Basis Gehandicaptenzorg 3e bijeenkomst

Basis Gehandicaptenzorg
4e bijeenkomst
1 / 41
next
Slide 1: Slide
Mensen met een lichamelijke en verstandelijke beperkingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Basis Gehandicaptenzorg
4e bijeenkomst

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Doelen
Aan het einde van deze bijeenkomst heb je....
.... de kenmerken rondom een stoornis, beperking of handicap;
....weet jij de verschillende niveaus van functioneren i.c.m. de ontwikkelleeftijden;
....kun jij toelichten wat Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) is en wat hiervan de oorzaken van zijn;

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Stoornis, beperking, handicap
Stoornis = als een orgaan of lichaamsfunctie ontbreekt, afwijkingen vertoont, of beschadigd is. 

Beperking = de moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten. Een beperking kan het gevolg zijn van een stoornis. 

Handicap = een nadelige positie van iemand met een beperking in de maatschappij. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Stoornis 
- Afwijking in, of verlies van, functies of anatomische eigenschappen

- Een stoornis is altijd objectief: een bevoegde arts of psycholoog kan het vaststellen.

- Ze kunnen verergeren, verbeteren en stabiel blijven. Ze kunnen af en toe optreden maar ook voortdurend aanwezig zijn. 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden van stoornissen
- Intellectuele en andere psychologische stoornissen
      o Autisme                                         o Bipolaire stoornis
      o Depressie                                     o  ADHD
      o Persoonlijkheidsstoornis 

- Stem, spraak en taalstoornissen
- Gehoor – en evenwichtsstoornissen
- Gezichtsstoornissen
- Stoornissen in het bewegen
- Huid – en gevoelsstoornissen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Een beperking kan geen gevolg zijn van een stoornis.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Beperking
= de moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten. Een beperking kan het gevolg zijn van een stoornis.  

Op het gebied van:  
- leren en toepassen van kennis                          - zelfverzorging 
- communicatie                                                           - huishouden 
- mobiliteit                                                                      - communicatie en relaties 
- maatschappelijk leven 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Noem hulpmiddelen bij een beperking.

Slide 8 - Mind map


- Auditieve en visuele hulpmiddelen (bril, leesloep, hoorapparaat)
- Orthesen (beugels, spalken, steunzolen)
- Aanpassingen in – en aan de woning
- Hulpmiddelen voor de mobiliteit (looprek, rolstoel)
- Hulpmiddelen voor het aanbieden en structureren van informatie (picto’s, agenda met plaatjes)

Verschillende niveaus

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

De oorzaak van zwakbegaafdheid

De oorzaak van zwakbegaafdheid ligt in de hersenen.
Dit kan worden veroorzaakt door een fout in de aanleg al voor de geboorte van een kind, maar kan ook worden veroorzaakt door een beschadiging.










Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn volgens jou oorzaken? Denk hierbij aan voor de geboorte, tijdens de geboorte en na de geboorte.

Slide 12 - Mind map

This item has no instructions

Oorzaken
Oorzaken voor de geboorte:
Genetische aanleg, o.a. chromosomale afwijking zoals syndroom van Down.
Infecties bij moeder tijdens zwangerschap, zoals hersenvliesontsteking
Blootstelling aan (voor de baby) giftige stoffen tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld alcoholgebruik door moeder
Tijdens de geboorte: Zuurstoftekort, Bloeding
Oorzaken na de geboorte: Infecties, zoals hersenvliesontsteking
Binnen krijgen van giftige stoffen
Hersenletsel veroorzaakt door een ongeluk
Problemen die samengaan met zwakbegaafdheid

Kans op overvraging door omgeving.

Slide 13 - Slide

jdens de geboorte: Zuurstoftekort, Bloeding
Oorzaken na de geboorte: Infecties, zoals hersenvliesontsteking
Binnen krijgen van giftige stoffen
Hersenletsel veroorzaakt door een ongeluk
Problemen die samengaan met zwakbegaafdheid
Kinderen die zwakbegaafd zijn worden vaak thuis of op school overvraagd. Mensen verwachten dingen van hun, die zij met hun intelligentie helemaal niet aankunnen.
Doordat ze overvraagd worden kunnen allerlei emotionele- en gedragsproblemen ontstaan. Wanneer het kind op het juiste niveau wordt aangesproken verdwijnen deze problemen vaak weer.
Gedragsproblemen bij zwakbegaafdheid

 - beweeglijkheid
- concentratie
- impulsiviteit 
- koppigheid
- agressie

Het kan zo zijn dat door de lagere intelligentie het normbesef van het kind zwak is. 
  

Slide 14 - Slide

Het kind kan dan minder goed onderscheid maken tussen wat goed is of slecht is om te doen.
Emotionele en sociale problemen: Het komt ook veel voor dat zwakbegaafde kinderen tegen emotionele en sociale problemen oplopen. Het kan zijn dat een zwakbegaafd kind in de loop van zijn of haar ontwikkeling steeds meer sociale aansluiting vindt bij zijn ‘slimmere’ leeftijdsgenootjes.
Vaak zijn zwakbegaafde kinderen zeer beïnvloedbaar, als het kind ‘verkeerde’ vrienden krijgt kan het zijn dat zij dit gaan uitbuiten door het kind bijvoorbeeld te gaan pesten.
Daarnaast bestaat er ook de kans dat het kind crimineel gedrag gaat vertonen. Doordat ze vaak beïnvloedbaar zijn en een zwak normbesef hebben lopen zij hier een groter risico op. problemen krijgt, doordat het kind steeds minder
Zwakbegaafde kinderen zijn veelal sterk beïnvloedbaar?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Licht verstandelijke beperking
- aanzienlijke beperkingen op het gebied van cognitieve ontwikkeling en adaptieve vaardigheden (ook wel (sociaal) aanpassingsvermogen genoemd).

