Methodiek 2 les 2: observatie plan

Methodiek2: observeren & rapporteren
1 / 32
next
Slide 1: Slide
methodiek 2 pwMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Methodiek2: observeren & rapporteren

Slide 1 - Slide

Planning les 2

  • Doelen les 2
  • Korte herhaling vorige les: objectief 
  • De 7 stappen van een observatieplan: gezamenlijk oefenen
  • De 7 stappen van een observatieplan: zelfstandig oefenen
  • Evaluatie van de les

Slide 2 - Slide

Hoe zat het ook alweer?  

'de jongen heeft chocola gestolen'

Is dat een objectief? 

Slide 3 - Slide

Jongetje heeft chocola gepikt
A
Interpretatie
B
Objectief

Slide 4 - Quiz

Hoe zat het ook alweer?  

Schrijf op:
een voorbeeld van een observatie (objectief)

Slide 5 - Slide

Wat zag je? Noem een observatie (objectief!)

Slide 6 - Open question

Hoe zat het ook alweer?  

objectief: de jongen heeft chocola aan zijn handen en om zijn mond.


!
let er op dat je observaties objectief zijn (in je eindopdracht)

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Observeren doe je planmatig
Bij een observatie verzamel je gegevens die een antwoord kunnen geven op een vraag. 

Je observeert systematisch volgens een plan.
Je bedenkt vooraf waarnaar je wilt gaan kijken en hoe je de gegevens noteert. 


Slide 9 - Slide

Herhaling vorige les
Wat is ook alweer stap 1 een observatieplan?

Slide 10 - Open question

Stappenplan observatie
  1. De aanleiding
  2. Het observatiedoel en de vraagstelling
  3. Het concreet gedrag ga je observeren
  4.  De observatiemethode
  5. Plaats, data, tijdstippen 
  6. Rapportagevorm 
 


Slide 11 - Slide

Lees casus Rob

Slide 12 - Slide

Stap 1 de aanleiding
Redenen zijn bijvoorbeeld:
  • Als je signalen opvangt dat er iets mis gaat 
  • Als je een vraag hebt hoe je moet handelen
  • Als er problemen zijn
  • Als je iemand beter wil leren kennen
  • Als je een verslag wil maken

In de aanleiding schrijf je precies waar de vraag vandaan komt, van wie en waarom.

Slide 13 - Slide

Wat is de aanleiding
voor een observatie van Rob?




Slide 14 - Mind map

Stap 2 het doel en de vraagstelling
Doel: kort en duidelijk (SMART). Op welke vraag wil je een antwoord? 

Wie je gaat observeren
Welk gedrag je gaat observeren
In welke situatie je gaat observeren

Bijvoorbeeld: na de observatie weet ik hoe vaak Ciska een ander kindje slaat. Ik observeer haar tijdens het speelkwartier buiten. 

Slide 15 - Slide

Stap 2 Doel
Bedenk een doel voor een observatie van Rob

Wie ga je observeren
Welk gedrag ga je observeren
In welke situatie

Slide 16 - Slide

Bedenk een doel voor een observatie van Rob (wie, welk gedrag en welke situatie).
Na de observatie weet ik...

Slide 17 - Open question

Stap 3 het concreet gedrag
Bij stap 3 omschrijf je het gedrag dat je wil observeren. 

 Dit doe je:
  • Concreet
  • Het gedrag is waarneembaar
  • Geen interpretaties maar feiten


Slide 18 - Slide

Concreet gedrag
Huilen, schreeuwen, rennen, gooien, spullen afpakken, alleen spelen, samen spelen, lachen, fluisteren, positief communiceren, glimlachen, verstoppen, contact zoeken met PM-er, andere kinderen uitdagen, andere kinderen helpen….


Slide 19 - Slide

Welk waarneembaar gedrag van Rob wil je gaan observeren? Noem er 3

Slide 20 - Open question

Stap 5 observatiemethoden
Participerend: 
je neemt zelf deel aan de situatie
Niet-participerend: 
je bent toeschouwer (onopvallend aanwezig)

Gestructureerd: 
je weet precies wat je gaat observeren en volgens welk systeem
Niet-gestructureerd: 
er ligt niet vast hoe je gaat observeren, je maakt van je aantekeningen later een verslag

Slide 21 - Slide

Welke vorm van observeren
zie je in de afbeelding
hiernaast?
A
Participerend
B
Niet-participerend

Slide 22 - Quiz

Welke vorm van
observeren zie je in
de afbeelding hiernaast?
A
Niet-participerend
B
Participerend

Slide 23 - Quiz

Stap 5 observatiemethode
Gebruik je boek 
Zoek op in je boek de volgende 4 methoden uit
  1. Participerend/gestructureerd
  2. Participerend/ongestructureerd
  3. Niet-participerend/gestructureerd
  4. Niet-participerend/ongestructureerd

Vul stap 5 in bij de casus Rob
Overleg met elkaar welke methode je kiest en leg goed uit waarom






Slide 24 - Slide

Stap 5 casus Rob
Welke observatiemethode hebben jullie gekozen en waarom?

Slide 25 - Open question

Stap 7 rapportagevorm 


Hoe ga je de gegevens van de observatie vastleggen? ​


  1. Beschrijvend ​(alles opschrijven wat je ziet)
  2. Observatieschema​
  3. Beoordelingsschaal


Slide 26 - Slide

Voorbeeld observatieschema

Slide 27 - Slide

Voorbeeld beoordelingsschaal

Slide 28 - Slide

Rob 
Kort samengevat stappenplan voor een observatie
De aanleiding: ​
Rob speelt kort met hetzelfde speelgoed en is snel afgeleid bij andere activiteiten​
Observatiedoel/vraagstelling:
Na de observatie weet ik of Rob een korte spanningsboog heeft. Ik observeer hem tijdens 5 activiteiten.​
Concreet gedrag:
Hoe lang speelt Rob met hetzelfde speelgoed? Hoe lang doet hij mee met dezelfde activiteit?​
Kleuren, schrijven, springen, uit raam kijken, praten met klasgenoot, van plaats lopen
Plaats, data, tijdstippen
Op de BSO tijdens 5 activiteiten/speelmomenten. 27 februari om 13 uur, 13.20 uur, 14 uur, 14.20 uur en 16 uur.​
Rapportagevorm
Beschrijvend en gestructureerd.

Slide 29 - Slide

Casus Stef
Deze opdracht maak je in duo's of alleen

Vul de 7 stappen in van casus Stef

Inleveren in Teams, volgende les gaan we de opdracht bespreken.



Slide 30 - Slide

Evaluatie: hoe duidelijk is het
stappenplan voor observeren
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

Evaluatie deze les
Welk onderdeel is duidelijk, welk
onderdeel nog niet?

Slide 32 - Mind map