Handig rekenen met 4, 5, 8, 25 en 50

Handig rekenen met 4, 5, 8, 25 en 50

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpellingLager onderwijs

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Handig rekenen met 4, 5, 8, 25 en 50

Wat weet je al over rekenen met deze getallen?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kan je handig rekenen met de getallen 4, 5, 8, 25 en 50.

Waarom zijn deze getallen handig?

Getallen zoals 4, 5, 8, 25 en 50 komen vaak terug in het dagelijks leven en maken hoofdrekenen makkelijker.

Waar kom je deze getallen tegen?

Denk aan geld, tijd, meten en delen. Deze getallen maken rekenen snel en makkelijk.

De rol van getallen in rekenen

Zoals 4 + 4 = 8, 25 + 25 = 50, enzovoort.

Gestructureerd rekenen

Handige voorbeelden

Met deze getallen kun je getallen splitsen of juist samenvoegen voor eenvoudiger rekenen.

Het verdubbelen en halveren

Veel rekenproblemen kun je oplossen door te denken in verdubbelen en halveren met deze getallen.

Rekenen met sprongen van 4 en 8

Als je snel wilt optellen of aftrekken kun je sprongen van 4 of 8 gebruiken.

Voorbeeld: 8 + 8

Weet je dat 8 + 8 = 16? Dit kun je uitrekenen als 4 + 4 + 4 + 4.

Groeperen met 5 en 50

Je kunt getallen handig groeperen door te rekenen per 5 of 50. Bijvoorbeeld: 5 + 5 + 5 = 15.

Handig rekenen met vijftigen

50 is hetzelfde als 5 groepjes van 10. Dit helpt bij het snel uitrekenen van grotere getallen.

Wat als je deelt door 25?

Het getal 25 gebruik je vaak bij geld: 1 euro = 4 muntstukken van 25 cent.

Voorbeeld: 100 delen door 25

100 : 25 = 4. Zo zie je snel het antwoord door aan euro’s te denken.

Koppelgetallen en rekenen

Praktijkvoorbeeld

Bijvoorbeeld: 8 + 25 = 33, of 50 - 8 = 42.

Soms kun je door getallen te combineren makkelijker rekenen.

Combineren van getallen

Handige trucjes bij het rekenen

Sommige trucjes helpen bij het sneller uitrekenen: tikjes optellen, splitsen of groepjes maken.

Zelf proberen: tel met 4 en 8

Reken de volgende som op twee manieren uit: 4 + 8 + 4.

Samen oefenen: groeperen

Werk in tweetallen en zoek sommen waarbij je handig kunt rekenen met 5, 25 en 50.

Opdracht: eigen sommen maken

Maak drie eigen sommen waarbij je handig rekent met deze getallen. Los ze zelf op.

Controleer je antwoorden

Werk met je buur en leg elkaar uit hoe je de som hebt opgelost.

Toepassen in het dagelijks leven

Waar zie jij rekenproblemen met deze getallen in de praktijk? Denk aan winkelen of spelletjes.

Quiz: welk getal kies je?

Welke van deze getallen zou jij kiezen voor: - snel delen - snel tellen - handig optellen

Reflectie: wat heb je geleerd?

Schrijf op wat je het handigst vond om te leren over rekenen met 4, 5, 8, 25 en 50.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.