Week 30 (WEEK 13 2022) M3 Deutschbuch B Kapitel 5 Zukunft - Werden

Guten Tag
Wie geht es euch?
1 / 48
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 1 - Slide

Bitte,  Steck das Handy in die Wandtasche
 und leg dein Buchvor dich auf den Tisch!

Slide 2 - Slide

Planung Stunde 1

  1. Ein Filmchen: Logo
  2. Anfang Kapitel 5: Zukunft
  3. Das Verb 'werden'





Slide 3 - Slide

Was lernen wir heute? 



  • Je leert de betekenissen het werkwoord werden;
  • Je leert hoe je het werkwoord werden moet vervoegen;
  • Je leert wanneer je het werkwoord werden moet gebruiken;
  • Je gaat oefenen met toepassen van het werkwoord werden

Slide 4 - Slide

zuerst.....les-/dagopening
ein Filmchen

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

Das Verb 'werden'
worden of zullen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

De basisuitgangen
ich
du
er, sie, es

wir
ihr
sie, Sie
-e
-st
-t

-en
-t
-en
feesttenten
uitleg

Slide 9 - Slide

ich
du
er, sie, es

wir
ihr
sie, Sie
-e
-st
-t

-en
-t
-en
werden (worden, zullen)
regel: stam + uitgang

werden
stam: -en eraf
-> werd


uitleg

Slide 10 - Slide

ich
du
er, sie, es

wir
ihr
sie, Sie
e
st
t

en
t
en
werden -> uitzondering
werd
werd
werd

werd
werd
werd

wirst
wird




du en er zijn onregelmatig. De rest van het werkwoord is regelmatig!
Let op de exta 'e'.

e
e


e
uitleg

Slide 11 - Slide

ich
du
er, sie, es

wir
ihr
sie, Sie
e



en
t
en
werden -> uitzondering
werd
wirst
wird

werd
werd
werd
e
uitleg

Slide 12 - Slide

even oefenen
Pak je telefoon en log in in LessonUp

Slide 13 - Slide

werden (ich)
1/10
A
werde
B
wirde
C
werd
D
wird

Slide 14 - Quiz

werden (ihr)
2/10
A
wirdet
B
werd
C
werdet
D
werdt

Slide 15 - Quiz

werden (du)
3/10
A
werdest
B
wirst
C
wirdst
D
wirdest

Slide 16 - Quiz

werden (Thomas)
4/10
A
werdet
B
wirst
C
werdest
D
wird

Slide 17 - Quiz

werden (du)
6/10

Slide 18 - Open question

werden (ihr)
9/10

Slide 19 - Open question

werden (Sie)
10/10

Slide 20 - Open question

werden (ich)
7/10

Slide 21 - Open question

werden -> betekenis (1)
worden

  • Morgen werde ich 16.
  • Ich will später Lehrerin werden.
  • Mein nächstes Fahrrad wird blau.
  • Ich werde verrückt!

uitleg

Slide 22 - Slide

werden -> betekenis (2)
zullen, gaan ..., van plan zijn

  • Das werde ich nicht machen. 
  • Wir werden dich morgen besuchen. 
  • Thomas wird seine Hausaufgaben machen. 
  • Werdet ihr das Buch noch lesen?
uitleg

Slide 23 - Slide

  • Morgen ga ik je bellen. (van plan zijn -> werden)
  • Morgen ga ik naar oma. (naartoe -> gehen)
  • Gaan we nog afspreken? (zullen -> werden)
  • Gaan we nog? (naartoe -> gehen)

gaan: werden of gehen?
werden: zullen, gaan ..., van plan zijn
gehen: ergens naartoe
uitleg

Slide 24 - Slide

nog een keer oefenen!

Slide 25 - Slide

Ali will später Lehrer ...
1/6
uitleg/antwoord
Ali wil leraar worden -> werden
A
werden
B
gehen

Slide 26 - Quiz

Wir ... morgen nach
Deutschland fahren.
2/6
uitleg/antwoord
wij zijn van plan naar Duitsland te rijden -> werden
A
werden
B
gehen

Slide 27 - Quiz

Gute Nacht, ich ...
ins Bett!
4/6
uitleg/antwoord
ik ga naar bed (toe) -> gehen
A
werden
B
gehen

Slide 28 - Quiz

Das ... ich echt nicht
machen!
3/6
uitleg/antwoord
dat zal ik echt niet doen! -> werden
A
werden
B
gehen

Slide 29 - Quiz

Tschüs! Wir ... nach
Hause!
5/6
uitleg/antwoord
wij gaan naar huis (toe) -> gehen
A
werden
B
gehen

Slide 30 - Quiz

Karim ... gleich alles
aufräumen.
6/6
uitleg/antwoord
Karim zal zo alles opruimen -> werden
A
werden
B
gehen

Slide 31 - Quiz

An die Arbeit!

Was:              Mache Aufgaben 15, 16 und 17  
                       (Seiten 66-67)  
                       (sie sind auch die Hausaufgaben!)                 
Wie:               Selbständig
Hilfe:              Die Lernliste auf Seite 88
Zeit:               30 Minuten
Fertig?:         Lerne die Wörterliste auf Seite 88

Slide 32 - Slide

Heb ik de leerdoelen behaald?
Ken ik de betekenissen het werkwoord werden?
Ben ik in staat om het werkwoord werden te vervoegen?
Weet ik wanneer je het werkwoord werden moet gebruiken?

Slide 33 - Slide

Huiswerk
HAUSAUFGABEN:


Machen: Aufgaben 15, 16 und 17 (Seiten 66, 67)
  
lernen: Lernliste Kapitel 4 auf Seite 88!!


Slide 34 - Slide



Danke für eure Aufmerksamkeit.

Bis nächstes Mal!


Slide 35 - Slide

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 36 - Slide

Bitte,  Steck das Handy in die Wandtasche
 und leg dein Buchvor dich auf den Tisch!

Slide 37 - Slide

Planung Stunde 2
Lesefertigkeit

Slide 38 - Slide

Was lernen wir heute?
  • Aan het eind van de les ben je in staat om vragen te beantwoorden na het lezen van (een gedeelte van) een tekst

Slide 39 - Slide

zuerst.....les-/dagopening
ein Filmchen

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Link

An die Arbeit!

Was:              Maak 10 vragen van het examen KB
Wie:               Selbständig
Hilfe:              ein Wörterbuch
Zeit:               30 Minute
Fertig?:        Mache weiter mit den nächsten Fragen

Slide 42 - Slide

Heb ik de leerdoelen behaald?
  • Ben ik in staat om vragen te beantwoorden na het lezen van (delen van ) een tekst?

Slide 43 - Slide



Danke für eure Aufmerksamkeit.

Bis nächstes Mal!


Slide 44 - Slide

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 45 - Slide

Bitte,  Steck das Handy in die Wandtasche
 und leg dein Buchvor dich auf den Tisch!

Slide 46 - Slide

Planung Stunde 3
Handelingsopdracht(en) inhalen
of 
werken aan het Mediendossier!!

Slide 47 - Slide



Danke für eure Aufmerksamkeit.

Bis nächstes Mal!


Slide 48 - Slide