week 2 les 2 regelmatige werkwoorden -re

1 / 31
next
Slide 1: Video
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Ik schrijf woorden op het bord:
Jean Petit: le bras, la main, le doigt, la jambe,  le pied, l'épaule, la fesse.

Daarna weghalen want ze gaan het goed proberen te schrijven in de Lessonup...



Lesdoelen
Dans ce cours 
  • Les devoirs 
  • la prononciation
  • la grammaire / verbes -re

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

vrijdag 19 januari 2023

Leren
: U4 Appr. 2 + 1

(af)Maken :
U4 ex. 3,4,5,6



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

C'est quoi?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

C'est quoi?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

C'est quoi?

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

C'est quoi?
tip: mv

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

C'est quoi?

Slide 8 - Open question

This item has no instructions

C'est quoi?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

La prononciation
J'ai 
bijou - la bouche, le bouton, le couds, se coucher 
chauffeur - au, jaune, faute, mauvais 
chique - que, qui, quel, qu'est-ce que, quand
dents, la ventre, le dentiste, se sentir, je pense 


timer
1:00

Slide 10 - Slide

Eerst 1 minuut in tweetallen zelfstandig oefenen en juiste uitspraak bepalen.
La prononciation
J'ai [ee]
bijou - la bouche, le bouton, le couds, se coucher [oe]
chauffeur - au, jaune, faute, mauvais [oo]
chique - que, qui, quel, qu'est-ce que, quand [k]
dents, la ventre, le dentiste, se sentir, je pense [o]


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

werkwoorden in het Frans
Welke hebben jullie geleerd?

regelmatig versus onregelmatig



Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Regelmatige werkwoorden

- regel toepassen 
- veel werkwoorden dezelfde manier 

Werkwoorden eindigend op:
 -er   -re -ir
Onregelmatige werkwoorden

- geen regel toepassen 
- van buiten leren

Bijv. être, avoir, aller, faire, vouloir

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Regelmatige ww op -er
Veel werkwoorden in het Frans eindigen op -er
Bijvoorbeeld:
  • danser
  • parler 
  • travailler
  • écouter
  • jouer
  • donner
  • aimer

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Regelmatige ww op -re
Veel werkwoorden in het Frans eindigen op -re
Bijvoorbeeld:
  • attendre (wachten)
  • descendre (naar beneden gaan, uitstappen)
  • entendre (horen)
  • répondre (antwoorden)
  • vendre (verkopen)
  • rendre (teruggeven)
  • perdre (verliezen)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Regelmatige werkwoorden -RE
Werkwoorden die eindigen op -RE, bv. vendre
Stap 1:  Stam nemen: VENDRE -> stam VEND -> 
Stap 2: juiste onderwerp + uitgang toevoegen

je vends                     nous vendons
tu vends                     vous vendez
il vend                          ils vendent

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Le verbe régulier en -re
1. Stam van het werkwoord [ => -re]
2. Zet de juiste uitgang er achter
voorbeeld: attendre = wachten

uitgangen: s, s, -, ons,
           ez,ent

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Passé Composé
De voltooide tijd van een werkwoord op -RE maak je zo:
Stap 1: Stam nemen: VENDRE -> stam VEND 
Stap 2: juiste onderwerp + uitgang U -> VENDU

ik heb verkocht -> j'ai vendu
hij heeft verkocht -> il a vendu
wij hebben verkocht-> nous avons vendu

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

De passé composé

werkwoorden:
- ER --> é 
- RE -->
De passé composé
(perdre) Il a perdu= hij heeft verloren


Let op! Het voltooid deelwoord van werkwoorden op -re eindigt dus op -u
attendu - entendu - rendu

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Boeken dicht!
Kijken wat jullie onthouden hebben!

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Ils/elles
Je/J'
Vous
Tu
Nous
Il/elle/on
stam + ons
stam + s
stam + /
stam + ent
stam + ez
stam + s

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

Welk werkwoord past niet in het rijtje?
A
perdre
B
écouter
C
attendre
D
vendre

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Welk vorm is goed?

vendre - elle
A
elle vende
B
elle vendres
C
elle vend
D
elle vends

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Welk vorm is goed?

attendre - j'
A
j'attende
B
j'attendu
C
j'attends
D
j'attendre

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Vertaal

U antwoordt (répondre)
A
vous répondons
B
vous répondu
C
vous répondrez
D
vous répondez

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Vertaal

Zij verkopen (vendre)
A
ils vendre
B
ils vendons
C
il vend
D
ils vendent

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Vertaal
Hij heeft verkocht
A
il a vendé
B
il a vendu
C
il est vendi
D
il vend

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Welk vorm is goed?

habiter - tu
A
tu habites
B
tu habit
C
tu habits
D
tu habiter

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

woensdag 24 januari 2023

Leren
: U4 Appr. 2 + 3

(af)Maken :
U4 ex. 8b, 8c, 8e



Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Les devoirs
U4 ex. 4,5,6

Zelfstandig nakijken. Vragen?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions