7.4 Voedsel verteren I

7.4 Voedsel verteren
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

7.4 Voedsel verteren

Slide 1 - Slide

Agenda
  • Lezen 7.4
  • Leerdoelen 7.4
  • Theorie
  • Opdrachten
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

Lezen theorie 7.4
Lees de theorieblokken (groene boxen)
Arceer kernzinnen/kernwoorden
timer
7:00

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 7.4
  • Je kunt uitleggen hoe je voedsel wordt verteerd.
  • Je kunt uitleggen hoe enzymen werken.

Slide 4 - Slide

Vertering
Betekenis
  • Klein maken van voedingsstoffen
 Doel
  • Opnemen van voedingsstoffen in het bloed mogelijk maken

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Enzymen
  • Zijn eiwitten
  • Per voedingsstof 1 specifiek enzym 
  • Versnelt reacties, reactie kost hierdoor minder energie
  • Wordt hergebruikt

Slide 7 - Slide

Werking enzymen
  1. Enzym bindt aan voedingsstof
  2. Enzym knipt voedingsstof in tweeën
  3.  Enzym laat los en herhaalt stap 1 en 2

Slide 8 - Slide

Temperatuur
  • minimum, optimum en maximum 
  • Te koud - langzaam; 
  • Te heet - enzym (eiwit) gaat kapot
Invloeden op de werking van enzymen

Slide 9 - Slide

Voedsel doorslikken
  • Tong duwt voedsel naar keelholte
  • Huig sluit de neusholte af
  • Strotklepje sluit de luchtpijp af

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Opdracht
Maak opdracht 8 op pagina 45 -> Bespreking

  • Telefoon
  • Maak afsluitende opdrachten



timer
5:00

Slide 12 - Slide

Verteringssappen bevatten enzymen. Wat zijn enzymen?
A
indicatoren
B
slotjes voor sleutels
C
stoffen die processen versnellen
D
stofjes die het beste werken bij 37 graden

Slide 13 - Quiz

Welk enzym werkt niet bij jouw lichaamstemperatuur?
A
x (rood)
B
y (groen
C
z (paars)
D
ze zijn allemaal gelijk

Slide 14 - Quiz

E= enzym en
V= voedingsstof
Wat is fout bij dit schema van de enzymwerking?
A
Het enzym past precies op de voedingsstof
B
Het enzym breekt in twee
C
De voedingsstof breekt in twee
D
Er is slechts één voedingsstof aanwezig

Slide 15 - Quiz

1. Noem drie dingen die je geleerd hebt.
2. Noem twee dingen die je al wist.
3. Noem een ding waar je nog een vraag over hebt.

Slide 16 - Open question