TaalCompleet A2 les 2.11

TaalCompleet A2 les 2.11
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

TaalCompleet A2 les 2.11

Slide 1 - Slide

Bespreek samen
Geef jij weleens een feest? Wanneer?

Als mensen trouwen, geven ze vaak een feest. Dat heet een bruiloft

--> Ben je weleens op een Nederlandse bruiloft geweest? 
--> Is een Nederlandse bruiloft anders dan een bruiloft in jouw land? 
--> Wat is anders?

Slide 2 - Slide

Opdracht 97. Lees de tekst
de kaartjes                               bijzonder
beste                                           de reden
uitnodigen                                verrassen
zaal                                               reserveren
sparen (voor)                           Lieve ...,
ontvangen                                Liefs,
bedanken                                  de kus
geef een feest

Slide 3 - Slide

Opdracht 98. 1
Waarom geven Pieter en Chantal een feest?

Slide 4 - Open question

Opdracht 98.
2. Wanneer en hoe laat is het feest?

Slide 5 - Open question

Opdracht 98.
3. Waar is het feest?

Slide 6 - Open question

Opdracht 98.
4. Waarom kan Eva niet naar het feest komen?

Slide 7 - Open question

Maak opdracht 99 / 100 / 101
timer
3:00

Slide 8 - Slide

Opdracht 98.
5. Waar gaat de familie van Jan zijn verjaardag vieren?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Slide

102. Waar ligt de klemtoon?
2.
A
ver
B
ras
C
sen

Slide 11 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
3.
A
bij
B
zon
C
der

Slide 12 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
4.
A
bes
B
te

Slide 13 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
5.
A
re
B
den

Slide 14 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
6.
A
uit
B
no
C
di
D
gen

Slide 15 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
7.
A
be
B
dan
C
ken

Slide 16 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
8.
A
ont
B
van
C
gen

Slide 17 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
9.
A
re
B
ser
C
ve
D
ren

Slide 18 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
10.
A
kaart
B
je

Slide 19 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
11.
A
lie
B
ve

Slide 20 - Quiz

102. Waar ligt de klemtoon?
12.
A
spa
B
ren

Slide 21 - Quiz

Maak opdracht 103
timer
1:30

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

104.
1. Je vriendin viert haar verjaardag. Wat doe je? (een kaartje)

Slide 24 - Open question

104.
2. Je gaat trouwen. Wat moet je doen? (een zaal)

Slide 25 - Open question

104.
3. Je krijgt honderd euro. Wat doe je? (sparen voor)

Slide 26 - Open question

104.
4. Je houdt veel van je moeder. Wat doe je? (een kus)

Slide 27 - Open question

104.
5. Je wilt eten in een restaurant. Wat moet je doen? (reserveren)

Slide 28 - Open question

104.
6. Je wordt veertig. Wat doe je? (een feest geven)

Slide 29 - Open question

104.
7. Je beste vriend is jarig. Wat doe je? (verrassen)

Slide 30 - Open question

104.
8. Je krijgt een uitnodiging voor een feest van je buurman. Wat doe je? (bedanken)

Slide 31 - Open question

Maak opdracht 105 & 106
timer
5:00

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

107.
Maak werkblad 2.11 achter in je boek.  blz. 328

Je gaat een e-mail schrijven. 

Slide 34 - Slide