Brandwonden

Brandwonden
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EHBOMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Brandwonden

Slide 1 - Slide

Wat weet je al van
brandwonden?

Slide 2 - Mind map

Aan het einde van deze les...
  • Kun je verschillende soorten brandwonden herkennen
  • Kun je kenmerken van een eerste, tweede én derdegraads brandwond benoemen
  • Weet je hoe je iemand met een brandwond kunt helpen

Slide 3 - Slide

Eerstegraads brandwonden
  • Pijnlijk
  • Huid is rood en dikker dan normaal

Slide 4 - Slide

Eerst water, de rest komt later!
  • Lauw, zachtstromend water (niet direct op de wond)

Wat zou je doen als er geen kraan in de buurt is?

Slide 5 - Slide

  • Koelen met lauw, zachtstromend water
  • Tijdens het koelen kun je de sieraden af doen
  • Alleen kleding verwijderen die niet vastgeplakt zit
  • Kleding die vastgeplakt zit moet je nat houden
  • Het slachtoffer geruststellen
Wat moet je altijd doen?

Slide 6 - Slide

Tweedegraads brandwonden
  • Zeer pijnlijk
  • Huid is rood en dikker dan normal
  • Er ontstaan blaren met geel vocht

Wat zou je doen bij een tweedegraads brandwond?

Slide 7 - Slide

  • Koelen, 15 minuten
  • De brandwond eventueel osjes afdekken 
  • Slachtoffer naar de huisarts brengen

Let op! 
De blaren mag je niet doorprikken!
Wat te doen bij een 
tweedegraads brandwond:

Slide 8 - Slide

Derdegraads brandwond
  • Geen pijn, de zenuwen zijn verbrand
  • Huid om de wond heen is wel pijnlijk
  • Vuur? -> zwarte huid
  • Water? -> grijze / witte huid

Slide 9 - Slide

  • Koelen, 15 minuten
  • De brandwond losjes afdekken
  • Slachtoffer naar de huisarts brengen

Wat doen bij een 
derdegraads brandwond:

Slide 10 - Slide

Brandwonden
1e graads
2e graads
3e graads
Pijnlijk, rood, droog
Pijnlijk, rood, nat, blaren
Niet pijnlijk, wit of zwart, droog, 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Opdracht
Maak opdracht 1 en 2 op bladzijde 22 in je boekje.
Gebruik bladzijde 21 voor de informatie

Slide 13 - Slide

Oefenen

Maak een groepje van 3
Oefen rustig de stabiele zijligging
1 iemand is slachtoffer, 1 iemand is hulpverlener en 1 iemand verteld de stappen. Daarna wisselen

Slide 14 - Slide

Waaraan herken je een eerstegraads brandwond?
A
De huid is rood en dik en het doet pijn
B
Er zijn blaren met geel vocht
C
De huid is zwart en doet heel veel pijn
D
het slachtoffer voelt geen pijn

Slide 15 - Quiz

Wat doe je bij een eerstegraads brandwond?
A
Je koelt het met ijs
B
Je plakt de brandwond af met huishoudfolie
C
Je koelt het onder lauw, zacht stromend water
D
Je brengt het slachtoffer naar het ziekenhuis

Slide 16 - Quiz

Welke soort brandwond doet het meeste pijn?
A
De eerstegraads brandwonden
B
De tweedegraads brandwonden
C
De derdegraads brandwonden

Slide 17 - Quiz

Wat mag je absoluut niet doen bij een tweedegraads brandwond?
A
Koelen met lauw water
B
De blaren door prikken
C
Afdekken met huishoudfolie
D
De sieraden af doen

Slide 18 - Quiz

Wat doe je als iemand een brandwond krijgt maar er geen kraan in de buurt is?
A
Dan doe je niks en wacht je tot de pijn weg gaat
B
Dan zoek je een andere waterbron, zoals een sloot
C
Dan blijf je zoeken tot je een kraan hebt gevonden

Slide 19 - Quiz