KR-VT-fase3-dhr. Van Asten

Klinisch redeneren 
Dhr. Van Asten 
Verpleegkunde, fase 3
module 12 
1 / 46
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Klinisch redeneren 
Dhr. Van Asten 
Verpleegkunde, fase 3
module 12 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn je leervragen bij deze situatieschets?

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Leervragen uit vorige les 
Angina pectoris, wat is de onderliggende oorzaak?
Medicatie: zo nodig of continu
werking en bijwerking van nitroglycerine

Start symptomen verwardheid?
waarom is de thuissituatie niet meer houdbaar?
Wat is een trigger tot boosheid?
Onderzoeken gericht op verwardheid
Heeft meneer koorts, relatie delier? 
Screening 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Differentiaal diagnose gericht op verwardheid en/of agressie meneer van Asten?

Slide 18 - Mind map

Meest voor de hand liggende oorzaken:
- Beginnende vorm van dementie.
- Depressie
- Delier (stil) 

Slide 19 - Link

Onderscheid tussen delier, dementie en depressie kan lastig zijn. 
Screeningsafdeling 
Ervaringen?  
hoe en wat? 

Slide 20 - Slide

Vraag of er ervaring is met een screeningsafdeling. 
Laat de studenten die hier ervaring over hebben hun ervaringen delen. 
Welke vorm van delier wordt vaak verward met depressie?
A
Hyperactief delier
B
Hypo-actief delier
C
Mengvorm delier

Slide 21 - Quiz

Een depressie ontstaat langzamer en bij een depressie is het bewustzijn doorgaans helder en er zijn geen stoornissen in de waarneming. 
Dementie verhoogd het risico op een delier?
A
Juist
B
onjuist

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Een manier om onderscheidt te maken tussen stil-delier of dementie bij opname is
A
Een DOS score bij opname
B
Navragen doen geheugenproblemen voor opname

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Hoe screenen op dementie?

Slide 26 - Mind map

  • MMSE test
MMSE test. De MMSE (Mini-mental state examination) is een test die wordt gebruikt als er een vermoeden is dat iemand geheugenproblemen of dementie heeft. Hieruit wordt duidelijk hoe het gaat met iemands geheugen, taalvermogen en concentratie (cognitieve vaardigheden).

  • MoCA onderzoek
MoCA staat voor Montreal Cognitive Assessment. Ook bij deze test worden verschillende vaardigheden van de hersenen getest. Net als de MMSE geeft de uitslag van de MoCA géén diagnose, maar kan de test wel aanleiding zijn voor verder onderzoek.

  • Kloktekentest
Kloktekentest Er bestaan verschillende versies van de kloktekentest, elk met een specifiek scoringssysteem. Hieronder wordt de test beschreven zoals weergegeven in de NHG standaard 'Dementie', gezien deze het best toepasbaar lijkt in de huisartsenpraktijk. Deze test heeft als doel om een cognitief deficit op te sporen.
  • Beeldvormend onderzoek: MRI


MMSE - test 
MMSE staat voor Mini-mental state examination. Dit is een wereldwijd erkende test die verschillende vaardigheden van de hersenen meet. De MMSE bevat vragen die een indruk geven van het geheugen, de oriëntatie in tijd en ruimte, concentratie, rekenen, taal en visueel inzicht. 
Geen diagnose.

Slide 27 - Slide

De MMSE vragenlijst is een eerste test die wordt gebruikt bij een vermoeden van geheugenproblemen of dementie. De korte vragenlijst geeft een beeld van iemands geheugen, taalvermogen en concentratie (cognitieve vaardigheden).
MoCA test
MoCA staat voor Montreal Cognitive Assessment. 
Ook bij deze test worden verschillende vaardigheden van de hersenen getest. Net als de MMSE geeft de uitslag van de MoCA géén diagnose, maar kan de test wel aanleiding zijn voor verder onderzoek.

Slide 28 - Slide

De arts kan als alternatief voor de MMSE een MoCA test afnemen

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Delier 
Delirium is een acute voorbijgaande en wisselend verlopende organisch- psychiatrische stoornis van het falen van het cerebrale metabolisme als gevolg van een lichamelijke aandoening (DSM-IV) 

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Er zijn drie typen delier, stil/hypoactief, herperactief en mengvorm. Hoe vaak komt het 'stille delier' voor?
A
< 5%
B
ongeveer 45%
C
>45%
D
onbekend

Slide 31 - Quiz

Typen delier en voorkomen: 
  • Hyperactieve < 5%
  • Hypoactieve of stille delier = 45%
  • Mengvorm = 45% 
Elke dag dat een delier langer duurt stijgt de kans op cognitief dysfunctioneren binnen een half jaar.
A
1%
B
20%
C
10%
D
30%

Slide 32 - Quiz

Een delier leidt tot een grotere morbiditeit en mortaliteit.
Elke dag dat een delier langer duurt stijgt de kans op overlijden of cognitief dysfunctioneren binnen een half jaar. 
Wat zijn mogelijke 'triggers/oorzaken' voor een delier?