Iemand heeft aanzienlijke beperkingen als hij niet voldoet aan dat wat gezien zijn leeftijd en zijn cultuur verwacht wordt.

Cognitieve ontwikkeling
 IQ-score op een score tussen de 50 en 70.




Slide 16 - Slide

Iemand heeft een licht verstandelijke beperking (LVB) als hij aanzienlijke beperkingen heeft op het gebied van cognitieve ontwikkeling en adaptieve vaardigheden (ook wel (sociaal) aanpassingsvermogen genoemd).
Iemand heeft aanzienlijke beperkingen als hij niet voldoet aan dat wat gezien zijn leeftijd en zijn cultuur verwacht wordt.
Cognitieve ontwikkeling
Een licht verstandelijke beperking uit zich qua IQ-score op een score tussen de 50 en 70.
IQ-score bij LVB op een score tussen de 50 en 70.
A
35-50
B
50-70
C
20-35
D
70-85

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Vervolg kenmerken LVB
Moeite met adaptieve vaardigheden
Onder adaptieve vaardigheden vallen:
- Conceptuele vaardigheden
- Sociale vaardigheden
- Praktische vaardigheden

Slide 18 - Slide

 Conceptuele vaardigheden
- Sociale vaardigheden, zoals communicatieve vaardigheden en het oplossen van sociale problemen.
- Praktische vaardigheden, zoals persoonlijke verzorging en gebruik maken van openbaar vervoer.
Lezen en schrijven vallen onder?
A
Conceptuele vaardigheden
B
Sociale vaardigheden
C
Praktische vaardigheden

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Ernstig Meervoudig Beperkt
- naast een (zeer) ernstige verstandelijke beperkingen ook ernstige lichamelijke beperkingen hebben

 
Mensen met EMB zijn kwetsbaar, verhoogd kans op gezondheidsproblemen. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Op welke gezondheidsproblemen hebben mensen met EMB extra kans?
A
epilepsie
B
slaapstoornissen
C
reflux/slikproblemen
D
luchtweginfecties

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Ondersteuning bij alle activiteiten en communicatie

Kenmerkend voor mensen met EMB is dat zij zo goed als geen mogelijkheden hebben om te compenseren. Ze hebben geen sterke eigenschappen die opwegen tegen dingen die ze niet goed kunnen. Mensen met EMB hebben ondersteuning nodig bij alle dagelijkse activiteiten.

Communicatie is een grote uitdaging in de begeleiding. 

"Ken de cliënt"

Slide 22 - Slide

Dit is meestal niet eenvoudig, omdat mensen met EMB niet of nauwelijks door middel van taal communiceren. Om de – vaak kleine - signalen te zien die mensen met EMB laten zien, moet je als begeleider die persoon goed kennen en steeds alert zijn op deze signalen.

Slide 23 - Video

Verdieping in de onderdelen:
zwakbegaafdheid
licht verstandelijke beperking
ernstige meervoudige beperking
Het ontwikkelingsniveau van een zorgvrager met een zeer ernstige verstandelijke beperking:
A
35/40 - 50/55
B
<20/25
C
20/25 - 35/40

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Niet Aangeboren Hersenletsel
Bij niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is er sprake van een ‘breuk in de levenslijn’, en die breuk is onomkeerbaar. Het levenspatroon, de relaties, het werk en de verwachtingen voor de toekomst die mensen vóór het hersenletsel hebben, kunnen in één klap in duigen vallen of in een ander licht komen te staan.

Als begeleider moet je je cliënt kunnen ondersteunen bij de acceptatie en verwerking van het verlies en bij het weer oppakken van het leven.
Oorzaken Niet-aangeboren hersenletsel
NAH kan verschillende oorzaken hebben. Er wordt onderscheid gemaakt tussen traumatisch (bijvoorbeeld een ongeval) en niet-traumatisch letsel (bijvoorbeeld een CVA).  

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Gevolgen NAH

Mensen met NAH kunnen problemen hebben op uiteenlopende gebieden:
Zintuiglijk
Motorisch
Cognitief
Psychologisch (gedrag, emoties, verandering van persoonlijkheid).
De specifieke gevolgen verschillen van persoon tot persoon. Dat heeft te maken met de plaats van het letsel, de ernst van de beschadiging en de leeftijd waarop het letsel is ontstaan.






Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Begeleiden bij NAH

Als begeleider moet je je in kunnen leven in de betekenis van NAH voor de getroffene en zijn naasten. In de begeleiding is het belangrijk met hen in gesprek te gaan over de gevolgen in het dagelijks leven en rekening te houden met onzichtbare problemen, zoals minder energie, een vertraagde informatieverwerking en prikkelgevoeligheid.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Komende bijeenkomst
CANMEDSROLLEN

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Aan welke CANMEDS rol heb jij veel gewerkt tijdens je stage en leg uit waarom?

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Terugblik doelen
Aan het einde van deze bijeenkomst weet jij..
....de kenmerken rondom een stoornis, beperking of handicap...
....weet jij de verschillende niveaus van functioneren i.c.m. de ontwikkelleeftijden. 
....kun jij toelichten wat N.A.H. is en wat hiervan de oorzaken van zijn.
.... kun je een voorbeeld benoemen t.a.v. de CANMEDS rollen in de GHZ.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions