omzeilt de longen.

This item has no instructions

Welke letter geeft de ductus Botalli aan?

A

Letter A

B

Letter D

C

Letter B

D

Letter C

D is de verbinding van de rechterkamer (longslagader) met de aorta: de ductus Botalli. A is de navelstrengader, B zijn de navelstrengslagaders, C is het foramen ovale. Verwachte fout: C kiezen, omdat ook dat een omweg langs de longen is. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welke letter geeft de navelstrengader aan?

A

Letter B

B

Letter C

C

Letter D

D

Letter A

A voert bloed van de placenta naar het hart van het embryo. B voert bloed juist naar de placenta toe. Verwachte fout: B kiezen, omdat het bij de placenta hoort. Image credit: Eigen schema, LessonUp

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Vraagtype 4: onderzoek bij planten

  • Zoek eerst wat er is veranderd (een ring schors en bast weg) en wat er is gemeten.

  • Bij ringelen blijft het hout heel: de houtvaten werken dus door.

  • Vergelijk de waarden voor en na de ingreep, boven en onder de ring.

  • Trek alleen een conclusie die de gegevens laten zien.

This item has no instructions

Hoe vervoert de boom suiker volgens de proef?

A

Omlaag door de bast

B

Omlaag door het hout

C

Alleen omhoog door de bast

D

Omhoog door het hout

Na twee weken is het suikergehalte boven de ring gestegen (50 naar 80) en eronder gedaald (50 naar 20): de suiker kan de ring niet voorbij, dus de suiker gaat via de bast omlaag. Verwachte fout: kiezen voor het hout, omdat dat bij de ring heel blijft. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Waarom blijven de bladeren boven de ring weken groen?

A

De bastvaten vervoeren water

B

De worteldruk is toegenomen

C

De houtvaten zijn nog heel

D

De suiker blijft in de bladeren

Bij ringelen blijft het hout intact, dus de anorganische sapstroom gaat door. De bladeren krijgen water en blijven een tijd groen; op termijn sterven de wortels, omdat ze geen suiker meer krijgen. Verwachte fout: denken dat de bast het water vervoert. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Drukgrafiek van het hart

2

Rekenen met drukken en volumes

3

Schema van het embryo

4

Onderzoek bij planten

Bespreek het gekozen vraagtype na met een voorbeeld uit de les.

TRANSPORT · MENS EN PLANT

Tips voor op het examen

  • Lees bij een drukgrafiek eerst de assen en zoek de kruispunten van de krommen: daar gaat een klep open of dicht.

  • Reken met eenheden en controleer de richting bij een netto druk: positief is naar buiten, negatief is naar binnen.

  • Slagader en ader gaan over de richting van de stroom, niet over zuurstof.

  • Hout vervoert water omhoog, bast vervoert suiker omhoog en omlaag.

This item has no instructions