1. Wie is Aldar?
2. Is Aldar arm of rijk?
3. Wat voor jas heeft Aldar?
4. Heeft de jas gaten?
5. Heeft Aldar een paard?
6. Is het paard oud of jong?
7. Waar zit Aldar?
8. Wat zegt Aldar over het weer?
9. Is het koud of warm?
10. Wie ziet Aldar?
11. Zit die man ook op een paard?
12. Is die man rijk of arm?
13. Wat voor jas heeft de rijke man?
14. Is die jas warm?
15. Wat wil Aldar?
16. Wat doet Aldar met zijn jas?
17. Wat roept Aldar?
18. Begrijpt de rijke man hem?
19. Wat zegt Aldar over de gaten in zijn jas?
20. Wil de rijke man de jas van Aldar?
21. Wat wil de rijke man ruilen?
22. Zegt Aldar meteen ja?
23. Wat krijgt Aldar?
24. Wat krijgt de rijke man?
25. Hoe voelt Aldar zich aan het einde?