Slide 33 - Mind map

This item has no instructions

Kern symptomen
  • Acuut begin en fluctuerend beloop;
  • Verminderde aandacht;
  • Ongeorganiseerd denken;
  • Verandert bewustzijnsniveau;
  • Waarnemingsstoornissen;
  • Soms motorische afwijkingen;
  • Verstoord slaap-waakritme;
  • Aanwijzingen voor een lichamelijke verstoring.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

Model van Nagelkerke
Niet alle oudere (oncologie) patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, worden delirant. Er is sprake van risicofactoren voor het ontstaan van een delier. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen factoren die al voor opname aanwezig zijn (predisponerende factoren) en de zogenaamde uitlokkende factoren (luxerende factoren).

Aan de predisponerende factoren of risicofactoren is weinig te doen. Wel kun je extra alert zijn en al bij voorbaat gaan behandelen.
Je kunt ze mogelijk in kaart brengen door de zogenaamde predictieschaal / delirium predictiemodel ontwikkeld in het UMC St.Radboud.
 
Aan de uitlokkende factoren moet tijdens opname veel aandacht worden besteed.




Acute ziekten:
Infectie
Koorts
Trauma
Dehydratie
Elektrolytenstoornissen;
Gebruik van medicatie met een sederende werking zoals slaapmiddelen maar ook narcose
Gebruik opiaten
Medicatie met een antiacholinerge werking* (o.a. digoxine, tavegil, tricyclische antidepressiva, prednison)

Waar denk je aan bij persoonskenmerken
(invloed 20%)

Slide 36 - Mind map

Persoonskenmerken
  • Leeftijd van 70 jaar of ouder;
  • Visus- en gehoorstoornissen
  • Stoornissen in de activiteiten van het dagelijkse leven
  • Gebruik van alcohol en opiaten
  • Eerder doorgemaakt delier.
  • Chronische pathologie (invloed 2%
  • Cognitieve stoornissen, zoals dementie
  • CVA
  • Oncologie’
  • Hart en vaatziekten
  • Polifarmacie
  • Uitlokkende factoren (volledig veranderbaar)
  • Hier moeten we ons op richten!!!
Waar denk je aan bij chronische pathologie met invloed op ontstaan van een delier?
(invloed 2%)

Slide 37 - Mind map

Chronische pathologie (invloed 2%
Cognitieve stoornissen, zoals dementie
  • CVA
  • Oncologie’
  • Hart en vaatziekten
  • Polifarmacie


Wat zijn uitlokkende omgevingsfactoren?
(invloed 53%)

Slide 38 - Mind map

Uitlokkende factoren (volledig veranderbaar)
Hier moeten we ons op richten!!!

Omgevingsfactoren:
  • Lawaai
  • Isolatie
  • Geen daglicht
  • Fixatie.
Welke acute ziekte/medicatie kunnen een delier veroorzaken?

Slide 39 - Mind map

Acute ziekten:
  • Infectie
  • Koorts
  • Trauma
  • Dehydratie
  • Elektrolytenstoornissen 
Medicatie 
  • Gebruik van medicatie met een sederende werking zoals slaapmiddelen maar ook narcose
  • Gebruik opiaten
  • Medicatie met een antiacholinerge werking* (o.a. digoxine, tavegil, tricyclische antidepressiva, prednison)

Screening delier?

Slide 40 - Mind map

  • Aan de hand van de symptomen
  • Er zijn verschillende meetinstrumenten: oa. DOS score, CAM-ICU
  • Vooraf bij opname score op een acute verwardheid.  (Zie VMS) 

Slide 41 - Link

Wat gebeurd er in je hoofd bij een depressie?
Voorlichtingsfilmpje van ongeveer 2,5 minuut. 
Kenmerken depressie?

Slide 42 - Mind map

DSM-IV (V) criteria
  1. Depressieve stemming
  2. verminderde interesse
  3. Gewichtstoe-/afname
  4. Slaap/waakritme verandering
  5. Overmatige beweeglijkheid/rusteloosheid of remming/traagheid
  6. vermoeidheid
  7. Schuldgevoelens en gevoel van waardeloosheid
  8. Concentratie afname
  9. Gedachten aan dood

symptomen 
  • 2 kernsymptomen moet minstens één aanwezig zijn:
  • Een neerslachtige stemming (somberheid) gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag
  • Ernstig verlies van interesse in bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Screening depressie?

Slide 44 - Mind map

Op basis van de symptomen
5 of meer beschreven symptomen volgens de DSM-V, minimaal 2 weken lang

Wil je meer weten?
Zie: Artikel Nursing 2018
Delier, dementie, depressie 

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

wil je meer weten over benadering bij gedragsstoornissen?
Zie eventueel  leerplein - pagina benadering en begeleiding -
Crisissituatie (actieve links naar naar lesmateriaal ZorgPad) en/of leermodule 26 Agressie van Digibib 

Slide 46 - Slide

This item has no instructions