6.3 Over verhalen

Spannende verhalen
Piratenzoon en H@ck (deel 2)
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 10 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Spannende verhalen
Piratenzoon en H@ck (deel 2)

Slide 1 - Slide

Na deze les kan ik:
  1. herkennen hoe een verhaal spannend is gemaakt;
  2. uitleggen wat ik voel bij een verhaal;
  3. een verhaal kort navertellen of samenvatten;
  4. herkennen in welke tijd een verhaal speelt.

Vandaag leer je:
kijken hoe spanning werkt, zeggen wat een verhaal met je doet, het verhaal kort navertellen en zien of het verhaal in het nu of vroeger speelt.

Slide 2 - Slide

Opdracht 8a
Wanneer vind jij een verhaal spannend?

Slide 3 - Mind map

Wat maakt een verhaal spannend?
Als je deze dingen herkent, kun je uitleggen hoe een verhaal spannend is gemaakt.

Maak opdracht 8b, 8c en 8d.
Leerdoel 1
Ik kan herkennen hoe een verhaal spannend is gemaakt.

Slide 4 - Slide

Vertellen wat een verhaal met jou doet.
Leeservaring
Als je een verhaal leest, gebeurt er iets met je. 
Het verhaal doet iets met je. 
Dit noem je je leeservaring
Als je daarover vertelt, gebruik je beoordelingswoorden.

Maak opdracht 9a.
Voorbeelden:
  • Dit verhaal maakt me nieuwsgierig, want …
  • Dit verhaal laat me alles even vergeten, omdat …
  • Dit verhaal is verwarrend.
  • Dit verhaal maakt me vrolijk.
  • Dit verhaal is geheimzinnig.
Leerdoel 2
Ik kan uitleggen wat ik voel bij een verhaal.

Slide 5 - Slide

Navertellen en samenvatten
Je kunt ook laten zien dat je een verhaal begrijpt door het kort na te vertellen.
Je noemt alleen de belangrijkste dingen:
– wie?
– wat gebeurt er?
– waar?

Leerdoel 3
Ik kan een verhaal kort navertellen of samenvatten.

Slide 6 - Slide

Opdracht 10 a
  • Werk in tweetallen.
  • Schrijf jullie samenvatting in de Classroom.
  • Gebruik alle startzinnen en schrijf per zin één korte aanvulling.
  • Kijk in de Classroom naar de lijst met verbindingswoorden en gebruik minimaal twee verbindingswoorden.
Voorbeeldzinnen:
  1. Het verhaal H@ck gaat over …
  2. In het begin (deel 1) gebeurt er dat …
  3. De hoofdpersoon komt in de problemen, omdat …
  4. In deel 2 wordt het spannender, want …
  5. Uiteindelijk ontdekt of doet de hoofdpersoon dat …
  6. Het verhaal laat zien dat … / Aan het einde …

Slide 7 - Slide

Andere tijd herkennen
Je kunt zien in welke tijd een verhaal zich afspeelt door te letten op:
  • de omgeving;
  • gewoontes, kleding, eten en voorwerpen;
  • personen of gebeurtenissen die je kent uit de geschiedenis.

Hij legde het spaanse pistool naast zich in het zand en pakte zijn tondeldoos.

Maak opdracht  11a, 11b, 11c en 11d.
Leerdoel 4
Ik kan herkennen in welke tijd een verhaal speelt

Slide 8 - Slide

Tijd herkennen in een film
Kijk opnieuw naar de filmtrailer

Maak opdracht  12 a en 12 b.
Leerdoel 4
Ik kan herkennen in welke tijd een verhaal speelt

Slide 9 - Slide

Afsluiting
Welk verhaal lijkt jou het spannendst?
Welk beoordelingswoord past erbij?
In welke tijd speelt het verhaal?
Leerdoel 1, 2, 3 en 4
Ik kan:
  • herkennen hoe een verhaal spannend is gemaakt;
  • uitleggen wat ik voel bij een verhaal;
  • een verhaal kort navertellen of samenvatten;
  • herkennen in welke tijd een verhaal speelt.

Slide 10 - Slide